Zoals elk jaar gaan er ook in 2021 nieuwe talenten, jong of als laatbloeier, de overstap naar de top van het wielrennen wagen. Sommigen zullen slagen en eeuwige wielerglorie vergaren, anderen zullen misschien ambities bij moeten stellen en zich in een dienende rol moeten plaatsen en een paar zijn na een jaar al weer weg.
In de Leiderstrui brengt met regelmaat een nieuw gezicht in beeld en gaat dieper in op de resultaten, kenmerken en verwachtingen van de renner. Vandaag:
Simon Carr van EF Education-NIPPO.
| Naam | Simon Carr |
| Nationaliteit | Britse / Franse |
| Leeftijd | 22 (29-08-1998) |
| Specialiteit | Klimmen, klassementen |
| Huidige ploeg | EF Education Nippo |
| Vorige ploeg | DELKO |
| Belangrijkste resultaten | 11de Strade Bianche 2021, Prueba Villafranca-Ordiziako Klasika 2020 |
Bijna kon hij de elitekopgroep in de Strade Bianche
aanraken, bijna, maar uiteindelijk was het
Simon Carr niet gegund. Hij en zijn
medeachtervolgers moesten het doen met een bijrol, die voor de neoprof eindigde
met een knappe elfde plek. De
IDL Neo stelt de verassing van de witte wegen aan
u voor.
Waar Carr onder de Britse vlag in het peloton rondfietst,
is hij allesbehalve enkel een Brit. Hij groeide namelijk op in Frankrijk en
beschikt sinds 4 november 2020 ook over de Franse nationaliteit. Tijdens zijn
jeugd beoefende Carr verschillende sporten en had hij zomaar in een andere
sport dan het wielrennen prof kunnen worden. Zo deed hij aan karten, waarmee
hij twee wedstrijden op nationaal niveau in Frankrijk won. ‘Ik had het niveau
om te concurreren met coureurs die tegenwoordig in de Formule 1 zitten, maar
het ontbrak mij aan financiële steun. Fietsen is zeker niet goedkoop, maar de
autosport is van een ander niveau’, vertelde Carr al eens aan
Cyclingnews.
Carr valt op als klimmer
Van de autosport ging Carr verder naar het
blessuregevoelige atletiek, om vervolgens via het mountainbiken uit te komen bij
het wegwielrennen. Daar maakte hij in het Franse jeugd- en beloftencircuit
indruk als klimmer, wat perfect samengaat met zijn fysieke bouw van 1,82 meter
en een gewicht van om en nabij de 63 kilo.
Bij de beloften was Carr geen renner waar je het stempel
van toptalent zou opplakken. Regelmatig liet hij zich zien met een
verdienstelijke uitslag in zware klimkoersen, zoals Le Tour de Savoie en de
Giro Valle d'Aosta, maar echte uitschieters ontbraken. Bij de grote ploegen
viel Carr dan ook niet op, maar wel bij het Franse Delko Marseille Provence.
Hij kreeg een stage aangeboden voor het laatste deel van 2019 en maakte daarin
indruk.
Simon Carr rijdend voor DELKO in de Memorial Pantani. Carr haalt Van der Poel in: 'Dat moment kon ik
nauwelijks geloven'
Zo toonde Carr op de korte, maar loeisteile Storhea Summitt
(3,3 km aan 10,4 procent) in de Artic Race of Norway zijn klimpotentieel tussen de
profs. Na een flinke inhaalrace finishte hij knap als achtste. ‘Toen ik
finishte, was ik heel teleurgesteld omdat ik het positioneren voor de klim
enigszins verknalde. Ik zat daardoor bij het opdraaien van de klim achteraan de
groep van ongeveer veertig renners.'
Hij vervolgt: 'Ik zag (Warren, red.) Barguil en (Mathieu,
red.) Van der Poel vooraan aanvallen en ik dacht: dit wordt gewoon onmogelijk.
Toen ging ik gewoon vol gas iedereen passeren en op één kilometer van de finish
ging ik Van der Poel voorbij, dat moment kon ik nauwelijks geloven’, blikte Carr
in gesprek met
YouTube-kanaal Charlie, Carbs and Cycling terug.
Lees verder onder de video.
Carr boekt eerste profzege in Baskenland
Bij Delko waren ze daarna overtuigd van de kwaliteiten van Carr en zodoende begon hij op 1 augustus 2020 aan zijn eerste maanden als prof. Waar dat door corona en een knieblessure niet helemaal werd wat hij er van zal hebben gehoopt, kon hij zich in het najaar nog eens goed laten zien, te beginnen met de beruchte Ronde van Portugal, waar minder bekende Portugese en Spaanse renners de bergen opvliegen. De naam van Raúl Alarcón zal alvast een belletje bij menig wielervolger doen rinkelen.
Tussen het Zuid-Europese geweld werd Carr verdienstelijk
negentiende en won hij de jongerentrui. Het had niet veel gescheeld of hij had
zelfs één van de bergetappes kunnen winnen. ‘Ik kwam in de tweede etappe heel
dichtbij. Mechanische pech beroofde mij echter van die kans en ik werd vierde.
Aan de positieve kant nam ik wel een overtuigende voorsprong in het
jongerenklassement, die ik tot het einde wist te verdedigen’, zei Carr in een
interview met
PezCycling News.
Simon Carr actief voor DELKO in de Coppa Sabatini van 2020. Met de kilometers van Portugal in de benen soleerde Carr
een week later naar zijn eerste profzege, in de Prueba Villafranca-Ordiziako Klasika. Aanvankelijk
verliep de koers echter niet goed voor Carr. ‘Eerlijk gezegd was ik bijna
afgestapt, nadat ik op een klim gelost was en tussen de ploegleidersauto’s
reed.’ De jonge Brit toonde echter doorzettingsvermogen en dat betaalde zich
uit. ‘Ik vocht mijzelf terug naar voren en ik begon mij beter en beter te
voelen. Bij het ingaan van de laatste ronde voelde ik mij heel sterk.’
Op de
laatste klim plaatste hij vervolgens de beslissende demarrage. ‘Bij het ronden
van de top had ik een voorsprong van twaalf seconden op drie achtervolgers en
met een tijdrit van tien kilometer maakte ik het af. Ik had geen betere manier
kunnen bedenken om het jaar af te ronden!’
Carr mag zich
meten met de crème de la crème van de klassementsrenners
Aan het eind van 2020 volgde de beloning voor Carr met een
profcontract bij EF Education-NIPPO en ondertussen heeft hij de stap naar de
profs met verve gezet. Vanaf zijn eerste koers, de GP la Marseillaise, rijdt Carr
aanvallend en is hij in zijn zeven koersdagen tot zover (voor de
Tirreno-Adriatico) slechts één keer buiten
de top dertig geëindigd, al zij het nipt met een 34ste notering.
Carr lijkt zich makkelijk aan te passen aan een hoger
niveau, want in zijn eerste WorldTour-koers kende hij met de elfde plaats in de
Strade Bianche gelijk zijn beste resultaat van het nog korte seizoen. Dat resultaat
biedt veel perspectief voor de rest van het seizoen, te beginnen met de
Tirreno-Adriatico. Daar krijgt hij de kans om zich met de absolute wereldtop
qua klassementsrenners te meten. Etappe vier met aankomst op Prato di Tivo zal duidelijk
maken waar hij staat ten opzichte van de top van het klassementsrennersgilde;
Egan Bernal, Tadej Pogacar, Geraint Thomas, noem maar op, een beter
deelnemersveld zul je niet snel vinden.
Carr finisht verdienstelijk als elfde in de Strade Bianche.
Carr: 'Wil een etappe in een grote ronde
winnen'
Uiteindelijk hoopt Carr te slagen als klassementsrenner en
wie denkt dat hij als lichtgewicht te kort zal komen in het tijdrijden, komt
mogelijk bedrogen uit. ‘Tot voor kort werd ik misschien onterecht bestempeld
als pure klimmer. Ik kan namelijk een hele goede tijdrit rijden en me goed
staande houden in de vlakke etappes. Als amateur was ik in staat om te strijden
voor de eindzege in klassementen en ik hoop dat bij de profs ook te gaan doen’,
aldus een ambitieuze Carr.
Carr is dit jaar al sterk onderweg en zowel hij als de
ploeg kijken gretig vooruit naar wat hij in de komende koersen kan uitrichten.
Wanneer is hij zelf eigenlijk tevreden over 2021? ‘Als ik de Tour de France
win. Nee, dat staat in het script voor 2022’, grapt Carr. ‘Nee in alle
eerlijkheid heb ik de lang gekoesterde ambitie om een etappe in een grote ronde
te winnen. Eerst moet ik laten zien dat ik een plek in de ploeg verdien, en als
ik dan uiteindelijk een etappe win, dan is het een droom die uitkomt.’ Die droom
zou, met de stappen die Carr momenteel zet, alvast dit jaar kunnen uitkomen.
Wilbert van der Velde (
[email protected])