Tramadol wordt door de
WADA goed in de gaten gehouden en dus wordt ook iedere urinestaal getest op Tramadol. Van de 12.554 testen die in 2017 werden afgelegd, bevatten er 548 Tramadol, dat als bijwerking duizeligheid heeft. 4.4 procent dus. Dat staat in schril contrast tegen de pakweg 0.36 procent in het voetbal en de 0.2 procent in het atletiek, die op twee en drie staan als het gaat om Tramadol-gebruik.
In 2012 vertelde Taylor Phinney al dat Tramadol vaak in de laatste bidons werd gestopt, zodat renners in de finale minder pijn hadden. ‘Een structureel probleem’, noemt dopingexpert Peter Van Eenoo het tegen
Het Nieuwsblad. ‘Er is geen enkele logische verklaring voor de hoge cijfers. We vinden in het wielrennen en bijvoorbeeld biatlon ook meer astmamedicatie, maar die sporten lokken astma ook uit. Tramadol kan je niet verklaren. Dat kan alleen om misbruik gaan. Ik zou Tramadol graag op de lijst van verboden producten zien.’