Wout van Aert is goed, maar in 2019 besefte hij pas zelf hóe goed. De Belg heerste na de eerste echte hoogtestage uit zijn leven met twee ritzeges in de Dauphiné, hij werd Belgisch kampioen tijdrijden en won vervolgens een etappe in de Tour de France. Meer van dat in 2020, zo klinkt het in gesprek met Wielerflits. 2019 was een echte ontdekkingstocht, met enkele belangrijke conclusies. Van Aert kan naast uitblinken in de klassiekers ook sprinten en tijdrijden. Dat dankt hij mede aan Steven Kruijswijk, met wie hij vorig jaar op hoogtestage ging. 'Steven had me in Spanje al een paar keer vertrouwen ingesproken. Dat ik goed bergop reed, vertelde hij. En niet bang moest zijn om af te gaan. Dat stelde mij deels gerust.'
De laatste twijfels vielen in de Dauphiné weg. Van Aert mocht als vrijbuiter lekker doen wat hij wilde en dat ging geweldig, mede door de mentale boost dat hij lastminute naar de Tour de France mocht. 'Dat is de jongensdroom van elke renner. Maar dan heb je toch ook wel de drang om te bewijzen dat je Tourwaardig bent. De combinatie van die dingen zal er ongetwijfeld toe bijgedragen hebben dat het allemaal zo goed liep.'
Van Aert: 'Rest van mijn carrière gedoemd om vergeleken te worden met Van der Poel'
Van Aert kijkt dankzij 2019 vol vertrouwen naar 2020, waarin hij andermaal wil bewijzen dat hij kan winnen voor Jumbo-Visma. 'Ik besef dat ik voor de rest van mijn carrière gedoemd ben om vergeleken te worden met
Mathieu van der Poel. Die slaagde er in zijn eerste klassieke voorjaar wel in meteen te winnen. Dus is het goed dat ik dat in de Dauphiné ook kon', zo vertelt de alleskunner, die inmiddels beseft hoe goed hij is. 'Ik heb in de Dauphiné de bevestiging gekregen dat ik wel degelijk de motor heb om met de wereldtop te wedijveren in het tijdrijden. Maar ik heb vooral geleerd dat ik kon sprinten.' (foto: Sirotti, 2019)