Meer profwielrenners zouden af en toe moeten gaan veldrijden. Dat stelt Thijs Zonneveld in zijn column voor het Algemeen Dagblad. Dit naar aanleiding van de overwinning van Mathieu van der Poel in de Ronde van Limburg. Een zege die niet uit de lucht komt vallen. ‘Het lijkt een paradox dat Van der Poel zo goed is in een discipline waarop hij zich niet concentreert, maar dat is het niet helemaal’, schrijft Zonneveld. ‘Het zegt iets over zijn kwaliteiten, maar ook over het veldrijden. Door over balkjes te springen en zichzelf in bochten te smijten heeft hij zijn techniek ontwikkeld. Door een uur lang na elke bocht aan te zetten, is hij nog explosiever geworden.’
‘Juist die explosiviteit is in het wielrennen belangrijk’, weet Zonneveld. ‘Door de nivellering is het steeds moeilijker om een verschil te maken. We hebben dit voorjaar met z’n alleen met open mond gestaard naar Wout van Aert. We vroegen ons telkens af: zou Van der Poel niet wat meer op de weg moeten gaan rijden? Maar misschien moet het andersom zijn: moeten die wegrenners niet wat meer gaan veldrijden?’ (Foto: Jan Krijtenburg)