Eikenprocessierups rukt op: hoe kun je er als wielrenner mee omgaan? IDL-producties

Eikenprocessierups rukt op: hoe kun je er als wielrenner mee omgaan?

Door Bram van der Ploeg 24 juni 2020 | 08:35


Nederland lijkt de eikenprocessierups deze zomer wat beter onder controle te hebben dan een jaar geleden. Het harige beestje zorgde in de zomer van 2019 voor ongelofelijk veel overlast met zijn jeukende brandharen, ook bij veel wielrenners. In de Leiderstrui sprak met expert Jules Sondeijker over hoe renners het best om kunnen gaan met de rups, de lintjes om de bomen en vooral: de jeuk.

Sondeijker is niet zomaar een expert. Hij is al sinds 2001 met de eikenprocessierups bezig en weet dus precies hoe het beestje 'werkt'. Jarenlang zat hij in de landelijke expertgroep om overlast tegen te gaan. Tegenwoordig is Sondeijker werkzaam bij gemeente Sittard-Geleen in Limburg. En laat Limburg nu net dé provincie zijn waar men amper overlast heeft van de processierups.

De eikenprocessierups bevindt zich, zoals de naam al aangeeft, in eikenbomen. Na de zomer leggen de vlinders hun eitjes in de toppen en rond april komen de rupsen uit. Die rupsen vervellen, in totaal zes keer, en na de derde keer krijgen de beesten brandharen. Deze schieten ze af bij nood, wel tienduizenden tegelijk. En die haartjes zorgen bij mensen voor overlast. Jeuk is één ding, maar het kan in het ergste geval zelfs tot blindheid leiden als je een haartje in je oog krijgt. Dieren overleden al aan de rups. Een serieuze zaak dus.

Na de chaos in 2019, waarin huisartsen overuren draaiden, hele straten gemerkt waren met linten om de bomen en alle koelzalven waren uitverkocht, zijn alle gemeenten dit jaar bezig geweest met vogelhuisjes (vogels eten de rupsen), biologische middelen om eiken mee te besproeien en zo meer. Dat lijkt zijn effect niet te missen, maar ook deze zomer is de eikenprocessierups zeker nog niet verslagen. Fietsers, dé buitensporters van Nederland, kunnen zodoende vast wel iets met de tips van Sondeijker.

De tekst gaat verder onder de video

Wat te doen voordat je gaat fietsen?

Volgens Sondeijker is er geen kaart waar precies op staat aangegeven waar je 'rupsvrij' kunt fietsen. Het enige waar je op af kunt gaan, zijn de rood-witte linten om de eikenbomen, die aangeven dat er nesten zijn gesignaleerd in de boom. En je kunt op de site van je gemeente checken welke bomen preventief zijn behandeld. Volgens Sondeijker is de kans namelijk groot dat in deze bomen geen nesten zitten. 'Als beheerders bestrijden met natuurlijke vijanden of er worden alleen nadien nesten weggezogen, dan zitten er rupsen met brandharen. Als bomen preventief zijn behandeld, is de kans klein dat er rupsen in de bomen zitten.'

Woon je in een regio waar de overlast nog flink is, dan doe je er goed aan om naast de gemeentesite ook de site van Natuurmonumenten of De Bosgroepen te raadplegen, mocht je door een gebied gaan fietsen waar veel eikenbomen staan. 'Voor wandelaars wordt in sommige gebieden aangegeven dat er rupsen zitten, bijvoorbeeld met borden. Op de weg is dat anders en alle provincies acteren hierin ook verschillend. In Noord-Brabant wordt bijvoorbeeld precies aangegeven op welke wegen er wordt bestreden en waar dus eikenprocessierupsen zitten.'

Wat te doen tijdens je fietstocht?

Als je eenmaal op de fiets zit, is het opletten geblazen bij bomen met rood-witte linten. Het is inmiddels juni, dus hebben de meeste rupsen de gevreesde brandharen gekregen. In veel gevallen hebben ze al in processie over de stam gelopen en zitten ze al in hun nest. Deze herken je als een soort groot spinnenweb tegen de boom aan. Maar zoals gezegd: een gemeente die een beetje zijn best heeft gedaan, heeft deze bomen reeds met een lint gemerkt. 

Sondeijker waarschuwt dat er ook nesten uit de bomen kunnen vallen, waardoor rupsen op de grond liggen. 'Vermijd bermen waar je rupsen of rupslinten hebt gezien. Rij er niet doorheen en ga ook niet even stoppen met je voet in de berm. Vanaf augustus tot aan het volgende voorjaar kan het voorkomen dat er oude nesten op de paden of in de bermen liggen. Dit zijn bruine, sponsactige substanties. Rijd hier niet overheen en schop ze ook niet weg. Deze nesten zitten vol met brandharen.'

Met de geschiedenis van oogletsel raadt Sondeijker vooral in de rupsmaanden mei, juni en juli een bril aan tijdens het fietsen. En je doet er als wielrenner goed aan om gebieden met veel eikenprocessierupsen te mijden als het regent of heeft geregend. 'Bij nat weer is er vaak overlast, vooral aan de bovenbenen en de kont, door het opspattende water', zo wijst Sondeijker op brandharen die door de regen op het fietspad liggen. 'Hier is niets aan te doen, al wil een regenbroek of regenbescherming wel helpen.'

Als het niet heeft geregend, is het alsnog slim om in risicogebieden met lange mouwen en een lange broek te fietsen. Maar wie doet dat, als het in juni of juli 25 graden of meer is? 'Fietsen doe je het liefst met korte mouwen en korte wielerbroek, dus dat werkt niet.'

Wat te doen na de fietstocht?

Als je een beetje voorwerk doet en je let onderweg een beetje op, dan kun je de schade beperken. Het belangrijkste is vooral de 'werkzaamheden' na de fietstocht. Eerst de ogen: heb je geen bril op gehad en heb je last van de ogen? Dan is het devies van Sondeijker: spoelen met handwarm water! 'Probeer niet in de ogen te wrijven en bij blijvende klachten moet men contact opnemen met de huisarts. Bij beschadiging van het hoornvlies kan men worden doorverwezen naar de oogarts. Die kan de klachten goed behandelen met oogdruppels.' Hij waarschuwt dat in sommige gevallen zelfs het oog blijvend kan beschadigen, met in het uiterste geval blindheid tot gevolg.

'Gelukkig' blijft het bij veel fietsers vooral beperkt tot vervelende kleine jeukbultjes. Die ontstaan binnen acht uur en als je eraan begint te krabben, ben je er zo twee weken zoet mee. De redacteur van dienst weet uit ervaring: gebruik koelzalf en blijf er met je poten vanaf, dan heb je er in principe slechts twee of drie dagen een beetje last van. Heb je echt veel jeuk, dan heeft Sondeijker wel een tip: 'Als je klachten hebt, kun je de huid strippen met plakband, schilderstape of een kledingroller. Daarna goed wassen en spoelen. Het is belangrijk om niet te gaan krabben, want dit leidt tot verergering van de huidklachten.'

Makkelijker gezegd dan gedaan, dus spinnen de makers van menthol- en eucalyptus-zalven garen bij het rupsseizoen. De verkoelende werking verzacht de jeuk. 'Ook zijn middelen op de markt met een licht verdovende werking op basis van Pramocaïne. Soms kan men ook azijn gebruiken om de jeuk tegen te gaan. Of middelen op basis van Aloë Vera, Calendula, die veel gebruikt worden als zelfzorgmiddelen. Bewezen werkzaamheid hiervan is onduidelijk, omdat daar geen directe onderbouwing voor is', aldus Sondeijker. 

Als de huid is gestript, gedoucht en gezalfd, blijft er nog één ding over: de kleding. Want je kunt nog zo je best hebben gedaan met kledingrollers en water, in de fietskleding kunnen ook brandharen zitten. Uit voorzorg even met de kledingroller erover kan sowieso geen kwaad, maar: 'Brandharen zijn moeilijk uit de kleding te verwijderen. Om herhaalde blootstelling te voorkomen is verwijderen van de haren uit de kleding wel noodzakelijk. De kleding dient daarom zeer grondig op zestig graden gewassen te worden. Zeker wanneer u weet dat u in een besmet gebied bent geweest en u overlast van de brandharen heeft ondervonden. Bij kleding die gewassen mag worden op maximaal dertig of veertig graden adviseren we om de kleding twee keer te wassen en extra te spoelen. Dan worden de haartjes zachter en worden makkelijker uitgespoeld. Ervaring zal leren of de brandharen dan voldoende zijn uitgespoeld of geïnactiveerd.'

Ideeën voor de processierups-vrije toekomst

Anno 2020 moeten we roeien met de riemen die we hebben, maar als het aan Sondeijker ligt, kan de wielerwereld wel degelijk inspelen op de aanwezigheid van de rups of eventueel andere insectenplagen in de toekomst. 'Bijvoorbeeld bij het gebruik van een navigatiesysteem. Bij een apparaat van bijvoorbeeld Garmin zou er een kaart moeten komen die je kunt selecteren en waar alle eikenbomen in staan.'

De gemeenten en beheerders van de bomen kunnen op hun beurt de besmette bomen aanleveren. 'Zij hebben alle gegevens van hun bomen. Wanneer je dat allemaal bij elkaar zou kunnen brengen, kun je in de periode tussen maart en juli de fietspaden selecteren die je beter niet kunt gebruiken in je route.'

Fietsen met de eikenprocessierups in vijf stappen

1. Informeer jezelf vooraf online goed over waar veel nesten zitten!
2. Draag een bril, en waar mogelijk bedekkende kleding, helemaal als het regent!
3. Let onderweg op rood-witte linten, oude nesten en treuzel niet als je er onderdoor fietst!
4. Bultjes? Niet krabben, maar spoelen, strippen en zalven met verkoelende zalf!
5. Strip of rol je kleding na afloop goed af en was indien nodig grondig!

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: redactie@indeleiderstrui.nl


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws