Column: De ASO verliest de essentie van wielrennen uit het oog met Tourparcours IDL-producties

Column: De ASO verliest de essentie van wielrennen uit het oog met Tourparcours

Door Bram van der Ploeg 16 oktober 2019 | 18:32


Het zat eraan te komen en toch heerst bij mij na de bekendmaking van het Tour de France-parcours een grote teleurstelling. De ASO denkt met een nieuwe, nog kortere en spectaculaire grote ronde vernieuwend te zijn, maar verliest de essentie van een grote ronde volledig uit het oog.

De Tour de France van dit jaar werd bestempeld als meest spectaculaire in jaren en dat klopt. Er gebeurde iedere dag iets, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het de ASO vandaag de dag nog louter om het spektakel te doen is. Onverhard, steeds korter, hoe gekker hoe beter. Het voelt verkeerd aan. Alsof we in de Formule 1 nog louter moeten kijken naar straatraces in Monaco, terwijl ook een race met lange, rechte stukken heel boeiend kan zijn. Dan komen de auto's op een andere manier tot hun recht. 

De ASO verliest de essentie van wielrennen een beetje uit het oog, vind ik. Korte ritjes, veel klimmen, amper tijdritkilometers en technische finales in sprintetappes trekt kijkers voor een sport die niet meer voldoet aan de discipline waar ik ooit verliefd op werd. Een grote ronde is niet alleen lijden in de bergen. Voor een grote ronde moet je kunnen tijdrijden, moeten positioneren, je moet ritten van 200+ kilometer aankunnen en dus een grote motor hebben. In de derde week komen dan de besten bovendrijven.

Dat Alaphilippe in 2019 bijna de Tour won, kwam voor een groot deel door zijn grote hart, maar ook door het parcours. Alaphilippe is geen diesel en een man met een grote motor. Door veel korte ritten en explosieve finales kon hij voorsprong nemen en bijblijven. Lange, slopende bergritten waren er niet veel, ook omdat de laatste twee bergetappes werden ingekort door noodweer. Alaphilippe is tof, maar zou in een grote ronde nooit top-5 mogen rijden. In 2020 kan hij dat misschien wel weer... 

Een grote ronde gaat voor mij ook om indelen en taaiheid. Wie verteert al die kilometers het beste? Dat Pinot telkens weer tegen iets aanloopt in de derde week is geen toeval. Een grote ronde is geen klassieker of een koers van een week. Daar staan andere mannen op. En die mannen wordt het steeds moeilijker gemaakt. Meer renners zijn fris in de derde week na kortere ritten en focus op finales. De derde week was jaren de week waarin de diesels kwamen bovendrijven omdat de benzinemotoren dan opgerookt waren. Dat element wordt langzaam weggehaald, steeds meer en meer. En niet alleen in de Tour. De Vuelta (van de ASO) doet het al jaren. 

Ik kijk ook niet de hele etappes die 220 kilometer zijn, maar ze horen erbij, om het uithoudingsvermogen echt te testen. Vraag het iedere renner in het peloton: de koers is anders vandaag. Kruijswijk trainde de hele winter op explosiviteit in plaats van duurvermogen. En dat komt dan ook weer omdat de tijdrit bijna volledig van het strijdtoneel verdwijnt. De man, zijn fiets en de klok: het ultieme voorbeeld van wat wielrennen moet zijn, is niet spectaculair genoeg. 

Ik zal nog wel even teleurgesteld blijven en hoop op de Giro. Waar de Tour wil lijken op zijn Italiaanse rivaal lukt dat steeds maar niet. Eerst sloeg de ASO door in het ene uiterste, nu in het andere. De Giro vindt die balans ieder jaar een stuk beter. Opdat de diesels in Italië wel mogen laten zien wat een grote ronde ook kan zijn, zoals de Giro van 2019. De door Carapaz gewonnen editie werd door iedereen saai genoemd en daar zit nu juist het hele probleem. Het wielrennen is door het publiek dat spektakel wil en verschillende organisaties verworden tot een andere sport en daar kan ik nog moeilijk aan wennen. (Foto: Sirotti)

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: redactie@indeleiderstrui.nl


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageren

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!

Meer nieuws