Als wielrenners vallen, ligt de focus meestal meteen op
doorgaan, uitrijden en wonden likken om de volgende dag, of soms dezelfde dag
nog, het maximale uit hun prestaties te halen. Ook Jürgen Roelandts ging vaak
door dat proces, maar de laatste keer dat hij op het asfalt smakte besloot hij
een punt te zetten achter zijn loopbaan.
Roelandts is inmiddels 35, maar zou zeker nog een paar jaar
meekunnen als wielrenner, ware het niet dat hij er wel klaar mee is. In de
eerste etappe van de
BinckBank Tour lag hij bij een grote valpartij van veertig
renners. ‘Ik ben nog tot aan de finish gesukkeld, maar in die drieënhalve
kilometer heb ik voor mezelf beslist: ik stop met koersen’, vertelt Roelandts
aan
Het Nieuwsblad.
‘Ik weet niet waarom, maar het was echt de val te veel. Toen
ik daar op de grond lag is het omgeslagen. Voordien stond mijn hoofd op
doorgaan. In juli had ik een mooi voorstel gekregen van een WorldTour-team’,
aldus Roelandts.
'Ik belde mijn manager: laat maar zitten'
- Jürgen RoelandtsNa de val in de
BinckBank Tour was het echter klaar. ‘Ik
belde mijn manager, die nog met ploegen aan het praten was: laat maar zitten.
In mijn hoofd was ik klaar.’ Dat de BinckBank Tour ook echt de laatste koers
zou worden, was echter niet voorzien. ‘Ik wilde nog afsluiten met een goede
klassieke periode. Maar toen ik vijf uur wilde trainen voor de Ronde en Roubaix
ben ik na twee uur naar huis afgedraaid. Het ging gewoon niet. Toen ik
thuiskwam wist ik: mijn carrière zit erop.’
Het probleem voor Roelandts is met name de schouder, die nog
altijd pijn doet. Er zijn echter geen breuken of scheuren ontdekt. ‘Ik ga
binnenkort toch maar voor een revisie. Zo kan het niet blijven duren.’
Roelandts grijpt naast zege: 'Démare hing aan de auto'
De Belg zwaait dus af zonder gewenste klassiekerzege. Hij
werd derde in de Ronde van Vlaanderen en Milaan-Sanremo. ‘Jammer. Dat was het
doel en dat is niet gelukt. In 2016 word ik derde in Sanremo achter Ben Swift
en Arnaud Démare, die veel mensen die dag aan de auto hebben zien hangen. Als
hij niet terugkomt, komt Swift ook niet terug. Ik had die dag kunnen winnen.’