Een opvallende transfer enkele dagen geleden: BORA-hansgrohe
legde het 17-jarige toptalent
Cian Uijtdebroeks vast. Dat deed het wel voor
2022 en hoewel de Belg nog een jaar bij het opleidingsteam wordt gestald, een
transfer op zo’n jonge leeftijd is in het wielrennen niet heel gebruikelijk. Al
komt het ook steeds vaker voor, wat Frederik Broché, technisch directeur bij de
Belgische wielerbond, zorgen baart.
‘Het is een stevige stap voor een renner van zeventien’, zegt
Broché tegen
Sporza. ‘Ze worden steeds jonger prof en ploegen proberen renners steeds
vroeger te strikken. Het lijkt wel alsof we dezelfde kant opgaan als het
voetbal. Ploegen willen het liefst zo vroeg mogelijk erop springen bij
talenten. Het is een beetje een wedloop geworden.’
"Talenten aantrekken is een wedloop geworden"
- Frederik BrochéWe zien het bij de transfer van Uijtdebroeks, maar eerder
ook bij bijvoorbeeld
Remco Evenepoel, Quinn Simmons, Ilan van Wilder en Thymen
Arensman. Allen kregen voor hun twintigste al een profcontract. Dat baart Broché
zorgen. ‘Wij (de Belgische wielerbond, red.) zeggen altijd: maak je studie af,
neem je tijd en zorg voor een rustige ontwikkeling.’
‘Ik was ook kritisch over de stap van Evenepoel naar de
profs en ook onze trainingsstaf. Evenepoel heeft het tegendeel bewezen, maar niet
iedereen is er mentaal en lichamelijk klaar voor om op zijn achttiende of negentiende
die stap te maken’, aldus Broché. ‘Het is een heel snelle stap van wedstrijden
van 120 kilometer naar wedstrijden van minstens een uur langer. Je hebt als
prof ook plots een ander leven.’