Like ons!
Gespot op Strava: Immense versnelling Porte en inzinking Woods op Willunga Hill

IDL-producties

Gespot op Strava: Immense versnelling Porte en inzinking Woods op Willunga Hill

Renners zijn niet altijd even open over hun prestaties, wattages en gegevens, maar Strava biedt bij veel mannen en vrouwen toch uitkomst. Wie reed er records aan puin tijdens trainingen en hoe presteerden de renners in wedstrijden? In de Leiderstrui kijkt in 'Gespot op Strava' wekelijks naar de cijfers achter de prestatie. Deze week: De strijd tussen de klassementsmannen op Willunga Hill.

Richie Porte was de snelste in etappe zes van de Tour Down Under, Wout Poels en Daryl Impey kwamen boven in dezelfde tijd. Het podium was daarmee bekend, maar er waren meer renners die strijdend boven kwamen op de populaire beklimming in Australië. Sommige mannen verloren tijd omdat ze in het rood reden, anderen konden hun inspanning volhouden. We nemen er een paar onder de loep, met de melding dat de gegevens van Poels helaas niet op Strava staan.

Strava-gegevens: Porte met 31,7 kilometer per uur naar Poels

Eerst Porte, die op 'zijn' beklimming uiteraard als eerste aan de meet kwam. Heel makkelijk ging dat naar eigen zeggen niet. 'Ik dacht dat ik de zege binnen had, totdat directeur Kim Anderson in mijn oren schreeuwde dat ze vlak achter mij zaten. Het gaf me een tweede adem, al waren de laatste 300 meters de langste ooit', zo zei hij. Dat blijkt wel uit de cijfers. Na een vrij rustige start van de slotklim zien we een piek in de snelheid van maar liefst 31,7 kilometer per uur, bergop. Het is het moment dat Porte zijn aanval lanceert en richting de eerder al weggereden Poels knalt.

Porte kan de inspanning een dikke vijfhonderd meter volhouden, voor het ingaan van die laatste driehonderd meter valt hij terug naar 24,8 kilometer per uur als ondergrens. Kim Anderson schreeuwt vervolgens in zijn oren, alvorens Porte er in slaagt om met zijn laatste krachten nog over de 30 per uur te gaan. Hij mag erdoor zijn handen opnieuw in de lucht steken, Poels en Impey komen te laat. Dat Porte het moeilijker had dan andere jaren blijkt ook wel uit het feit dat hij de slotklim in 7 minuten en 2 seconden beklom. Zijn persoonlijk record uit 2015 staat met 6:39 een stukje scherper. 


De gegevens van Porte: Versnellen, daarna eigenlijk bijna niet meer inzakken.

Kijken we naar Impey, dan zien we dat hij Willunga Hill met 7:05 drie seconden langzamer is op gereden. Dat een ieder zijn klim anders indeelt, is hier echter mooi te zien. Op het punt waar Porte 31,7 kilometer per uur haalt, zien we Impey niet boven de 30 komen. Hij kiest zijn eigen tempo. Als hij in de laatste 500 meter echter de eindzege in het klassement binnen handbereik ziet komen, komen er bovenmenselijke krachten vrij. Impey gaat nog eens op de pedalen staan en rijdt in de lijn naar de finish veel harder dan Porte. Hij gaat dik over de 32 en in een laatste sprint naar de meet zelfs over de 34. Het getuigt van een prachtig doorzettingsvermogen.

Kijken we naar bijvoorbeeld nummer zes Chris Hamilton, dan zien we wat een inspanning kan doen met de benen. Waar Impey de aanval van Porte in de slotfase alsnog kan beantwoorden, daar zien we bij Hamilton juist een flinke dip die hij ternauwernood te boven komt. Hamilton probeert wél mee te gaan met Porte, gaat flink in het rood en dat moet hij bekopen. Hij valt terug naar bijna 22 kilometer per uur, waarmee de leiders in de wedstrijd snel uit zicht zijn. Met een mooie eindsprint finisht hij op zes seconden. Klimmen doet rare dingen met een mens.

Dat zien we het beste bij Michael Woods, de grote verliezer van de slotdag. Hij was een grote favoriet voor de eindzege, maar Willunga Hill sloeg bij hem hard toe. We zien dezelfde waardes onderaan de klim, we zien de reactie op de versnelling van Porte, maar dan gaat het licht uit bij de renner van EF Education. Woods trapt op enkele punten niet harder meer dan 20 kilometer per uur. Zelfs bij de iets vlakkere finishstrook gaat het lampje niet meer aan. Van de dik 500 watt in volle competitie is dan weinig meer over. Het grafiekje vertelt de rest:

Dat 426 watt gemiddeld op een slotklim niet per se heel veel zegt, zien we wel aan de mannen die het op Willunga Hill net een beetje minder fanatiek deden. Dylan van Baarle, die met een zestiende stek in het algemeen klassement op een mooie week kan terugkijken, is een stukje zwaarder en haalt een gemiddelde van 462 watt op Willunga Hill. Toch komt de Nederlander een dikke halve minuut later binnen. Het gaat om het kracht-lichaamsgewicht, oftewel de watt per kilogram. Die zal bij Porte een stuk hoger liggen met zijn armen als luciferstokjes.

Ook Robert Gesink test zeker wel even de benen met een gemiddelde hartslag van 181 slagen per minuut op de slotklim. Die houdt hij uiterst constant, de Nederlander reed ook niet meer voor een klassement. Wat het verschil is tussen iemand die in een constant en degelijk tempo omhoog fietst (Gesink) en iemand die volle bak naar de meet rijdt (Porte)? 57 seconden. (foto: printscreen Tour Down Under)

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: redactie@indeleiderstrui.nl

Altijd als eerste op de hoogte van het belangrijkste en leukste wielernieuws? Meld je aan en ontvang jouw wielernieuws via Whatsapp!

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven