Like ons!
IDL Retro | Een gouden generatie; was er Italiaans leven vóór Vincenzo Nibali?

IDL-producties

IDL Retro | Een gouden generatie; was er Italiaans leven vóór Vincenzo Nibali?

Onlangs plaatsen wij een artikel over Davide Formolo, de op-een-na-populairste wielrenner na… Vincenzo Nibali. Is dit heel raar? Nee, Nibali is momenteel de enige Italiaan in het wielerpeloton met meerdere eindzeges in grote rondes op zijn naam. In deze IDL Retro zoomen we in op de late jaren negentig, de laatste periode waarin de Italianen echt heersten in de wielersport. We maken een top-5.

Fabio Aru? De beste man die in de slotfase van de Vuelta 2015 de eindzege voor de neus van Tom Dumoulin wegkaapte bevindt zich, zacht uitgedrukt, niet bepaald in de beste vorm van zijn carrière. Met andere woorden, het wielergekke land Italië wordt momenteel, in tegenstelling tot Nederland, niet heel erg verwend als het gaat om een goede generatie. Daar waar wij Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk en Bauke Mollema hebben is het in Italië Nibali, Nibali en nog eens Nibali.

Echter, dit was wel eens anders. Het duo Coppi en Bartali maakt wellicht onderdeel uit van het meest bekende voorbeeld van een gouden generatie Italiaanse wielrenners. Toch hoeven we niet heel ver terug in de wielerboeken te duiken om een recentere "gouden generatie" Italiaanse wielrenners te vinden. Allen geboren rond het jaar 1970 domineerden zij in de late jaren ’90 en het begin van de 21e eeuw de koersen in eigen land, wat met een immense populariteit gepaard ging.

5. Francesco Casagrande – “Casseta”

Of de uitbundige aard van veel Italianen nu wel of niet is aangeboren... Wanneer Francesco Casagrande in beeld kwam leek deze, enigszins stereotype eigenschap, als sneeuw voor de zon verdwenen. De nuchtere Italiaan stond nooit uitgebreid in La Gazzetta dello Sport en zat na de koers het liefst zo snel mogelijk weer thuis op de bank bij zijn vrouw en kinderen. Toch reed de geboren Florentijn in alle grote rondes minimaal één keer bij de beste tien. Zijn beste prestatie was, niet geheel verrassend, in eigen land.

In de Giro d’Italia van 2000 leek “Casseta” op weg naar zijn eerste overwinning in een grote ronde, tot de slottijdrit op de voorlaatste dag hem de das om deed. Landgenoot Stefano Garzelli wist anderhalve minuut sneller te rijden in een klimtijdrit naar Sestrieres, wat genoeg bleek voor de eindzege. Helaas voor Casagrande zou hij nooit dichter bij de hoogste trede van het podium in een grote ronde komen.

In 2002, nadat Casagrande het jaar ervoor in zowel de Giro als de Tour moest opgeven, kon zelfs de altijd nuchtere Casagrande zichzelf niet meer beheersen. Hij stond, in de weinig zeggende vijftiende etappe van de Giro, in een zeer gunstige positie om in de resterende etappes voor de eindzege te gaan. Ook stond de Italiaan in poleposition om de leiderstrui in het bergklassement te winnen, toen de Colombiaan John Freddy Garcia de enige bergpuntjes van de dag voor de neus van Casagrande wegkaapte. Casagrande was hier niet van gediend en beukte de Colombiaan de hekken in. Gevolg: twintig hechtingen in de kin van de arme Garcia en een diskwalificatie voor Casagrande.

In 2005 zette de Italiaan een punt achter zijn carrière nadat zijn ploeg besloot hem niet voor de Giro te selecteren. Na zijn carrière richtte Casagrande zich toe op het mountainbiken. Een hobby die hij nog altijd met veel plezier beleefd. In zijn prijzenkast rijken eerste plaatsen in onder andere de Waalse Pijl en de Clásica San Sebastián. Ook zijn derde plaats op het wereldkampioenschap op de weg van 2000 mag zeker niet worden vergeten.  

4. Paolo Savoldelli – “Il Falco”

Wat hebben Samuel Sanchez, Fabio Cancellara en Matej Mohoric gemeen? Naast het feit dat er twee een mooie carrière achter de rug hebben (dopingschorsingen daargelaten) en er voor één een hopelijk mooie carrière staat te wachten, staan zij allen bekend als absolute meesterdalers. Toch denken de Italianen (Nibali daargelaten) maar aan één man als het gaat om het afdalen met de fiets: Paolo “Il Falco” Savoldelli.

Naast zijn specialisme bergafwaarts, is Savoldelli ook bekend van zijn zege van de Giro van 2002, de Giro die Casagrande, zonder uitsluiting, had moeten winnen. Wel moet worden gezegd dat andere favorieten als Gilberto Simoni en Stafano Garzelli wegens dopingschorsingen niet meededen. Als gevolg van zijn zege verdiende Savoldelli een contract bij de roze formatie van T-Mobile, wat destijds een van de grootste ploegen van het peloton was. Na twee tegenvallende seizoenen had ene Lance Armstrong een plekje over in de ploeg van Discovery Channel.

Ondanks de nodige pech (Savoldelli brak aan het begin van het jaar zijn sleutelbeen) won de Italiaan verrassend de Giro van 2005. Hij hield uiteindelijk slechts 28 seconden over op naaste belager Gilberto Simoni en mocht zodoende in dienst van Armstrong de Tour rijden. Hier wist hij vervolgens naast de ploegentijdrit ook de zeventiende etappe te winnen.

Na 2005 reed “Il Falco” niet langer voor eigen succes, maar vaak in dienst van anderen. Toch wist hij nog twee grote zeges in eigen land te behalen. Zo won hij de proloog van de Giro in 2006, en de twintigste etappe van de Giro in 2007. In 2008 besloot de meesterdaler te stoppen, waarna de altijd goedlachse Italiaan, tot op de dag van vandaag, wielercommentator op de motor is voor het Italiaanse Radiotelevisione Italiana.

3. Stefano Garzelli – “Il Piratino”

Nadat Stefano Garzelli zijn eerste succes als wielrenner boekte in de Ronde van Zwitserland van 1998, spraken de Italiaanse kranten over “Il Piratino”, oftewel: de kleine piraat. Daar waar Pantani al razend populair was, deed Garzelli met zijn mooie tred en kale hoofd denken aan de meest succesvolle Italiaanse wielrenner van dat moment. Dit, tot grote tegenzin van Garzelli zelf, die bewees een veelzijdigere renner dan Pantani te zijn en ook over een prima eindschot te beschikken. Een klimmer met een dergelijke ‘punch’ zou een soort voorloper van Valverde genoemd kunnen worden: aanhaken bij de besten, om het vervolgens in de laatste meters af te maken. 

Garzelli won maar liefst negen etappes in de Giro en hij veroverde één keer de roze trui voor de eerder besproken Casagrande. Buiten Italië bleek Garzelli, zoals veel Italiaanse klassementsrenners, niet in staat hetgeen te doen wat hij in eigen land wel deed: winnen. Een tweede plaats in Luik-Bastenaken-Luik daargelaten is het palmares van Garzelli buiten Italië niet bijzonder sterk. Vijf keer probeerde de Italiaan het in de Tour. Zijn beste klassering werd uiteindelijk een 14e plaats in de Tour van 2003. Net als Savoldelli is ook Garzelli binnen de Italiaanse sportmedia actief geworden en is hij tijdens zowel de Giro als de Tour-analist bij de RAI.

2. Gilberto Simoni – “Gibo”

Klein van stuk, maar o zo snel ging Gilberto “Gibo” Simoni over de Italiaanse bergen. Eén van de beste Italiaanse ronderenners ooit werd geboren in Trentino, maar moest in 1998 voor de derde opeenvolgende keer opgeven in de Giro d’Italia. Gefrustreerd stopte de nog jonge Simoni met wielrennen, waarna wielerlegende Francesco Moser hem onder zijn hoede nam en Simoni een plaats aanbood als mecanicien in zijn bedrijf Moser Cicli.

Met hulp van Moser vond “Gibo” het plezier in het wielrennen terug en kreeg hij bij de Italiaanse wielerformatie Alessio-Bianchi een nieuwe kans. Tegen alle verwachtingen in wist Simoni knap op het podium te eindigen in het eindklassement van de Giro. Nadat hij het jaar erop wederom als derde in de Giro eindigde, mocht Simoni in 2001 de grote gouden trofee voor het eerst omhooghouden. Na een opgave in het jaar erna vocht “Gibo” zich terug en won hij in 2003 voor de tweede keer de Giro. In 2004 moest Simoni de eindwinst aan zijn piepjonge ploeggenoot Damiano Cunego laten, wat de Italiaanse hoop op opvolging van Simoni & co deed opleven. Helaas kon Cunego zijn prestatie nimmer herhalen.

1. Marco Pantani – “Il Pirata” of “Il Elefantino”

In het wielrennen zijn er legendes, én er zijn legendes die daadwerkelijk legendes worden. Met alle pieken en dalen inbegrepen behoort Marco Pantani ongetwijfeld tot de laatste categorie. Bijnamen had Pantani in ieder geval genoeg. Met bandana op werd Pantani steevast “Il Pirata” genoemd, zonder bandana op was hij “Il Elfantino” (het olifantje), vanwege zijn kale schedel en naar buiten staande oren. Pantani beleefde zijn absolute doorbraak in 1994, toen hij zowel in de Giro als in de Tour het podium haalde en in de Giro zelfs twee etappes wist te winnen. Voor het eerst sinds Felice Gimondi leken de Italianen weer buiten Italië een eindwinnaar te hebben. Maar elk succes kent een keerzijde. In 1995 werd Pantani tijdens een training aangereden en moest hij noodgedwongen de Giro aan zich voorbij laten gaan. In de Tour reed “De Piraat” wel mee. Ondanks twee etappeoverwinningen, waaronder een rit naar de Alpe d’Huez, kwam Pantani niet verder dan een dertiende plaats. Na een tegenvallend jaar qua eindklasseringen in de grote rondes, sloot Pantani het jaar succesvol af door in een legendarische editie van het wereldkampioenschap wielrennen in Colombia als derde te eindigen. Toch sloeg het noodlot wederom toe, toen Pantani het jaar erop hard ten val kwam in Milaan-Turijn. Toen hij een jaar lang stil had gestaan, dacht niemand dat de gouden jaren van de kleine Italiaan nog moesten gaan komen.

Na zijn terugkeer in 1997 al glans te hebben gegeven met twee etappezeges in de Tour, bleek 1998 het absolute topjaar te worden van zijn carrière. Nadat hij de Giro in eigen land won, werd hij de eerste Italiaan in meer dan dertig jaar tijd die de Tour de France op zijn palmares mocht bijschrijven. Nieuwe dieptepunten bleken echter weer op komst, toen Pantani in de Giro van 1999 als klassementsleider de ronde moest verlaten vanwege een te hoog hematocriet-gehalte.  “Het Olifantje” van weleer raakte terecht in een diep duister dal en kampte met depressies en drugsverslaving. Nog eenmaal deed Pantani van zich spreken toen hij in de Tour van 2000 op de Mont Ventoux in een sprint-à-deux de latere tourwinnaar Lance Armstrong wist te kloppen. Toen Armstrong hierna beweerde Pantani de overwinning kado te hebben gedaan, was de Italiaan uit op wraak. Hierop won hij wederom een etappe, ditmaal naar Courchevel. Pantani besloot de Tour niet uit te rijden, wat hem in diskrediet bracht bij de Tourdirectie. Pantani en zijn ploeg waren hierop niet langer welkom in de Tour.

De uitsluiting, in combinatie met de eerdere teleurstellingen duwden Pantani opnieuw in een depressie. Toen hij in 2003 stopte met wielrennen bleek Pantani zichzelf niet meer terug te kunnen vechten. Hij overleed, eenzaam en alleen, in 2004 op een hotelkamer in Rimini. Het zou lang duren voordat het onderzoek naar zijn mysterieuze dood werd afgerond. In 2015 kwam het eindoordeel. Pantani zou zijn gestorven aan een cocktail van cocaïne en antidepressiva. Er zijn legendes die legendes worden met een goede afloop. Pantani behoort, ongetwijfeld, niet tot de laatste categorie. (Foto: Sirotti)

Jorn Schulting

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven