Like ons!

Waar we in de Tour de France vaak bundels van bergetappes over twee of drie dagen zien, daar beuken we in de Giro van dit jaar gewoon door. Ook de zestiende etappe, na een welverdiende rustdag, is een bergetappe en de finish ligt heuvelop na een serieuze col in de finale.

We fietsen van Lovere naar Ponte di Legno over 226 kilometer. Opnieuw zitten de renners dus lang op de fiets en de weg loopt constant op en af. Alleen al in de eerste vijftig kilometer bedwingen we de Passo della Presolana (7,5 kilometer aan 8,3 procent gemiddeld) en de Croce di Salven. Daarna is het in dalende lijn naar de vallei, wachten op een beest van een col.

De Ponte di Legno wordt al beklommen, maar deze klim gaat over in de Passo Gavia. 16,5 kilometer lang moeten de renners klimmen aan 8 procent gemiddeld. Vooral de hoogte van 2618 meter zal sommige renners doen laten lijden. Een joekel van een afdaling brengt ons weer helemaal in de vallei, alvorens het volgende monster opdoemt...

De Passo del Mortirolo kennen we nog uit 2017, toen Tom Dumoulin na de top in de berm ging zitten. De klim is 12,8 kilometer lang en gaat aan 10,1 procent gemiddeld. Opnieuw een afdaling brengt ons terug bij de voet van de Ponte di Legno, waar de finish bovenop ligt. 

De etappe kent twee tussensprints, aan de meet zijn tien, zes en vier bonificatieseconden te verdienen. 

Naar boven