Like ons!

Opinie

Column: Veldrijden nog altijd té Vlaams, er moeten opofferingen gemaakt worden

Mathieu van der Poel, Annemarie Worst, Pim Ronhaar en Ceylin del Carmen Alvarado. Allemaal winnaars afgelopen zondag op het Europees Kampioenschap in Rosmalen. Het was 'Oranje boven' in vier dan de vijf categorieën van deze nochtans nog steeds veel te Vlaamse sport.

Misschien weet u het nog wel; het WK van Koksijde in 2012. Niels Albert won voor Rob Peeters, Kevin Pauwels, Tom Meeusen, Bart Aernouts, Klaas Vantornhout en Sven Nys. De gehele Belgische selectie eindigde op de eerste zeven plekken. Onze beste landgenoot was vijftiende. De laatste keer dat iemand van buiten Nederland en Vlaanderen op een WK-podium stond bij de mannen was in 2014 met Zdenek Stybar, die goed Nederlands spreekt. In totaal werd hij drie keer wereldkampioen en twee keer tweede. De laatste keer dat iemand anders van buiten de lage landen op zo'n podium stond was in 2007, toen waren dat Jonathan Page en Enrico Franzoi.

Vlaanderen op de kalender en in de uitslag

Er is echt wel iets veranderd in veldritland. De Nederlanders lijken dominant, hoewel het beeld misschien vertekend is. We zoomen in op het duel tussen Mathieu van der Poel en Wout van Aert, Nederland tegen Vlaanderen, maar als je de top-tien als totaal bekijkt zijn er zeven Vlamingen en drie Nederlanders. De eerlijkheid gebiedt dan te zeggen dat het mannenveldrijden nog een Vlaamse aangelegenheid is, met een paar Nederlanders ertussen.

Een oorzaak daarvan is misschien wel gewoon de kalender. In veldritmaand december rijdt de veldrittop in Hasselt, Mol, Essen, Overijse, Antwerpen, Zonhoven, Sint-Niklaas, Namen, Zolder, Loenhout, Bredene en Diegem. Allemaal Belgische plaatsen dus en bijna allemaal in Vlaanderen. Alleen Namen ligt buiten het Nederlands taalgebied. Natuurlijk is dat logisch, want in Vlaanderen leeft de sport gewoon het meest en zijn de meeste toeschouwers. Als er een keer in het buitenland gecrosst wordt, is daar ook discussie over. Bijvoorbeeld met de Wereldbeker in Bern of de Amerikaanse wedstrijden. 

Veldrijden vrouwen internationaler

De vrouwen geven qua deelnemers al het goede voorbeeld. Oké, lange tijd was Marianne Vos buitengewoon dominant, maar haar concurrentes waren bijvoorbeeld de Duitse Hanka Kupfernagel en de Amerikaanse Katherine Compton, dit jaar in Valkenburg nog tweede. En nieuwe dames dienen zich aan met Comptons landgenote Kaitlin Keough en de Britse Evie Richards. Het vrouwenveldrijden staat er in dit opzicht gewoonweg een stuk beter op dan het mannenveldrijden. Nu de kalender nog.

Volgens mij zijn de meeste renners, betrokkenen en fans het eens dat de cross internationaler moet en dat zal soms wat moeite kosten. Ik hoop dan ook dat de pogingen om de sport internationaler te maken doorgaan. Bijvoorbeeld in Zwitserland, Frankrijk en Baskenland zijn er regelmatig mooie wedstrijden geweest. Dan kunnen de mensen daar ook genieten van deze prachtige sport en is de kans groter dat het daar weer beoefend wordt. En met de opkomst van veel talenten uit Groot-Brittannië ligt ook daar een kans.

Ook voor ons hebben die buitenlandse crossen een voordeel. De parcoursen zullen minder eentonig zijn. België is gewoon grotendeels vlak en die paar Nederlandse crossen met Gieten en Hoogerheide blinken ook niet uit in hoogtemeters. Crossen in het buitenland zullen dus gevarieerder zijn. Als de veldritsport wil, kan het echt wel naar het buitenland. Maar dan moeten er wel opofferingen gemaakt worden. Dat betekent dat sommige Vlaamse crossen misschien geschrapt moeten worden en de reisafstanden iets meer worden. Veranderingen kosten nou eenmaal moeite, maar voor het voortbestaan van deze prachtige sport is het wel belangrijk. (Foto: screenshot)

Jasper den Boon (E-mail: jasper@indeleiderstrui.nl / Twitter: @JasperdenBoon)

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven