Vamos! De
Vuelta a España staat op het punt van beginnen. We moeten ervan genieten, want het kan zomaar zo zijn dat we de ronde over enkele jaren niet meer terugzien zoals we hem kenden. Mag de Vuelta straks nog wel de Vuelta zijn? We gaan daar verder op in in deze column.
Wat is jouw favoriete wielerronde? Grote kans dat je hier
níét de
Vuelta a España op antwoordt. Het is toch vaak een van die andere twee
die er met de eer van de mooiste vandoor gaan. De Giro, vanwege het prachtige
landschap en de grinta van de Italianen, of toch de Tour, met al haar
grootsheid en de heimwee naar de vakanties waar je deze ronde volgde. Nee, de
Vuelta dan. Die wordt al jarenlang achtergesteld, in een verdomhoekje geduwd of
met de nek aangekeken. Mosterd na de maaltijd, zou je kunnen zeggen. Echter,
ook lelijkheid kan schitteren.
Wijziging puntenklassement is doodzonde voor de ronde
Je vraagt jezelf wellicht af: waarom een ode aan de Vuelta?
Om eerlijk te zijn, zelf besefte ik ook lang niet dat de Spaanse grote ronde zo
mooi was tot ik erover na ging denken. De aanleiding daarvoor was niet heel
beduidend: de wijziging van de regelgeving rond het puntenklassement. Niet
boeiend voor velen, maar toch veelzeggend voor hetgeen de Vuelta-organisatie
mee te dealen heeft. Je moet jezelf als ronde namelijk interessant weten te
houden. En dat dat niet makkelijk is, komt ongetwijfeld door de status van die
andere twee grote rondes.
Het is om die reden des te meer jammer dat de organisatie is overgegaan tot een besluit om de sprinters een voordeel te geven voor de
groene trui (die overigens nog helemaal niet zo lang groen is, maar daarover
later meer). Men kan in de vlakke ritten nu vijftig punten verdienen, waardoor
het voor types als Primoz Roglic een kwestie van opboksen tegen de sprinters
wordt. Aan de ene kant kan dat een interessantere strijd opleveren voor deze
trui, maar aan de andere kant getuigt het ook van enige inspiratieloosheid. Met
dit idee kopiëren ze de Tour de France, waar ze eenzelfde trucje gingen
uithalen toen bleek dat niet altijd de beste sprinter deze trui won. Moet dat
dan?
Het feit dat een klimmer de puntentrui kan winnen, geeft de
uniekheid van de
Vuelta a España aan. De koers staat bekend als degene met de
meeste, misschien wel de lastigste, aankomsten bergop van alle grote rondes.
Wie de Vuelta kan winnen, mag zich met trots een échte klimmer noemen. Het
lijkt me allerminst een schande om me als ronde daarmee te moeten
identificeren. We weten immers allemaal dat de wegen in Spanje nooit echt
ergens vlak zijn. Met die geografische vaststelling heb je als renner maar te
dealen. Heet je Matteo Pelucchi en kom je geen drempel over? Dan heb je hier,
hoe lullig het ook is, niet bijster veel te zoeken.
Vuelta is zichzelf straks niet meer
Helaas is de wijziging in het puntenklassement niet de
eerste wijziging die de Vuelta de afgelopen jaren heeft aangebracht in de
strijd om de truien. Zoals gezegd, de puntentrui is vanaf 2009 groen geworden,
waar dit voorheen een design met vissen was. Ik weet niet wie zoiets ooit
verzonnen heeft, maar in het kader van authenticiteit verdient het een
hoofdprijs. Ook de trui voor het bergklassement kreeg in 2010 een nieuwe
versie. Met bolletjes, net zoals in de Tour dus. Gelukkig was hier nog het
fatsoen om ze in het blauw in plaats van rood te doen.
Het ergste kwam echter jaren later. Wat de Vuelta voor mij
als relatief jonge volger nou écht de Vuelta maakte, was de aanwezigheid van
het combinatieklassement. Bij mijn weten was het de enige ronde waar nog waarde
gehecht werd aan een dergelijk klassement. Het straalde iets uit van: ‘Laat de
rest van de koersen maar doen wat ze willen, wij doen het op onze eigen
manier.’ In plaats daarvan ging de witte trui over van de winnaar van het
combinatieklassement naar die van beste jongere. Wederom in het wit. Waar
hebben we dat eerder gezien?
