Interview | Paasschens: ‘Te graag in de ontsnapping zitten is ook een gevaar’ IDL-producties

Interview | Paasschens: ‘Te graag in de ontsnapping zitten is ook een gevaar’

Door Gerrit van Loon 13 oktober 2020 | 11:00


Geboren Rotterdammer Mathijs Paasschens voelt zich, ondanks dat hij vanaf zijn derde jaar in België woont, een echte ‘Ollander’. De 24-jarige renner van Bingoal-Wallonië Bruxelles liet zich de afgelopen tijd goed zien. In Luik-Bastenaken-Luik maakte hij een sprong naar de kopgroep. In de Waalse Pijl zat hij in de vlucht en reed hij een bijzonder sterke koers. In de Leiderstrui vroeg hem naar zijn kracht en ambities.

Voor de mensen die jou niet kennen. Wie ben je?

‘Mathijs Paasschens dus, begonnen met wielrennen als tweedejaars nieuweling bij Olympia Tienen. Ik fietste het jaar ervoor al regelmatig met vrienden uit de buurt, maar nog geen wedstrijden. Op mijn 23e jaar begonnen als (neo-)prof. Dat profbestaan combineer ik op dit moment met mijn studie bewegingswetenschappen aan de KU Leuven. Ik zit nu in mijn eerste master en hoop binnen drie jaar afgestudeerd te zijn. Het wielrennen heeft momenteel voor mij absolute voorrang.’

Je bent Nederlander van oorsprong, maar in praktijk een halve Belg toch?

‘Ja klopt. Ik woon sinds mijn derde in Heverlee (dicht bij Leuven, red.). Na als nieuweling en junior bij Olympia Tienen te hebben gereden, ging ik als belofte naar Royal Cureghem Sportif. Daar reed ik mijn eerste twee jaar als belofte. Daarna maakte ik samen met Brecht Stas en David Berghmans de overstap naar Home Solutions. Vanaf toen werkte ik met mijn huidige trainer Jasper Vaeck. Op die manier zette ik een paar stappen vooruit. Ik won in mijn derde jaar als belofte mijn eerste koers en vanaf toen kwam alles in een stroomversnelling. Uiteindelijk ben ik bij Bingoal-Wallonië Bruxelles terecht gekomen door Bart Roosens, Kevin Hulsmans en David Berghmans die veel tijd investeerden in het zoeken van contacten bij verschillende profploegen. Hiervoor ben ik hun nog altijd dankbaar.'

België is nog wielermaffer dan Holland, niet?

‘Ik denk dat België nog net dat tikkeltje wielergekker is dan Nederland. Al krijg ik van familie vaak te horen dat het daar ook leeft. Het aantal wedstrijden dat in België georganiseerd wordt is ook een veelvoud die in Nederland. En dat in alle categorieën. Dat zal er ook wel mee te maken hebben.'

Zijn de landen qua corona-maatregelen gelijk?

‘Redelijk te vergelijken. Gedurende de hele coronaperiode hebben we de vrijheid gehad om buiten te kunnen trainen. Dit was niet altijd zo in andere landen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de motivatie er altijd is geweest, ondanks dat we niet wisten hoe het seizoen er nog zou uit zien.'

Voel je je meer Belg dan Nederlander? Of toch echt een Rotterdammert?

‘Ik voel me toch nog altijd echt een Nederlander. Als je hele familie en je ouders Nederlanders zijn dan krijg je dat gewoon mee. Zo wordt er thuis nog altijd vooral naar Nederlandse programma’s gekeken op tv.’

Mooi. De grote ‘voorjaarskoersen’ LBL en Omloop Het Nieuwsblad stond er DNF achter je naam. Na Kuurne-Brussel-Kuurne; 123e. Wat kun je verbeteren om koersen helemaal uit te rijden?

‘Wat de Vlaamse klassiekers betreft, denk ik dat het vooral een kwestie is van parcourskennis. En wat meer de ballen hebben om te vechten voor mijn plekje. We hebben in het voorjaar regelmatig op de wegen van de Vlaamse klassiekers gereden. Het is een kwestie van je wattages kwijt kunnen op die steile kasseihellingen. Dat is een kunst op zich, maar ik ben ervan overtuigd dat als je het regelmatig doet je hier een stuk beter in kunt worden. De Waalse klassiekers passen qua profiel minder in mijn straatje. Ik ben hiervoor eigenlijk iets te zwaar gebouwd. Ik zie mij daar ook geen finales rijden. In wedstrijden van dat kaliber zijn een vroege ontsnapping of het helpen van een kopman vooral de taken waarop ik me moet focussen.’

Je bent zelf een typische aanvaller, toch?

‘Ik denk dat ik het inderdaad moet hebben van een open koers waarbij iedereen al op de pedalen heeft moeten duwen. De afgelopen jaren ben ik regelmatig ten aanval getrokken, omdat ik geloof dat je daar sterker van wordt. Al hoop ik de komende jaren mezelf steeds meer te kunnen laten zien in de finales van een wedstrijd. Dat is uiteindelijk waar het om draait: winnen.’

Lees verder onder de foto!

Matthijs Paasschens in de aanval (Foto: Sirotti)

Inderdaad. In LBL maakte je een sprong van een minuut richting kopgroep. Hebben jij en ploeggenoot Molly er toen echt in geloofd weg te blijven?

‘Voor onze ploeg is publiciteit in de Waalse klassiekers uiteraard van belang, maar je hoopt natuurlijk altijd zo ver mogelijk te geraken. Al moeten we wel realistisch zijn. Een vroege vlucht die wegblijft tot aan de finish en dat in een klassieker? Dat is eerder een zeldzaam verschijnsel.’

Welke tactiek heb je om te ontsnappen? In de Waalse Pijl lukte het je ook.

‘Naar mijn mening is het vooral de mind-set. Als je echt mee wilt zijn en je bent goed in vorm dan moet dat zeker lukken. Het gevaar is echter dat je te graag in de ontsnapping wilt zitten en je te veel energie verspilt in de eerste kilometers. Als het dan vervolgens even duurt voordat de ontsnapping wegrijdt, kan het zijn dat je die juist mist. Heb je al te veel inspanningen moeten leveren. Ideaal is om met twee of drie renners van dezelfde ploeg af te spreken en om de beurt mee te springen. Zo gebeurde het ook in de Waalse Pijl. Op die manier verdeel je het werk. De kans is dan veel groter dat je mee zit. Uiteraard speelt ook altijd de factor geluk een rol. Uiteindelijk bepaalt het peloton of een groep vrijgeleide krijgt.’

Welke koersen zitten er nog in het vat voor jou en je ploeg dit jaar?

‘Voor onze ploeg zijn er nog drie wedstrijden dit seizoen. De Scheldeprijs die ik niet zal rijden. Daarna heb je natuurlijk nog de Ronde van Vlaanderen en Driedaagse De Panne (wat nu een ééndagswedstrijd is). Voor beide wedstrijden is de definitieve selectie nog niet bekend voor onze ploeg. Dus dat is nog even afwachten.’

Welke ambities heb je zelf?

‘Ik leef vooral in het nu. Uiteraard zou het super zijn om ooit in een WorldTour-ploeg te mogen rijden, maar voorlopig ben ik nog lang niet uitgegroeid bij Bingoal-Wallonië Bruxelles. Buiten een grote ronde hebben we hier een supermooi programma met genoeg kansen om mijzelf verder te ontwikkelen. Het lijkt mij niet verstandig om stappen over te slaan. Ik ben blij met waar ik nu zit. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ik geen ambitie heb. Die ligt vooral in het verbeteren van mezelf en niet zozeer in waar ik me over een paar jaar zie staan.’

Wat maakt het leven van een wielerprof zo mooi?

‘De voldoening die je haalt uit het verleggen van grenzen. Het is een soort verslaving die al het afzien de moeite waard maakt. Als prof word je hiervoor betaald. Dat wil zeggen dat je altijd de tijd hebt om jezelf te verbeteren. Er zijn ook minder mooie kanten aan het wielrennen, zoals het veel weg zijn van huis. Weinig tijd voor vrienden en familie. Het feit dat je er altijd rekening mee moet houden dat je topsporter bent. Dus goed voor je lichaam zorgen. Dat is niet altijd makkelijk voor de mensen die dicht bij je staan. Zeker als het wat minder gaat, maar zolang in je hoofd zit dat er een moment komt waarop alles op zijn plaats valt. Dat je weet dat het je allemaal zo waard is.’ (Hoofdfoto: Bingoal-Wallonie Bruxelles)

Gerrit van Loon


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws