Woensdag was het zover:
kasseienvreten in de Tour de France.
Voor de kijkers een droom, voor sommige wielrenners een nachtmerrie. Iedere
keer roept het de vraag op: horen ze eigenlijk wel thuis in de
Tour de France?
Kasseien in de Tour? Wie het aan de fans van de koers
vraagt, zal veelal blije gezichtjes kweken. De vieze dokkersteentjes zijn voor
de liefhebbers nou eenmaal een grote voorbode van spektakel in de koers. En omdat
spektakel niet altijd een vanzelfsprekendheid is in de eerste Tourweek, worden
dit soort etappes breed uitgemeten. Je kunt er de Tour misschien niet winnen,
maar wel verliezen. Om er maar eens een verschrikkelijk cliché in te gooien.
Koersvervalsing of niet?
Laat het hem daar nou ook net in zitten. Renners die op de
kasseien hun klassement verliezen. In de argumenten die tegen deze ondergrond
gebruikt worden, gaat het vaak om een soort ‘koersvervalsing’. Anderen pareren
dat de wegen er nou eenmaal liggen en dat de kasseistroken een beproefd recept
zijn in het wielrennen. Waarom zou je er dan niet ook overheen mogen rijden in
een grote ronde? Goede vraag…
In feite zijn het twee argumenten waar we niet heel veel
verder mee komen. Een discussie resulteert daardoor al snel in een
welles-nietesverhaal en ruimte tot overeenstemming lijkt er niet echt te zijn. Je
kunt immers niet wél de kasseien opnemen en zeggen dat renners er géén
tijdsverlies op kunnen lopen. Dat soort middenwegen zouden pas een vorm van
koersvervalsing zijn. Je gaat dan immers iets kunstmatigs toevoegen om het mogelijke
effect van een kasseistrook te beperken.
Tadej Pogacar bij zijn verkenning van de kasseienrit in de Tour de France
Waar trekken we de grens?
Waar een tussenweg geen optie is, zal toch een harde keuze
gemaakt moeten worden. Dat brengt ons naar de vraag: waaraan moet het algemeen
klassement in een grote ronde voldoen? Ooit is ontstaan dat dit voor de betere
klimmers en tijdrijders iets is, omdat er nou eenmaal bergen werden opgenomen
in het parcours. Tegen zo’n klim bestond ook weerstand, maar dat heeft ons er
niet van weerhouden om ze op te nemen. Het zou ook wat zijn als sprinters het
opnemen van klimmetjes plots zouden bestempelen als koersvervalsing.
Toch moet er ergens een grens zijn van wat niet meer
toelaatbaar is. Je kunt niet het peloton een rivier doorsturen en ze daar het
verschil laten maken (die ligt er toch ook gewoon?). Een extreem voorbeeld,
maar het geeft wel aan dat het lastig is om met een gedegen argument voor of
tegen de kassei te komen. Je hebt immers nog vele ander ondergronden die in
hetzelfde spectrum geplaatst kunnen worden, neem gravelstroken of de plugstreets
die we kennen uit Gent-Wevelgem.
Meer stroken dan beklimmingen? Waarom ook niet?
Het komt dus allemaal aan op consensus. Zolang er geen
grootschalig protest vanuit het peloton komt, zal de koersorganisatie manieren
zoeken om steeds spectaculairdere elementen in het parcours op te nemen. Het
einde hebben we dus nog lang niet in zicht. Barre geitenpaden, grasstroken of slingerende
passages door binnensteden: wie weet kijken we over twintig jaar wel naar een
heel ander soort koers.
De kasseien lijken daarmee zeker thuis te horen in de koers.
Wat mij betreft mag de organisatie zelfs kijken hoeveel ze er in totaal kunnen
opnemen tot het niet meer toegelaten wordt. Meer stroken dan beklimmingen?
Waarom ook niet! Dan kijken we drie weken naar een strijd tussen Mathieu van
der Poel en Wout van Aert. Kom maar door.