Na enkele minuten ligt Van der Poel op kop met broer David, Corné van Kessel en Lars van der Haar. ‘Daar beginnen zijn benen. Als een jachtluipaard kromt hij zijn ruggengraat. Je ziet niet wat mens en fiets is, hij is één groot draaiend apparaat’, schrijft De Vries in
Trouw. ‘Ik denk dat hij het koud kreeg, want Mathieu zet er zo verschrikkelijk hard de sokken in, dat het lijkt alsof de rest blijft staan. Verre van vol gas bouwt hij een enorme voorsprong op.’
‘Eén minuut en tien seconden. Dat is geen straatlengte, maar een zesbaans snelweg van de Randstad tot de Achterhoek. Mathieu had vlak voor de streep nog wel een bak koffie kunnen drinken. Een bandje kunnen wisselen. Even bellen met zijn opa, had hij ook prima kunnen doen. Hij deed het niet, en reed gewoon de finish over. Natuurlijk staat er een maat op
Mathieu van der Poel, maar die maat is gewoon ontzettend lang’, beschrijft De Vries.