Ian Boswell is positief gestemd over het Amerikaanse wielrennen, zo vertelt hij in gesprek met VeloNews. Ondanks het vroegtijdige afscheid van Andrew Talansky en de magere jaren van Tejay van Garderen komt er volgens de renner van Katusha veel talent aan. Amerika wacht al een tijdje op wielersucces en staat op de wereldranglijst op een veertiende plaats qua prestaties. Veel te laag voor een land dat zo groot is en doorgaans zo ambitieus, vindt ook Boswell. 'Er zijn veel renners uit 1990, 1991 en 1992 die eraan komen. We hebben naast mezelf Larry Warbasse, Joe Dombrowski, Chad Haga, Joey Rosskopf, Ben King en dan vergeet ik er nog een paar.'
'Er is een groot gat nu Talansky heeft gekozen voor de triatlon en Van Garderen zijn ambities heeft aangepast en in de Tour Richie Porte gaat helpen', beaamt Boswell, die desondanks vol vertrouwen is. 'We werken hard, maar soms valt het niet in elkaar. Het ziet er echter goed uit. Brown lag er vorig jaar uit en Taylor Phinney maakte zijn comeback. Alex Howes heeft ervaring opgedaan en is heel actief in wedstrijden. Er komen steeds meer Amerikanen in het peloton, maar er is een gat na het tijdperk Lance Armstrong.'
Of Amerika ook klassementsrenners voortbrengt die voor podiumplekken kunnen gaan, ook daar vertrouwt Boswell op. Zelf koos hij bewust voor een vertrek bij Team Sky en een contract bij Katusha om voor eigen kansen te gaan. 'Ik wil presteren, net als alle anderen. Wie we in de gaten moeten houden?
Michael Woods, ondanks dat hij in Canada geboren is. Hij werkt hard, is gefocust, heel vriendelijk en heeft meer ervaring nu. Hij is een Noord-Amerikaanse renner met potentie.'