Like ons!
IDL Retro | De oneindige koersliefde van een fietsend fossiel

IDL-producties

IDL Retro | De oneindige koersliefde van een fietsend fossiel

In IDL retro blikken we meestal terug op gestopte renners of lang vergeten koersen. Dit keer gaat het over een nog actieve renner die zo oud is dat hij ruimschoots voldoet aan het predicaat retro. Niet Valverde-oud, maar fietsend fossiel-oud. Een rijdend prehistorische entiteit die nog hoop biedt aan al eeuwen gestopte mannen als Andrea Tafi. 

Simon en Adam Yates, Bob Jungels, Julian Alaphilipe, Miguel Ángel López, Jasper Stuyven, Richard António Carapaz, Emanuel Buchmann, Marc Soler, Maximilian Schachmann, Dylan Groenewegen, Pierre Latour, Magnus Cort Nielsen, Enric Mas, Sam Oomen, Fernando Gaviria, Wout van Aert, Tiesj Benoot, Matej Mohoric, Gianni Moscon, Pascal Ackermann, Egan Bernal, Caleb Ewan en Mathieu van der Poel.

Drie deftige grote ronde-teams kunnen er mee worden gevuld. Naast dat het renners zijn, hebben ze nog iets gemeen. Ze waren allemaal nog niet geboren toen Davide Rebellin voor het eerst een rugnummer opspelde voor een profkoers, in het begin van 1992. Niemand had nog internet, Miguel Indurain won pas zijn tweede Tour de France, er was meer Loeki de Leeuw dan reclame en programma’s op tv en er zouden nog acht edities van de Waalse Pijl gereden worden voordat Remco Evenepoel überhaupt verwekt werd, maar Rebellin was al profrenner.

De vrome doper
Zondag staat hij aan de start van de Grand Prix Cycliste la Marseillaise, de traditionele opening van het Franse wielerseizoen. Het begin van zijn 27ste seizoen (in 2010 zat hij een schorsing uit) bij de profs.  Hij doet dat aan de zijde van vijf Algerijnen en een Belg en het zal waarschijnlijk niet om de zege zijn. Dat hindert niet. De Monnik koerst, dus hij bestaat.

De Italiaan wordt ook wel het Paterke uit Bonifacio genoemd omdat hij op een blauwe maandag misdienaar was. Hij mag dan niet altijd een heilig boontje zijn geweest in zijn medicinaal zondigen, hij heeft zijn primaire geloof (de koers) altijd met een ontzagwekkende vroomheid beleden. Geen renner die zo verslingerd is aan de wielrennerij als Rebellin. Dat de 47-jarige nog altijd prof is kan deels verklaard wordt door zijn ascetische benadering van de koers. Ook heeft hij wellicht zijn duurzaamheid vergroot door sinds 2000 geen grote ronde meer uit te rijden. In kleinere koersen komt hij nog altijd aardig mee, hij won zelfs nog een ritje op .2-niveau in Algerije vorig jaar. De hoogtijdagen liggen echter toch wel ver achter hem, met 2004 als de absolute piek in zijn carrière. Tot dat jaar was het gewoon een renner als anderen. Ik had er warme noch koude gevoelens bij. Na 2004 zag ik hem even als de Antichrist.

2004
Waar Rebellin zijn liefde voor het wielrennen aan de start of winnend op de streep nog kan versieren met een glimlach, zo bloedserieus kijkt hij tijdens de wedstrijd. Blikken die je anders alleen maar ziet bij mensen die een bom ontmantelen of een levensgevaarlijk chirurgische ingreep doen. Het was de blik die Boogerd het hele voorjaar in 2004 zag als hij over zijn schouder keek. Geen fijn gezicht: ‘Ik ga je vandaag afmaken. Grondig, onverbiddelijk en zonder omwegen.’

In de Amstel Gold Race werd Boogerd precies zo afgemaakt. Pijnlijk voor hem én voor mij, als grotere fan van de renner Boogerd dan van wielrennen in het algemeen. Rebellin bleek in zijn helblauwe Gerolsteiner-klofje niet te lossen ballast. Er zat een denkbeeldige, onbreekbare ketting tussen beiden. Nog altijd associeer ik Gerolsteiner niet met bruisend water, maar met opborrelende woede. Zonder Boogerd aan de start won Rebellin ook in de Waalse Pijl. Iets wat tot dan toe enkel Stan Ockers, Eddy Merckx en Moreno Argentin was gelukt. Boogerd had een serieus probleem met oog op de voor de deur staande favoriete koers van de Hagenees, Luik-Bastenaken-Luik.

Ik sleet de zondag toen nog met potjes voetbal in de zevende klasse. Met 15-3 verliezen van huisvaders wiens kinderen het nest al verlaten hadden en die vooral op het veld stonden om de benen nog een beetje soepel te houden. Op de zondag van Luik-Bastenaken-Luik speelden we uit bij Velsen in Driehuis. De finish werd verwacht tussen het laatste fluitsignaal en de derde helft. Toen de tegenpartij me na het einde van de met 8-1 verloren wedstrijd een snellere sprint zagen trekken dan tijdens het hele potje, zullen ze wel gedacht hebben dat er iets bezig was langs mijn benen te lopen.

In de kleedkamer zette ik direct de meegebrachte radio aan.  Het stemgeluid van Jacques Chapel brak door – of misschien was het Sebastiaan Timmerman (het is een tijd geleden: Remco Evenepoel was bezig aan zijn eerste Duplokasteel). De Saint-Nicolas was op komst. De radio bleek voor een dag waterproof en ging mee onder de douche. Boogerd demarreert en heeft een veelbelovend gaatje, maar vlak voor de top wordt het aansluiten van Rebellin en Alexander Vinokoerov gemeld.

Iedereen is inmiddels aangekleed en tot mijn retrospectieve verbazing blijft het weinig wielerfans tellende, volledige team zitten om op het knorrige radiootje de ontknoping te horen. De drie koplopers zitten op de laatste hellende strook, een kilometer voor de meet. ‘Kom op Michael!’ Boogerd probeert Rebellin nog overboord te kieperen, maar het zal weer gaan aankomen op een sprint. De verslaggever laat ons een seconde of tien geloven dat Boogerd de sprint in zijn voordeel aan het beslechten is. Rebellin wint – zo blijkt later op de tv-beelden- echter eenvoudig. Veertien jongens zitten in een voetbalkleedkamer alsof ze net te horen hebben gekregen dat een medespeler is overleden. Rebellin heeft de mooiste zege in zijn carrière behaald.

Gebed zonder eind
Even was de Italiaan bijna een Argentijn. Zoals Bart Voskamp een Belg was of het halve voetbalelftal van Qatar dat gisteren voor het eerst de Asia Cup won Qatarees. Rebellin mag ondanks zijn voorjaar in 2004 niet mee naar de Olympische Spelen in Athene, maar het plan tot neutralisatie komt te laat. Hij wint nog twee keer de Waalse Pijl, maar kan zijn topjaar nooit meer evenaren. Op de Spelen van 2008 is hij er wel en wint zilver, maar moet die medaille inleveren nadat hij betrapt wordt op het gebruik van CERA. Na de schorsing is de Italiaan al 39, maar wil nog niet van ophouden weten.

De antipathie jegens Rebellin is langzaamaan verdwenen. Er is enkel nog respect voor zijn koersintelligentie en volharding in het rennersbestaan. Wielerantiek of beroepsbrocante, een niet te verdelgen kakkerlak in positieve zin of Goelag-overlever, Rebellin is niet van zijn fiets te krijgen. Het is niet ondenkbaar dat als klimaatverandering of een nucleaire oorlog een einde heeft gemaakt aan de mensheid, Rebellin dat overleeft. En dat hij in een apocalyptische wereld, met nauwelijks berijdbare wegen, nog steeds dagelijks op de fiets stapt. Malend en fantaserend dat hij in een koers zit, met een dodelijk serieus gelaat alsof er iemand voor hem rijdt die vermoord dient te worden.

Mathijs Stel (email: mathijs@indeleiderstrui.nl )

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven