Interview | Lubberding leefde voor zijn kopmannen: 'Zie Roglic dat niet doen' IDL-producties

Interview | Lubberding leefde voor zijn kopmannen: 'Zie Roglic dat niet doen'

Door Gerrit van Loon 21 mei 2020 | 15:59


Henk Lubberding reed in zijn zestienjarige profcarrière zijn ballen eraf voor mannen als Jan Raas, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper en Gerrie Knetemann. Als er één de kunst van het wegcijferen beheerste was het wel deze oud-renner uit Voorst. Hij bleef altijd de Raleigh- en Panasonic-ploeg van Peter Post trouw, reed in een wielerperiode zonder groot geld, maar maalde daar niet om. In de Leiderstrui vroeg hem naar vroeger en nu.

Lubberding verzorgt normaal gesproken clinics en teambuildingdagen voor bedrijven, maar heeft nu even geen werk. Hij mag geen groepen ontvangen en bedrijven hebben hun handen vol aan overleven. Teambuildingdagen staan on hold. ‘De laatste groep die ik had was de fietsgroep in Lanzarote. De laatste van de drie weken op het Spaanse eiland ging de lockdown in. Er mocht niet meer gefietst worden. We zijn inmiddels allemaal terug. Nu heb ik geen werk, maar stilzitten, ho maar. Dat kan ik niet. Ik woon in onze familieboerderij in Voorst. Het oudste gedeelte is van 1457. Daarna is de boerderij in etappes verder gebouwd. Er zijn altijd klusjes te doen. Ik verzin van alles’, aldus Lubberding.

Lees verder onder de foto!

Hij is ook dit jaar weer door de NOS gevraagd om radioanalyses te geven tijdens de Tour de France. ‘Voor de Avondetappe bellen ze altijd ongeveer zes weken voor de ronde begint. Ik moet in deze tijd nog maar zien of alles doorgaat. Alles in de wereld is nu een groot vraagteken. De Tour 2020 wordt denk ik sowieso zonder publiek gereden en met een stuk minder journalisten en gasten eromheen. Eén keer eerder hebben we De Avondetappe in de studio in Hilversum gemaakt. Dat is voor mij ook prima hoor.’

Tour is Lubberdings koers: ‘Etappe naar Pau mijn mooiste overwinning’

Wie Lubberding zegt, denkt aan de Tour. Al in zijn eerste jaar (in 1977) bij de beroepswielrenners debuteerde hij in de Ronde van Frankrijk. Met direct een verdienstelijke 26e plaats in het eindklassement. In zijn tweede jaar als prof werd hij Nederlands Kampioen op de weg en reed hij wederom een zeer sterke Tour, waarin hij de witte trui won. Hij werd dat jaar achtste in het eindklassement en won de tiende etappe naar Pau. ‘Mijn mooiste overwinning uit mijn carrière. De Tour is toch mijn koers. Ik volg die elk jaar elke dag. Andere grote rondes kijk ik minder intensief. De klassiekers volg ik ook wel, maar niets kan tippen aan de Ronde van Frankrijk.’ 

Na val door breuk van voorvork: ‘Olympische Spelen naar de klote’

Lubberding ondervond in zijn actieve periode flink hinder van een vervelende blessure. Eerst leek dat een hardnekkige voorhoofdsholteontsteking te zijn. ‘Zo’n anderhalf jaar lang wisten ze niet precies wat het was. Ik werd er gek van en had indertijd bijna mijn fiets aan de wilgen gehangen. Tot een tandarts uit Amsterdam mij benaderde met het gegeven dat hij 95 procent zeker wist waar het aan lag. Mijn gebit. In 1976 brak tijdens een training mijn voorvork. Ik viel hard met mijn mond op de grond. Zo’n vijftien tanden los en beschadigd en mijn onder- en bovenkaak gebroken.’

Lees verder onder de foto!

‘Na de val ben ik stukken van mijn geheugen kwijt geraakt. Herinner mij slechts flarden van de ziekenwagen en het ziekenhuis. Toen ik bijkwam zei mijn moeder dat ik alleen sprak over: ‘Olympische Spelen naar de klote’. De bondscoach had mij al persoonlijk toegezegd dat ik geselecteerd zou worden. Ik heb de Spelen daardoor gemist en reed aan het einde van het seizoen de Tour de L’Avenir (3e in het eindklassement, red.). Mijn accu laadde later slecht bij en dat was nou juist altijd mijn sterke punt. Mijn 1e profjaar ging prima, maar na 3 jaar kreeg ik onder andere chronische verkoudheid met daardoor lage bloedwaardes. Heel frustrerend. Door die val heb ik bijna gedurende heel mijn periode in dienst van anderen gereden. Ik ben erg dienstbaar en heb dat altijd fijn gevonden.’

Lubberding zo trouw als een hond: ‘Het gras is nergens groener’

Nog altijd is de oud-renner ploegleider Peter Post dankbaar dat hij volledig kon herstellen op de fiets. ‘Nooit heb ik de neiging gehad ergens ander te gaan rijden. Het gras is nergens groener, al lijkt dat wel zo. Ik heb wel aanbiedingen gehad. Toen Johan van der Velde naar een Italiaanse ploeg vertrok, kon ik mee. Dat zag ik echt niet zitten. Dan zijn de verwachtingen ook hoger. Ik ben snel tevreden. Nuchter. Ik deed het ook niet voor de centen. Wat dat betreft reed ik in een tijd waarin je niet rijk werd als wielrenner. Ik heb ook in misschien wel de meest cleane wielerperiode gereden. Nadat ik ben gestopt in 1992 – op 39-jarige leeftijd- brak een periode in het wielrennen aan waarin de grenzen ver te zoeken waren.’

Lubberding stond bekend als één van de beste wegkapiteins in het voormalige wielrennen. ‘Je moet het zien en kunnen overbrengen. Ik durfde ook mijn mond open te doen naar ploegmaten toe. Het kwam voor dat een ploegleider soms zei over een renner dat ie een goede koers had gereden. Ik zag dat dan anders. Had die renner zich heel de koers niet aan de afspraken gehouden, maar alleen de laatste tien kilometer geknald met een aardige uitslag, zesde of zo. Nou, dan was ie na afloop aan de beurt bij mij. Binnen ons team waren er duidelijke afspraken. Als iemand dan zijn taken niet uitvoerde, moest ie niet met kutsmoezen aankomen. Door die bemoeienissen maakte ik een groep wel beter. Ik ging ook wel met Post in conclaaf. Vroeg ik of een ploeggenoot (zo’n haantje dat stond te trappelen) eens voor eigen kansen mocht gaan. Dan zou ie zelf ondervinden dat niet iedereen er zomaar klaar voor is.’

Als jochie vloog Henk Lubberding er al in: ‘Zodat ‘wij’ wonnen'

Zelf had Lubberding nooit de neiging om veel op de voorgrond te treden. ‘Ik voelde de dankbaarheid voor mijn werk van kopmannen als Zoetemelk en Knetemann. Dat was genoeg. Had ik heel vroeger al toen ik reed met mijn wielerploegje van vier jongens. Kwamen hun ouders mij met de auto ophalen van de boerderij. Zorgde ik ervoor dat ons team de bloemen mee terug op de hoedenplank had. Daarvoor vloog ik erin tijdens de wedstrijden, zodat ‘wij’ konden winnen.’

Lees verder onder de foto!

Lubberding hoeft niet lang na te denken als we vragen welke huidige ploeg het meest als team opereert. ‘Deceuninck-Quick-Step. Die werken met systemen en verschillende kopmannen. Is er eentje tijdens een koers niet in orde wordt er moeiteloos overgeschakeld op een ander. Denk ook maar niet dat een nieuwe renner niet eerst goed wordt gescreend. Hun kwaliteit is dat ze meerdere winnaars en veel dienstbare rijders hebben. Bij Jumbo-Visma zie ik Primoz Roglic niet voor een andere kopman werken, Tom Dumoulin wel. Die zie ik wel kunnen knechten voor Roglic of Steven Kruijswijk.’ (Foto's: Sirotti (Eerste twee foto's archief Henk Lubberding))

Gerrit van Loon


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws