Jakob Fuglsang reed jarenlang op de tweede rij, maar beleeft als grote kopman van Astana het beste jaar uit zijn loopbaan. Hij won Luik-Bastenaken-Luik en de Dauphiné en wil nu ook in de Tour de France hoge ogen gooien, mede dankzij een dieet. Fuglsang vond in zijn elfde seizoen als prof eindelijk de juiste balans tussen eten en honger hebben, vertelt hij in The Cycling Podcast. Ook een verhuizing naar Monaco, een nieuwe trainer bij Astana, een betere teamgeest na het vertrek van Vincenzo Nibali en Fabio Aru en een winning mood bij de ploeg hielpen de Deen over de belangrijke drempel.
'Het dieet en een andere trainer zijn de basis van het succes', benadrukt Fuglsang. 'Ik honger mezelf niet meer uit, maar eet goed en blijf toch op gewicht. Ik heb daardoor meer power. Ik ben niet meer chagrijnig omdat ik honger heb en richt me minder op het afvallen. Ik vond altijd dat ik lichter moest zijn om mee te doen in een grote ronde, maar ben nu lichter dan voorheen.'
Fuglsang: 'Ik kon harder trainen dan anders'
Tijdens de training concentreren we ons meer op mijn sterke punten in plaats van mijn zwakke punten. In de training richting de Tour voelde ik me heel sterk. Ik kon harder trainen dan anders. Ik zei tegen mijn vrouw: Als dit er niet uit komt in de race, weet ik het ook niet meer. Ik train harder dan ooit en voel me goed.' (foto: Sirotti)