In de eerste ritten van de
Tour de France was er zowel op de derde als de vierde sprint een massasprint waarneembaar. Beide spurts leidden tot een zege van
Jasper Philipsen. Na afloop van beide ritten ging het echter niet echt om de overwinningen van de Belg, maar om het nodige duw- en trekwerk dat plaatsvond voorafgaand aan de massasprints. De jury greep bij sommige incidenten in, door bijvoorbeeld een
boete uit te delen (Phil Bauhaus) of iemand te declasseren (Mathieu van der Poel). Ook Jumbo-Visma-sprinter
Wout van Aert denkt daar het zijne van.
'Ik liet me een beetje wegdrummen bij de rotondes richting het circuit', blikt Van Aert bij
Sporza eerst terug op zijn 'mislukte' sprint, die hij uiteindelijk afsloot met een negende plaats. 'Superjammer, want mijn ploeg zat heel goed vooraan. Als ik daar had gezeten, dan zou het een mooie kans geweest zijn.'
'Ik houd niet van dat duwen en trekken, ik vermijd liever die risico's. Ik ben blij dat ik recht kon blijven', vervolgt Van Aert zijn relaas over waarom het niet allemaal van een leien dakje ging op het auto- en motorcircuit. 'Je moet dan wat geluk hebben om nog op te schuiven, maar het zat niet helemaal mee.'
Van Aert vindt het alleszins een goed 'initiatief' dat er waar nodig straffen worden opgelegd aan diegenen die in de sprint gevaarlijke manoeuvres maken. 'Er moet over nagedacht worden hoe het precies vormgegeven wordt. Maar ik vind het zeker al goed dat het gedrag van sommige renners bestraft wordt als dat nodig is.'