Wie zoveel wint, krijgt héél veel te maken met media. Interviews vooraf, interviews achteraf en uiteraard al die persconferenties in aanloop naar grote afspraken. Met de
Ronde van Lombardije op zaterdag schoof
Tadej Pogacar de dag ervoor in een luxe hotel nog één keer aan voor een uitgebreid perspraatje met aanwezige journalisten.
In de Leiderstrui was aanwezig en hoorde een openhartige Sloveen, de dag voor wederom
een indrukwekkende zege.
De grote leider van UAE Team Emirates maakte er in 2024 regelmatig geen geheim van dat de pers van hem niet per se zoveel hoeft. Maar net zo vaak nam hij toch uitgebreid de tijd voor ze, ook als een vraag voor de honderdste keer werd gesteld. Wat heb je precies met Italië? Waarom rijd je Lombardije? Zie je jezelf als topfavoriet? Pogacar slikte ze richting Il Lombardia met een glimlach, maar nam vervolgens wel uitgebreider de tijd toen de vragen wat specifieker en origineler werden. Een greep uit de Engelse en Sloveense vragen die zorgden voor interessante respons...
Waar vind je na zo’n succesvol seizoen de motivatie om er
hier nog zo gretig voor te gaan? Zit dat in je, of is dat ook deels voor de
ploeg?
‘In de eerste plaats respecteer ik het programma vanuit het
team, waarbij het nooit een goede zaak is als je wedstrijden skipt en iemand
anders plots moet invallen. Maar dit zijn ook gewoon mooie wedstrijden en ik
voel me goed op de fiets en ben in vorm. Waarom zou ik dan niet blijven koersen
tot het einde? Helemaal met de regenboogtrui om m’n schouders, kan ik er extra
van genieten.’
Je hebt je laatste overwinningen vrijwel allemaal solo
gewonnen. Is dat voor jou de mooiste manier, of kun je ook genieten van een
gevecht tot het einde?
‘In Strade Bianche wist ik al vrij vroeg dat ik ging winnen,
maar op het WK was ik bijvoorbeeld pas op het laatste moment zeker van m’n
zaak. Dat was zo zwaar, de kramp kan er altijd in schieten. Het is dus iedere
keer anders, ook al blijft het een solo. De blijdschap blijft hetzelfde, terwijl
bij een sprintje om de zege meer adrenaline aanwezig is. Dat is ook supermooi,
maar ik ben het liefst zo snel mogelijk zeker van de winst.’
Ben je tegenwoordig nog verrast dat er niemand mee kan
als je aanvalt?
‘Op het WK was ik zeker verbaasd, daar waren echt wel renners
aanwezig die mij hadden kunnen volgen. In andere koersen was het vaak
dichterbij de finish en in Emilië reden we ontzettend hard de San Luca op in de
regen. Dat waren enorme vermogens, dus dat verraste me minder.’
Er wordt geclaimd dat je in het najaar nog steeds rond
rijdt met Tour de France-benen. Kun je dat bevestigen? ‘Dat weet ik niet, want ik rijd eendagskoersen en dat is
heel anders dan de Tour, waar je drie weken voorbereid moet zijn. Ik denk niet
dat ik in m’n huidige vorm een grote ronde aan zou kunnen, het is tijd voor offseason.
Eendagskoersen zijn heel anders, maar als je de cijfers naast elkaar legt, zijn
ze ongeveer hetzelfde als in de Tour. Maar ik vind dat je dat niet met elkaar
kan vergelijken.’
Hoop je zaterdag op een battle, bijvoorbeeld met
Remco Evenepoel?
‘Ik hoop het wel, ja. Deze Italiaanse week was misschien
niet z’n beste week, maar je moet ook mentaal goed voorbereid zijn om deze week
goed te zijn. Je koerst in de regen, er is vrijwel nooit controle en als je dan
niet de optimale motivatie hebt om te winnen, dan is het al lastig om te
winnen. Maar voor Lombardije zal het anders zijn, ik ga ervan uit dat Remco mentaal
voorbereid is voor deze grote koers en dat hij dat iets minder was voor de
kleinere koersen in aanloop.’
Lees verder onder de foto
Tadej Pogacar eerlijk over doping-insinuaties en nieuwe rol als wereldkampioen
Sinds 1998 is er altijd achterdocht geweest als er sprake
is van dominantie in het wielrennen. Hoe voel je je erbij dat jij nu met een
scheve blik wordt bekeken?
‘Dominantie is van alle tijden. Dat zie je in het
bedrijfsleven en in vrijwel alle sporten: in tennis, in golf, in NBA, voetbal,
teamsporten, individuele sporten… Die dominantie is er altijd maximaal een paar
jaar, daarna komt er nieuw talent. Er komen nieuwe generaties, nieuwe teams en er
zal dan iemand anders dominant zijn. Zo is het leven, er is altijd iemand wel
een periode superieur.’
Je wordt tegelijkertijd vergeleken met de grootste namen
uit de wielersport. Hoe kijk je daar naar?
‘Voor mij persoonlijk is dat een eer, maar ik ken iemand als
Eddy Merckx bijvoorbeeld niet goed. Hij won alles wat je kon winnen, toen ik
nog lang niet geboren was. Ik vergelijk mezelf daarom nooit met iemand anders,
dat waren andere tijden. Ik ga m’n eigen weg en probeer de beste te zijn in
deze tijd.’
ASO-baas Christian Prudhomme heeft gezegd dat vragen over
jouw dominantie ‘niet onrechtmatig’ zijn. Wat vind je van die uitspraak? ‘Pfoe, dat weet ik niet. Wielrennen is een sport, waarin
mensen in het verleden alles hebben gedaan om het lichaam beter te laten
presteren, zonder te weten wat het voor hun gezondheid betekende. Ze riskeerden
hun leven, renners van toen – en sommigen kennen we misschien niet eens –
kampen met gezondheidsproblemen of mentale problemen, door wat ze zichzelf
hebben aangedaan. Als ik eerlijk ben, heeft deze sport enorm geleden onder die
jaren. Er is geen vertrouwen en daar kunnen wij niks aan doen. Wij bedrijven
onze eigen sport en hopen dat mensen ons weer gaan geloven. Daarvoor heb je een
winnaar nodig en vandaag de dag wordt die nog vaak weggezet als valsspeler.
Misschien vergeten mensen over enkele generaties het verleden, met Armstrong en
al die mannen die deden wat ze deden. Dan kunnen we door, want ik denk dat
wielrennen één van de meest gezonde sporten is, omdat we heel goed weten hoe
gevaarlijk deze sport voor de gezondheid kan zijn. Je moet gezond blijven en
als je je gezondheid wil riskeren, dan is dat zonde van je leven. Dat is dom,
dat zou je nooit mogen riskeren. Jaloerse en wantrouwige mensen zullen er
altijd blijven, daar kan ik niks aan doen.’
Je draagt de regenboogtrui nu enkele weken en in Tre
Valli Varesine hebben we meteen gezien hoe je de leider kan zijn van het
peloton. Hoe was de respons op jouw rol, na het stopzetten van die race? ‘Dat weet ik eigenlijk niet, ik denk dat iedereen na Tre
Valli Varesine vrij snel verder is gegaan. Ik zit niet op social media om te
kijken wat iedereen er van vond, het was gewoon een kwestie van veiligheid en
de organisatie heeft dat erkend. Ik moest de stap nemen om met ze te praten, want
er moet een spreekbuis zijn voor het peloton. Die druk voelde ik wel vanuit de
renners, dus ik heb mijn ding gedaan. Het was goed dat de race is afgelast,
maar ik denk niet dat ik nu de grote leider van het peloton ben.’
Waarin heb je jezelf het meest verbeterd als renner dit
jaar?
‘Een groot gedeelte is te danken aan het feit dat ik ouder
word en mentaal meer ervaring heb opgedaan door de jaren heen. Soms heb ik wat
andere dingen gedaan in training en ik kan zeggen dat ik me dit seizoen het
meest comfortabel voelde op de fiets. Ik ben een meer blije renner.’
Maar er moet een punt geweest zijn dat je dacht: ik heb
dit en dit gedaan en het werkt. Welk moment was dat?
‘De eerste vertrouwen boost kwam in de Giro d’Italia, waar
ik me goed voelde en geen slechte dag kende. Ik won en kon daarmee met
vertrouwen naar de Tour de France. Ik kon daarna in redelijke rust uitrusten en
op hoogte gaan met Urska (zijn verloofde, red.). Dat was fijn en relaxt, en in
de tussentijd een goede voorbereiding. Daar wist ik dat ik een goede Tour kon
rijden en dat heb ik laten zien. Op dag twee op de San Luca verbeterde ik al
mijn beste vijf- of zes minuten-vermogen en vervolgens viel het allemaal op z’n
plek. Het ging eigenlijk zoals gepland, vrijwel perfect. Daar ben ik dankbaar
voor, voor die dubbel Giro-Tour.’
Je kan zaterdag je 25e seizoenzege boeken. Is
dat nog een motivatie?
‘Ik heb de overwinningen eigenlijk niet meer geteld, ik ga
gewoon mee in de flow van de koers en probeer een goede tijd te hebben met de
ploeg. Het is geen competitie voor mij om zoveel mogelijk overwinningen te
hebben. 25 is veel, het geeft wel aan dat mijn seizoen amper beter had gekund.’
Hoe zijn de eerste weken als wereldkampioen in de regenboogtrui bevallen?
'De eerste vier dagen na het WK had ik geen regenboogtrui om in te trainen en dus voelde het alsof er niets gebeurd was. Toen ik naar de Ronde van Emilië kwam en mijn trui en fiets kreeg, was dat anders. Het voelde geweldig om te winnen in dit shirt. Er zit een bepaalde powerknop in zo'n tricot, net als in de roze en gele trui. De regenboogtrui steekt daar nog wel bovenuit. Je rijdt het hele jaar in het shirt en iedereen herkent je als de wereldkampioen.'
Hoe ga je een seizoen als deze overtreffen de komende jaren?
'Ik besef dat dat heel moeilijk wordt. Ik ben klaar voor wat de komende jaren gaan brengen, ook als dat minder zal zijn dan 2024. Ik zal tevreden zijn met iedere uitkomst.'