IDL Retro | Spuiten en slikken; de onorthodoxe loopbaan van Bjarne Riis IDL-producties

IDL Retro | Spuiten en slikken; de onorthodoxe loopbaan van Bjarne Riis

Door Tom van der Salm 12 januari 2020 | 18:40


Al jarenlang wordt hij regelmatig vervloekt, uitgekafferd, maar toch komt Bjarne Riis weer terug in het wielerpeloton als ploegbaas van Team NTT. Iedereen kent de verhalen rondom zijn dopingverleden en zijn successen als ploegleider van CSC/Saxo Bank, maar wat schuilt er achter de persoon, renner en ploegleider Riis? IDL Retro zoekt het uit.

De twee bijnamen die op de Wikipedia-pagina van Riis vermeldt staan zeggen eigenlijk alles over zijn periode als renner. De Adelaar van Herning werd hij genoemd in zijn gloriejaren, tot het jaar 2007, waarin hij bekende dat zijn Tour-zege van 1996 behaald was met de nodige stimulerende middelen in zijn lichaam. Vanaf dat moment werd hij gezien als Monsieur 60%, verwijzend naar het (letterlijk) bloedstollende hematocrietgehalte dat hij liet noteren. 

In het boek 'Bjarne Riis - Wielerleven met bergen en dalen' geeft Riis aan dat zijn jeugd niet de makkelijkste was. 'Zo lang als ik me kan herinneren, zijn mijn ouders gescheiden. Het contact met mijn moeder en broer is minimaal en mijn vader, met wie ik woonde, had zijn leven niet helemaal in de hand.' Op een dag zag kleine Bjarne een foto van een onbekende jongen staan in het huis van zijn oma. '"Dat is Flemming, je grote broer die verdronken is", zei Oma. Maar meer kreeg ik niet te horen, ik dacht veel na. Ik was een einzelgänger. Ik zocht mijn afleiding in het wielrennen.'

Riis' ontdekkingstocht die Doping heet

In 1985 trekt Riis, die als een van de grote Deense beloften gold, samen met zijn landgenoot Per Pedersen naar Luxemburg om zijn koersdroom achterna te jagen, om een jaar later naar de Belgische ploeg van Roland van der Ven te trekken. Daar komt hij in aanraking met de Vlaamse kermiskoersen, met bijbehorende kenmerken. 'Net voor de wedstrijd spoten ze amfetaminen en waren ze in staat met betonnen ballen te voetballen, en dan begonnen ze verwilderd met een hartslag van 180 aan de koers.' Dat had echter een tijdslimiet, merkte Riis. 'Na honderd kilometer waren die amfetaminen uitgewerkt en liepen ze als ballonnen leeg.' Het zou de eerste keer zijn dat Riis het dopingspook met eigen ogen zag, maar vooralsnog hield hij de boot af. Later zou die insteek echter met 180 graden draaien. 

Eigenlijk is de Deen het symbool voor de dopingperikelen in de wielersport in de jaren negentig. Een renner die jarenlang in de marge reed, maar door excessief dopinggebruik de top wist te bereiken met gevaar voor zijn eigen gezondheid. 'Vanaf de herfst 1992 vertelde ik Mette (de eerste vrouw van Riis, red.) niks meer over de omvang van mijn dopinggebruik. Daarmee beschermde ik haar. Ik gaf ieder jaar 10 tot 15 duizend euro per jaar uit aan EPO.' Dit resulteerde in 1993 in een vijfde plek in de Tour, maar dat was nog niet genoeg voor de Deen, die het gebruik als normaal zag. 'De ampullen EPO hoorden bij mijn dagelijkse ritueel. Ze lagen in de koelkast tussen de ketchup en augurken. Onherkenbaar verpakt, zodat mijn kinderen niet aan de spullen van hun vader snuffelden.'

In 1994 maakte Riis de overstap naar Gewiss-Ballan, een ploeg die bekendstaat om haar dopinggebruik. De Waalse Pijl die deze ploeg in 1994 reed, staat alom bekend als de intrede van EPO in het profpeloton. Drie renners van de Italiaanse formatie reden al op de tweede beklimming van de Muur van Huy weg bij de tegenstand, om vervolgens zeventig kilometer met zijn drieën voor het peloton uit te rijden en de koek aan de meet te verdelen. Ploegdokter Michele Ferrari (ja, die 'trainer' van Lance Armstrong) verkondigde na deze race doodleuk: 'Te veel sinaasappelsap drinken is net zo gevaarlijk als een overdosis EPO.'

De gewonnen Tour de France van Riis

Namens Gewiss-Ballan wordt Riis in 1995 derde in de Ronde van Frankrijk, maar de echte klapper moet nog volgen. Voor het jaar 1996 trekt hij naar Team Deutsche Telekom. 'Ik wil de Tour de France winnen', laat hij zijn nieuwe ploeggenoten weten op de eerste teambijeenkomst. Zijn veelal Duitse ploeggenoten keken hem raar aan en geloofden hem maar half. Maar tijdens de zestiende rit in de Tour, naar Hautacam, laat Riis zijn benen spreken. Op de loodzware Pyreneeën-col rijdt Riis op een opzienbarende manier naar de zege. Hij kijkt enkele malen over zijn schouder om de concurrenten te peilen, om vervolgens met een ongelofelijk grote versnelling en een doordringende blik in de ogen naar de zege te malen. Riis won de Tour op overtuigende wijze, wat het einde van het tijdperk-Indurain betekende.

Riis tijdens zijn gewonnen Tour de France in 1996.

Volgens ploegdokter Jef D'hont gebeurde dit met een hematocrietwaarde van 64%. Ter beeldvorming, hedendaags mag je met een (onnatuurlijk) hematocriet boven de 50% niet koersen, terwijl de gemiddelde man tussen de 40% en 50% heeft. Dit is niet voor de lol, maar voor de eigen gezondheid. Met een te hoog hematocriet wordt het bloed dikker, wat tot verstoppingen in de haarvaten kan leiden. D'hont: 'Riis kon elk moment overlijden aan een hartstilstand, zo stroperig was zijn bloed. Hij kon zijn vingers niet eens meer bewegen.'

In de Tour van 1997 wordt Riis overklast door het jonge Duitse talent en ploegmaat Jan Ullrich, de meest opvallende prestatie die hij zelf neerzet is een worp van zijn nieuwe tijdritfiets in de bosjes. Ook bij de bekende Tour de Dopage van 1998 speelde Riis een andere rol dan die van wielrenner, namelijk als woordvoerder van het peloton tijdens de heksenjacht op de renners. 'Ik was het zat dat men mij en de andere renners van dopinggebruik beschuldigden. Ik wilde als serieuze atleet gezien worden.'

Riis' bekentenis, maar al jarenlang ploegleider

Na een jarenlange hetze op Riis bekende hij in 2007 uiteindelijk het gebruik van doping, maar de Deen was toen vanaf 2001 al ploegleider van het succesvolle CSC. Zijn verklaring tijdens zijn bekentenis: 'Ik doe dit in het belang van mijn ploeg, voor een betere toekomst van het wielrennen.' Van die betere toekomst kwam niet bijster veel terecht. Het jaar daarvoor raakten zijn kopmannen Fränk Schleck en Ivan Basso net voor de Tour betrokken bij het Fuentes-schandaal. Uiteindelijk kwam zijn loopbaan - tot nu - als ploegleider ten einde in het voorjaar van 2015, toen Oleg Tinkov hem op non-actief zette. Tinkov nam in 2013 de wielerploeg van Riis over, met als voornaamste renners Peter Sagan en Alberto Contador.

Daarnaast bracht de Deense antidopingbond AAD in de herfst 2015 een rapport uit, waarin te lezen was dat Riis in ieder geval Bo Hamburger had gesommeerd Jorg Jäksche tot doping aan te zetten en het gebruik van stimulerende middelen binnen de CSC-ploeg toestond. De ploegbaas stelde een appartement in Luxemburg ter beschikking aan zijn renners, waar onder meer Michael Rasmussen en Tyler Hamilton - die het nummer van Fuentes kreeg van Riis - hun doping konden ophalen. Het rapport van de AAD telde 97 pagina's, waarvoor vijftig mensen gedurende meer dan twee jaar zijn ondervraagd. Riis reageerde destijds op het rapport: 'Ik was niet volwassen genoeg om de verantwoordelijkheden te dragen die horen bij het leiden van een grote wielerploeg. Ik besef dat mijn geloofwaardigheid laag is en dat ik gefaald heb als ploegleider.'

Contador (links) en Riis (rechts) tijdens een persmoment.

Desondanks stond Riis tijdens zijn loopbaan als ploegleider wel bekend als een zeer goede, mede door zware survivalkampen die hij in de winter in het kader van teambuilding organiseerde. Onder meer Carlos Sastre, Fabian Cancellara, de Schleck-broers en Laurent Jalabert hadden baat bij deze aanpak en behaalden goede resultaten. En vanaf dit seizoen dus mogelijk ook pakweg Michael Valgren, Edvald Boasson Hagen of Victor Campenaerts. Maar of de wielerwereld zo blij moet zijn met de terugkeer van Riis? (foto's: Sirotti)


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws