Peter Ouwerkerk, een
wielerjournalist van de oude stempel, constateert in een terugblik op
het bijzondere wielerjaar 2020 dat de oude garde is overspoeld door
jong talent. En dat is goed nieuws. ‘Het plezier is terug op het
zadel’, schrijft Ouwerkerk in zijn blog
voor uitgeverij De Muur.
Volgens Ouwerkerk
lijken de carrières van de Froomes, Cavendishs, de Valverdes, Arus,
Pinots en Nibalis voorbij. ‘De nieuwe generatie trapt vol ongeduld
een nieuw tempo. Vooruit, vooruit, vooruit, opzij, opzij, opzij. En
dat geldt niet alleen voor
Wout van Aert, Mathieu van der Poel of
Tadej Pogacar. Er heeft zich een omvangrijke, universele kopgroep van
jonkies gemeld, die het peloton ingrijpend heeft opgefrist. Gedaan
met de saaiheid. Het was drie maanden koersen zonder vrees en met een
ongelofelijke haast.’
Ouwerkerk vindt het
terugkijkend een geluk bij een ongeluk. Hij komt tot een conclusie:
‘Goed dat er is doorgezet, dat het vizier in een vroeg stadium is
gericht op 1 augustus.
UCI,
ASO en organisatoren hebben het, ondanks
alle beperkende bepalingen, wél voor elkaar gekregen. En dat is een
compliment waard.’
'Wielersport is gebaat bij coöperatie. De ASO kan niet zonder UCI of andere actoren'
- Wielerjournalist Peter OuwerkerkMaar de wielerwereld
is er nog niet vindt de Rotterdammer. ‘Nu nog komen tot het inzicht
dat wielersport gebaat is bij coöperatie van alle gelederen. Dat
ASO
niet zonder
UCI kan of andere actoren. Dat er voor kalenders,
sponsors, renners en rensters ruimte wordt geschapen op basis van
gelijkwaardigheid. En openheid.’ Gelukkig ziet Ouwerkerk steeds
meer witte rookpluimen aan het wielerfirmament opkringelen. ‘Wát
een seizoen. Het slaat misschien nergens op, maar corona lijkt de
wielersport te hebben gered.’