De Vuelta en de Tour zijn natuurlijk allebei eigendom van
dezelfde organisator, de ASO. Toch snap ik als volger niet waarom je twee
wedstrijden probeert te creëren die straks meer en meer op elkaar gaan lijken.
Als straks alle klassementen hetzelfde zijn, alle vormgeving ernaast gelijk is
en het echte unieke karakter eruit gesloopt wordt… wat blijft er dan nog over
voor de Vuelta? Op het moment dat je twee koersen creëert die meer en meer
op elkaar gaan lijken, weet je immers één ding zeker: de Vuelta gaat nooit meer
kunnen opboksen tegen de populariteit van de andere twee. Daar mist de koers
dan een speciale beleving voor, zeker omdat deze op het einde van het jaar
georganiseerd wordt. Als derde ben je nou eenmaal de minst interessante, zeker
wanneer je je niet meer kunt onderscheiden.
Authenticiteit maakt (mede) de koers
Een heel goed voorbeeld van hoe het wél kan, geeft Flanders
Classics. In feite is Gent-Wevelgem de ‘zoveelste’ in een rijtje klassiekers
door België. Door het creëren van een specifieke identiteit rond deze koers,
met alle historie van de Eerste Wereldoorlog eromheen, is ervoor gezorgd dat
het inmiddels iedere keer een van de meest interessante wedstrijden van het
voorjaar geworden is. Dat heeft ook mede te maken met het opzoeken van de wind
en de plugstreets. Daarnaast is ook het succes van een Strade Bianche
ook niet geheel onlogisch, gezien het unieke parcours dat zij neerleggen.
Ook de invoering van een gouden kilometer, onder meer in de
Benelux Tour, is wat mij betreft een prima initiatief om jezelf mee te
onderscheiden. Wellicht is het soms wat onwennig voor de fervente
wielerliefhebber, maar uiteindelijk wennen veel dingen ook. Zeker wanneer je
een vaste kijker van een ronde bent, zul je uiteindelijk ook wel wat waarde
kunnen hechten aan iets als de Turkish Beauties-sprintklassement. Het toont aan
dat je een idee hebt. Ideeën kunnen mislukken: daar mogen we als fan ook
kritisch op zijn, maar soms krijgt iets niet eens een fatsoenlijke kans om
doorgevoerd te worden in een conservatieve sportwereld.
In dat opzicht heeft de Vuelta nog wel één stok om mee te slaan, en dat zijn de monsterlijke en bijna onmenselijke cols die de organisatie nog ieder jaar opzoekt. Percentages onder de tien procent lijken verboden in de Ronde van Spanje, iets waar de wielerliefhebbers stiekem toch wel van houden. Het is echter broos, om als ronde alleen uniek te zijn in de kwaliteit van je beklimmingen. Geitenpaden zijn leuk, maar hou je daarmee een groot publiek vast? De intrede van meer vlakke etappes en tijdritten lijkt bovendien al te duiden op ook hier een omslag naar de moderne tijd...
Laat de Vuelta weer de Vuelta zijn
Wat diversiteit aan wedstrijden zou het wielrennen naar mijn
idee alleen maar goed kunnen doen. Ook als dat op plekken gebeurt waar tot
voorheen geen wielercultuur heerste. Het idee daarachter is dat zien fietsen ook
een onderdeel is van mensen láten fietsen. Een fietscultuur zou hier ook niet
opgebouwd zijn als hier jaren eerder al veel aandacht aan besteed zou zijn. Wat
dat betreft mogen rondes, zeker wanneer zij een specifiek land of regio
vertegenwoordigen, nog veel meer die authenticiteit opzoeken. Maar goed, dat lijkt mij voer voor een andere column.
Waar het op neerkomt: Vuelta, doe jezelf een plezier. Zet jezelf weer
terug op de kaart als die vreemde eend in de bijt. Voer lekker terug dat
combinatieklassement in of verzin iets nieuws. Iets waarmee je echt laat zien:
‘Wij hebben de reglementen van de Tour de France niet nodig om een interessante
wedstrijd te organiseren’. Dan kijken we over enkele jaren misschien wel net zoveel uit naar de derde grote ronde van het jaar als naar die andere twee.
Door: Jannick van der Hooft -
[email protected]