Zodra
je de deur uitstapt, zie je het overal: de onstuitbare opmars van de fatbike.
Vooral jongeren hebben dit blitse vervoermiddel omarmd. Andere weggebruikers
zijn wat minder positief en zien de fatbikes vooral als levensgevaarlijke
snelheidsduivels.
In Amsterdam zou men graag zien dat er
een maximumsnelheid van 20 tot 25 kilometer per uur wordt ingevoerd op het
fietspad. Maar gaat een fatbike werkelijk zo snel? Zou de Tour de France
bijvoorbeeld gewonnen kunnen worden op een fatbike? Een interessante vraag, die
we hier voor je beantwoorden.
Zou een fatbike de Tour
de France kunnen winnen?
Laten
we met de deur in huis vallen: de fatbike is ongeschikt voor de Ronde van
Frankrijk. Hij presteert goed op zacht, onverhard terrein zoals sneeuw of zand.
Op asfalt komen vooral de nadelen van de fatbike naar boven:
Het gewicht: Een laag gewicht is cruciaal voor
een goede koersfiets. Vooral in de bergetappes wordt gekozen voor het lichtst
mogelijke materiaal. Waar een racefiets maximaal zeven kilo weegt, gaat een
fatbike al snel richting de 20 kilo.
De rolweerstand: De brede zachte banden van
een fatbike hebben een veel grotere rolweerstand dan de dunne banden van een
racefiets. De dikke banden van de fatbike zuigen energie weg, zeker op asfalt.
De rolweerstand is minstens drie keer zo groot als bij een racefiets, wat voor
veel tijdverlies zorgt.
De aerodynamica: Racefietsen zijn
aerodynamisch ontworpen om de luchtweerstand te minimaliseren. Met zijn brede
banden, zadelpositie, matige wendbaarheid en geometrie is de fatbike totaal
ongeschikt. Alleen al het rechtop zitten maakt je veel minder gestroomlijnd. In
feite kun je het rijden van de Tour op een fatbike vergelijken met het afleggen
van een Formule 1-race met een terreinwagen.
De snelheid: Op asfalt verliest een fatbike al
gauw zo’n 10 tot 15 kilometer per uur ten opzichte van een racefiets. Als we
alleen al kijken naar een vlakke tijdrit over 20 kilometer, dan kan een
specialist een snelheid van liefst 54 kilometer per uur halen. Een fatbike mag
in Nederland niet harder dan 25 kilometer per uur. Wanneer we dat negeren, zal
een fatbike op zo’n weg niet sneller gaan dan 32 kilometer per uur. Dat levert
aan de finish een verlies van liefst 15 minuten op.
Wat als we een
Tourwinnaar op de fatbike zetten?
Maar
wat nu als we een van de beste wielrenners ter wereld, bijvoorbeeld een winnaar
van de Tour de France anno nu, op een fatbike zetten? Zou hij niet in de buurt
van een podiumplaats komen? Het is een scenario dat zelfs bij
sportweddenschappen tot de verbeelding zou
kunnen spreken – al blijft het vooral een grappig gedachte-experiment.
Laten
we daarvoor eens kijken naar de Tour de France van 2024. De winnaar legde de
3489 kilometer af in een tijd van 83 uur en 38 minuten. Hij won de Tour met een
gemiddelde snelheid van 41,8 kilometer per uur.
Door
alle nadelige eigenschappen van de fatbike zou de wielrenner al snel zo’n 25%
aan snelheid verliezen. In elk geval zou hij zo’n 113 uur nodig hebben om de
Tour uit te rijden. Dat is liefst 25 uur langzamer dan zijn eindtijd op de
racefiets. Op de fatbike zou de Tourwinnaar afgetekend als laatste zijn
geëindigd. In werkelijkheid zou hij Parijs niet eens halen, aangezien hij in
een bergetappe te laat zou binnenkomen.
Fatbike zou ook
laatste worden in Tour de France van 1980
Het
is volkomen duidelijk: de fatbike is kansloos in de huidige Tour de France, ook
al zetten we de beste renner ter wereld op dit gevaarte. Maar wat als we
teruggaan in de tijd? Iedere Nederlander van boven de 50 kan zich herinneren
hoe een Nederlandse wielrenner in 1980 als tweede landgenoot de Tour won. Het
was een tijd waarin de fietsen nog lang niet zo aerodynamisch waren als
tegenwoordig, en de gemiddelde snelheid een stuk lager lag.
Wat als we de winnaar van vandaag de dag
mee laten doen aan de Tour de France van 1980, op een fatbike? In
1980 reed de winnaar zo’n 35 kilometer per uur. In de vlakke etappes en
tijdritten zou hij daarmee net wat sneller zijn dan de moderne winnaar op zijn
fatbike. In de bergetappes wordt het verschil echter een stuk groter. Waar de
nummer 1 in 1980 de Tour in zo’n 110 uur uitreed op de racefiets, zou de
fatbike er ruim 130 uur over hebben gedaan met zijn snelheid van circa 29,5
kilometer per uur. Met een achterstand van 20 uur zou de fatbike dus ook in 1980 afgetekend
laatste zijn geworden, zelfs met een topper van nu op de pedalen. De
langzaamste renner uit de Tour van 1980 had namelijk slechts iets meer dan twee
uur achterstand.
De fatbike wint de
eerste Tour de France
Wanneer
we verder teruggaan in de tijd, dan komen we vanzelf bij een punt dat de
fatbike daadwerkelijk zou kunnen winnen. We moeten dan wel terug naar 1949,
toen een roemruchte Italiaan de Tour wist te winnen met een gemiddelde snelheid
van 31,8 kilometer. Met behulp van de voeding en teamondersteuning van 2025 zou
de winnaar van nu hem met een uur verschil hebben kunnen verslaan op een
fatbike. Hij zou dan wel een snelheid van 32 kilometer per uur moeten kunnen
vasthouden. Wanneer het terrein echter nat en modderig werd, zoals in die jaren
regelmatig voorkwam, was de winnaar van toen waarschijnlijk net wat sneller
geweest.
Waar
we wel duidelijk over kunnen zijn:
op
een fatbike had een winnaar uit de huidige tijd in elk geval ook de eerste Tour de France (1903)
gewonnen. De
fatbike zou beter presteren dan de racefietsen uit die tijd. Deze hadden houten
velgen, slechte remmen, geen versnellingen en een gewicht dat redelijk
overeenkomt met de hedendaagse fatbike. Met een snelheid van 30 kilometer per
uur had men de eigenlijke winnaar van destijds op zo’n 13 uur achterstand
gezet. En dat terwijl men er in die jaren niet voor terugdeinsde af en toe
delen van het parcours per trein af te leggen.