Er was een tijd dat je in de zomervakantie langs een meer of aan zee met een draagbare radio aan je oren zat te luisteren naar de Wereldomroep. Geen stress, gewoon om 16.00 uur even twee uurtjes luisteren. Die tijden van Radio Tour de France liggen inmiddels ver achter ons. De grote rondes worden keurig in beeld gebracht, de online wereld duikt er bovenop en dus vecht ik sinds enkele jaren drie keer per seizoen een ongelijke strijd uit: Ik moet een wielerploeg samenstellen.
Het begon enkele jaren geleden met de Tour de France, maar inmiddels kunnen de wielerliefhebbers zich ook uitleven op de Giro en de Vuelta. Het is fantastisch, want een wielerspel tijdens een grote ronde maakt die grote rondes nóg leuker. Iedere dag zit je te hopen dat jouw aanvaller in de vlucht van de dag zit. Je bent er drie dagen ziek van als jouw klassementsman valt en je staat te juichen als jouw dark horse de etappe wint. Lekker een lange neus trekken naar de rest, want in een subleague kun je al die pret met anderen delen.
Ik hou ervan en tegelijk haat ik het: een ploeg samenstellen. Ik doe ieder jaar mee aan één of twee spellen waarin je met een budget kan werken. Iedere renner heeft een waarde, onder het mom: Maak het jezelf nog wat moeilijker. Wekenlang stoei je met de vraag: Waar doe ik goed aan? In de Giro lijkt het een ronde voor de aanvallers en de klimmers te worden. Maar vergeet die twee tijdritten niet en je moet toch ook een sprintertje meepakken. In de Tour wordt de uitdaging nog groter met een ploegentijdrit, klimmetjes voor de punchers, langere klimmen en de kasseien.
Ik ben er niet goed in en heb in al die jaren volgens mij één keer een subleague gewonnen. Ik heb de onmenselijke drang om renners op te stellen van wie ik hoop dat ze het goed doen. Dat is een leuke gedachte, maar dodelijk voor een wielerspel. Je moet nadenken, kijken wie goed rijdt en vooral beslissen op basis van wat je denkt, niet op basis van wat je hoopt. Ik kijk, als de grote ronde al onderweg is, altijd jaloersmakend naar de mensen die het goed doen. "Oh ja, die had ik natuurlijk moeten nemen."
En toch verander ik niet van strijdplan, omdat deze Giro voor mijn soort gemaakt is. De Ronde van Italië wordt ontegenzeggelijk een ronde van de aanval, met bijna geen meter vlak. Er staat slechts één sprinter van naam aan de start (Elia Viviani) en voor de rest is het uitkiezen maar. En net als ieder jaar gaat dat bij mij altijd op dezelfde manier: Je kiest een team met je hoofd, je doet enkele aanpassingen en gooit in de laatste week alles om, omdat je enthousiasme en hoop het overnemen.
Ik kies daarom voor de aanval, voor een team met grinta. Want daar hou ik van en daar hoop ik op. Geen wielplakkers, geen berekende types, aanvallers! Dus geen Tom Dumoulin en dat is een beetje als vloeken in de kerk. Maar zoals wel vaker met de gedachte: Als een landgenoot het alsnog goed doet, is dat een schrale troost. Het is de enige reden waarom ik naast alle aanvallers Chris Froome erbij pak. Als hij de Giro wint én je hebt hem niet in je team, dan is dat dubbel shit.
Herkenbaar hè? Een beetje slap lullen over een Giro-ploeg. Mijn vriendin snapt er geen reet van, dat ik weer drie weken helemaal uit mijn dak ga. En toch gaan we er weer voor. De komende drie weken sta ik te juichen als Chris Froome, Fabio Aru, Thibaut Pinot, Miguel Angel Lopez, Esteban Chaves, Davide Formolo, Victor Campenaerts, Andrea Guardini, Ryan Mullen, Koen Bouwman, Ben O'Connor, Jack Haig en Niklas Eg het goed doen. Om vervolgens te hopen dat Dumoulin mij wederom het ongelijk bewijst. (foto: BORA-hansgrohe)
Doe mee aan het Giro d'Italia spel van Zweeler! Schrijf je in, kies twintig renners, scoor punten en win veel geld!