Mathieu van der Poel is een supertalent, maar hoe komt hij aan dat talent? Voor een groot deel zit dat in zijn DNA. Dat zegt onderzoeker Martin Thomis van het KU Leuven tegenover Het Nieuwsblad. Vader Adrie van der Poel was zelf een groot coureur, net als opa Raymond Poulidor. ‘De basiskenmerking zoals kracht, lenigheid en uithoudingsvermogen, kunnen we voor 50 tot 70 procent linken aan DNA. Dat is het zogezegde talent’, zegt Thomis. ‘Maar de grote vraag is wat je ermee doet. Ongeveer 50 procent van sportiviteit is genetisch, de andere helft is omgeving. Reageer je gemakkelijk op training, ben je psychologisch sterk, heb je een goede uithouding? Dat zijn allemaal elementen die ook te maken hebben met voeding, training, familie en de juiste omkadering.’
‘Als al die puzzelstukjes aanwezig zijn, zou je theoretisch gezien een goede sporter kunnen worden’, aldus Thomis. Bij Van der Poel blijkt dit meer dan geslaagd. ‘De kans dat sportieve ouders een sportief kind krijgen is een stuk groter dan bij niet-sportieve ouders, maar genetica doet maar zoveel. We kunnen ook niet bepalen of sportieve genen al dan niet dominant zijn, net omdat het er zoveel zijn. We kunnen dus ook geen percentage geven.’ (Foto: screenshot)