Marianne Vos is blij met de manier waarop het vrouwenwielrennen professionaliseert. De Nederlandse was zelf één van de belangrijke figuren in het peloton de afgelopen jaren en is dat nu nog steeds. In gesprek met VeloNews bespreekt ze de ontwikkeling van haar en haar collega's. 'Professionaliseren was en is de grootste uitdaging voor onze sport. Er is nog steeds een lange weg te gaan, maar ik herinner me nog dat we allemaal in één busje naar wedstrijden reden. Iedereen zat erin; het team, de staf, de spullen, alles en iedereen zat in één busje. Toen kwam de tijd dat grote ploegen bij de mannen ook de vrouwenteams gingen sponsoren en ze deelden hun structuur', stelt Vos, die vindt dat er op het gebied van anti-dopingbeleid en teamstructuur en salaris nog veel winst te halen valt.
Zelf reed ze jaren in een peloton waar het niveau nog niet zo hoog was. 'Ik had het geluk dat ik goede coaches had op die leeftijd, zelfs in ons kleine, Nederlandse team. Niet iedereen had dat. Een goede coach is in staat om te luisteren, zelfs als ze streng voor je zijn. Je hebt misschien de beste steun, maar uiteindelijk moet het uit jezelf komen. Het moeilijkste voor mij is nog steeds dat de verwachtingen hoog zijn en dat je die niet kunt waarmaken. Een goede coach kan je hier doorheen helpen.'
Aan stoppen denkt Vos zeker nog niet. 'Ik zal minstens nog een paar jaar fietsen. Ik probeer altijd nieuwe dingen te leren en te luisteren naar mezelf. Ik kan nog steeds mijn beste vorm halen en op honderd procent presteren als ik wedstrijden rijd. Dat is het beste gevoel wat er is.' In de tussentijd strijdt ze voor gelijkheid in het wielrennen. 'Iedere vrouw verdient een kans om het beste uit haar carrière te halen, met de mogelijkheden die mannen ook hebben. Toen ik begon, stonden er misschien dertig vrouwen aan de start en dat zijn er nu vijftig tot zeventig. De volgende stap is dat we voor publiek gaan fietsen.
Zelf heeft ze daar nog steeds een belangrijke rol in. 'Ik had nooit verwacht dat ik een rolmodel zou zijn en zie mezelf nog steeds niet op die manier. Maar ik ben heel blij als ik zie dat jonge meiden willen fietsen en het is geweldig om te horen dat ze zoals mij willen zijn. Ik denk niet dat ik ver van het wielrennen sta als ik stop. Misschien wordt ik wel een coach of een manager. Niets is zeker, maar ik zou graag mijn ervaringen delen. Ik hoop het wielrennen beter te maken voor de volgende generatie.'