De wielerwereld
heeft een Pyreneeënweekend gekregen om van te smullen. Oké, wellicht was de
kers op de taart geweest als
Jonas Vingegaard Tadej Pogacar bij had kunnen
houden. Dan was er, met nog een loodzware week voor de boeg, meer spanning
geweest in de Tour de France van 2024. Maar het niveau, de pure topkwaliteit van
wielrennen, die we de voorbije twee dagen hebben gezien,
is nog nooit vertoond.
Pla d’Adet en Plateau de Beille gaan de boeken in als het monsterduo, de twee cols
van de buitencategorie, die het professionele fietsen naar een nieuw level tilden. Dat is
met recht de conclusie van het tweeluik in de Pyreneeën.
Zelden heeft de
meest zuidelijke van de grote twee bergketens in Frankrijk zo’n slagveld opgeleverd
als in deze editie. Pogacar staat inmiddels een dikke drie minuten voor op
Vingegaard, grotendeels bijeen gefietst op de reeds genoemde aankomsten bergop.
De Deen had gehoopt op deze cols zijn Tour-aspiraties kracht bij te zetten. En dat is
gelukt. Vingegaard reed namelijk zelden zo goed omhoog als afgelopen weekend. Maar Pogacar
heeft geleerd van de laatste jaren. Is tactisch gegroeid. Durft te gokken en weet
vooral wanneer hij toe moet slaan. De orde is hersteld. Pogacar laat in deze
Tour zien dat hij simpelweg de betere ten opzichte van Vingegaard is en nog véél
sterker is dan in 2020 en 2021, tijdens zijn eerste twee Tourzeges.
Record op Plateau
de Beille toont buitenaardsheid Pogacar op de meest treffende wijze zien
Terug naar rit
vijftien. Plateau de Beille. Een lood- en loodzware col, een van de zwaarste
aankomsten bergop in de geschiedenis van de Tour de France. Pogacar zat vanaf
de voet strak op het wiel van zijn eeuwige rivaal. Om er kilometerslang lekker
in te blijven hangen, om zich heen te kijken, rustig nadenkend over het moment
om zelf te vertrekken. Conclusie: hij kon nóg veel harder dan Vingegaard. De cijfers
zeggen genoeg. Zowel Vingegaard als Pogacar reden minuten af van de snelste
tijden ooit gerealiseerd op deze buitenaardse berg. Zestien kilometer aan acht
procent, beproefd met een gemiddelde van
24 per uur. Dat is gestoord. Drie en een halve minuut
sneller dan de snelste tijd ooit gereden op de Beille. Bijna 10% sterker dan wijlen
Marco Pantani. Dat zijn de bizarre, schofterige nieuwe standaarden van Pogacar,
met in zijn schaduw een bijna net zo indrukwekkende Vingegaard.
Want men had het misschien anders verwacht. Op het terrein van Vingegaard heeft Pogacar toegeslagen.
Dat hoor je de meeste stemmen vanuit het peloton dan zeggen. Als dat werkelijk
zo is, is dat de grootste winst voor de Sloveen ten opzichte van de laatste jaren. Zijn etappezege was een copy-paste
van de manier waarop Vingegaard hem versloeg op Hautacam, twee jaar geleden.
Een vergelijkbare col, waarvan men dacht dat deze geschikter was voor de Deen. Maar
niet in 2024. Niet in de realiteit. Want steeds meer signalen wijzen erop dat
als Pogacar hetzelfde tactische vermogen levert en de slimste beslissingen neemt
op de juiste momenten, Vingegaard ook op de langere cols niet de betere is ten
opzichte van de gele truidrager.
Eindzeges Vingegaard
in 2022 en 2023 laten zien hoe knap Jumbo-Visma de puzzel in die jaren
legde
Dat zet de
Tourzeges van Pogacar in 2020 en 2021 én de eindoverwinningen van Vingegaard in
de laatste twee jaren in een ander daglicht. Pogi won zijn eerste twee
Tours eigenlijk zonder echte ploeg. Zijn riante zege in 2021 boekte hij zonder
echte concurrentie. Niemand zag aankomen dat er de jaren erna een medicijn zou komen
tegen zijn dominantie. Des te knapper is het dat Jumbo-Visma toch twee keer een
geslaagd meesterplan opstelde om Pogacar af te troeven. In 2022 was er het
numerieke overtal in de Granon-etappe, en in 2023 was er het geluk dat Pogacar
instortte in week drie, alsmede de nagenoeg perfecte voorbereiding voor de
klimtijdrit, waar het beslissende gat werd geslagen. Het zijn achteraf ook nederlagen geweest die de Sloveen dwongen
tot een andere aanpak, die nu lijkt te slagen. Zijn ploeg UAE was in de voorbije jaren tactisch ook weinig vernuftig, waar er dit jaar wat meer verstandig gekoerst wordt.
De energie
waarmee Pogacar smeet in de eerste fase van de Tour van 2022, was opzienbarend.
Ritzeges in heuvelritten, ferme sprintjes die geen secondes opleverden en
doldrieste achtervolgingen op de Galibier, ook op Primoz Roglic, die in die
Tour al een verlamde indruk maakte. In 2023 had de tweevoudig eindwinnaar op
het einde simpelweg te kampen met een lege tank. De seizoensopbouw van
Pogacar in 2024 levert hem na de Giro zelfs in de Tour nog een vormpiek op. En ook
tijdens de huidige Tour leert de gele trui bij. De aanval naar Le Lioran kwam
te vroeg. Of het nou lag aan een suikertekort of niet, de aanval was van te
ver. Vijf kilometer voor de meet ging hij, zowel op zaterdag als op zondag in de Pyreneeën. Precies
goed genoeg om twee keer ongeveer een minuut te pakken. Hoe je het ook wendt of
keert, het zijn stappen die Pogacar de afgelopen twee jaar in koersslimheid nog
niet had gezet.
Wat nog rest
voor Visma | Lease a Bike in de Tour van 2024 na een ongekend pechjaar
Pogacar is
sterker, allround beter en vooral slimmer dan de concurrentie in deze Tour. De orde
lijkt, kortom, hersteld. Hij is net zo zegezeker als tijdens zijn eerste twee
triomftochten. Hij rijdt weer rond met de uitstraling van de branieschopper van
toen. Het enige overige wat ook anders is dan de afgelopen twee jaren, is de
verzwakking van de grote concurrent. Vingegaard mag dan wonderwel zijn beste
waardes ooit trappen,
Visma | Lease a Bike mist een geslepen Sepp Kuss en een
Wout van Aert in topvorm, die er de afgelopen twee edities wel stonden. De geplaagde
ploeg deed een moedige en prachtige poging om het UAE-pantser te breken, maar
kwam tekort om de grote baas zelf echt pijn te doen. Het contrast met de afgelopen
twee seizoenen is daarvoor net iets te groot.
Dan rest er
voor de titelhouders eigenlijk nog één rit om een kentering de forceren. De slotweek
wordt heet en de negentiende etappe trekt naar grote hoogte. Nog twee aspecten
waarvan men dénkt dat Vingegaard hypothetisch gezien, misschien, een voordeel
heeft ten opzichte van Pogacar. De Col de la Bonette, met zijn 2800 meter
hoogte, moet dan hét terrein worden van een allerlaatste poging om de gele trui
te kraken. Maar ja, wat doe je als de tegenstander simpelweg beter, sterker en tegenwoordig ook slimmer geworden is? Hoe graag we ook een duel zien tot in de straten van Nice, de orde
is voorlopig hersteld.
Tadej Pogacar heeft zijn Tourtroon bijna teruggevonden.