Wout van Aert maakte zondag in de vijftiende etappe van de Tour de France grote indruk door op de slotklim lange tijd het tempo te maken en daarmee verschillende Tourfavorieten te lossen. ‘Als je in de radio hoort dat (Nairo, red.) Quintana en (Egan, red.) Bernal lossen, dan kan je natuurlijk nog meer afzien.’ Dat Van Aert zo hard op de slotklim kon rijden, had hij mede te danken aan veel werk van Robert Gesink. ‘Robert was heel goed en deed nog een groot deel van de vallei, waardoor ik en de rest energie konden sparen voor de slotklim.’ Op de slotklim trok Van Aert vervolgens lang en verschroeiend door. ‘Ik probeerde een tempo te zetten dat ik lang kon volhouden en waarbij iedereen een beetje afziet. Dat er ook geen aanvallen komen. Dat ging prima’, vertelt Van Aert aan de
NOS met gevoel voor understatement.
Dat Van Aert zolang het tempo kon maken bergop verbaasde hem niet. ‘Als ik naar mijn waardes kijk, dan weet ik dat het mogelijk is. Vorige week lukte het ook. Het was voor mij echter een vraagteken of het ik het ook na twee weken Tour zou kunnen. Het is wel leuk om te zien dat het blijft lukken.’
Van Aert over Bernal: 'Hij kon niet afzien'
Nadat Van Aert klaar was, kwam hij in de groep met Bernal. ‘Het was wel duidelijk dat hij een slechte dag had. Je zag aan hem dat hij niet af kon zien. Zijn ogen stonden een beetje diep, dus ik denk hij dat zonder energie zat. Hij vroeg zijn ploeggenoten ook steeds om rustiger te rijden’, aldus Van Aert over de Tourwinnaar van 2019. (Foto: Sirotti