Van Ten Dam tot Kittel: Deze renners zien we in 2020 niet meer in het peloton IDL-producties

Van Ten Dam tot Kittel: Deze renners zien we in 2020 niet meer in het peloton

Door Tom van der Salm 25 november 2019 | 08:50


Er is een tijd van komen en gaan. In het leven, maar ook in het wielrennen. Zien we nu supersterren als Evenepoel en Bernal hun intrede maken in het peloton, zo zijn er vijftien jaar geleden ook mannen aangekondigd die het mooie weer moesten gaan maken. Marcel Kittel, het krachtmens dat tien jaar lang Tourspurts ging winnen? Of Stijn Devolder, toekomstig winnaar van het eindklassement van de Tour volgens Lance Armstrong? In de Leiderstrui heeft voor u een lijst gemaakt met renners die dit jaar hun fiets aan de wilgen hebben gehangen. 

10. Taylor Phinney

Vraag je een random wielerliefhebber wie op de Olympische tijdrit van 2012 vierde werd en in datzelfde jaar het zilver won op het WK-tijdrijden op 22-jarige leeftijd, dan zullen er weinigen zijn die Taylor Phinney als antwoord hebben. Toch presteerde de jonge Amerikaan dit destijds, en een gouden toekomst leek in het verschiet te liggen. 

Die gouden toekomst werd nooit 24-karaats, Phinney kwakkelde lange tijd met blessures en motivatie problemen. ‘Talent is niets zonder werklust en werklust komt door de pure passie voor iets wat je doet. Als je jezelf telkens moet motiveren omdat je passie elders ligt, dan betekent talent niets.' Dit seizoen besloot de 29-jarige Amerikaan dat het genoeg was geweest. Het was tijd voor een nieuwe loopbaan. ‘Het is tijd om mijn energie in iets nieuws te stoppen. Ik wil kunst maken, muziek maken en dingen creëren.’ 

9. Maxime Monfort

Altijd top-20, nooit top-10. Maar o zo trouw. Maak je een associatie-web voor Maxime Monfort, zijn dit waarschijnlijk zo'n beetje de dingen die je naar voren haalt. Klopt dat? Ja, Monfort reed twintig grote rondes, finishte elf maal top-20 en zelfs een keer als zesde in de Vuelta van 2011. Qua betrouwbaarheid zat je ook goed bij de man uit Bastenaken. Beulen voor de gebroeders Schleck, sprints aantrekken voor Mark Cavendish of de kleine Australiër Caleb Ewan in je laatste Tour over de bergtoppen heen slepen, niks was Monfort teveel gevraagd. 

De Waal blijft echter behouden voor de wielersport. Komend jaar zal hij zijn intrede doen als ploegleider bij Lotto-Soudal. 'Ik had een jaar of twee kunnen koersen en ik had een voorstel ontvangen om nog een jaar bij Lotto Soudal te blijven, maar de kans om ploegleider te worden was meer in lijn met mijn verwachtingen.'

8. Steve Cummings

We schakelen over naar een man die net als Monfort in 2005 voor Landbouwkrediet reed. Steve Cummings, 38 jaar en hardrijder van beroep. Zo'n beetje de Britse equivalent van Thomas de Gendt. Vaak, heel vaak, achteraan maar als ie vooraan zat en zijn dag had, was het raak. Wat denkt u van zijn jaar 2016. Hij deed in zes rondes mee en won in vijf iets (ritzege of eindklassement, enkel in Yorkshire niet). Tirreno-Adriatico, Ronde van het Baskenland, Dauphiné, Tour de France en Ronde van Groot-Brittanië, indrukwekkend rijtje voor een 35-jarige man. 

Sowieso was de Tour de France van 2016 wel tekenend voor Cummings. 19 ritten in lijn, waarvan hij slechts twee etappes bij de eerste 100 eindigde, maar wel eentje won. De jaren daarna kon de Brit zijn status niet bevestigen, mede door een heel scala aan blessures. Dit jaar was er wederom weinig te zien van zijn kwaliteiten, waardoor hij er besloot een punt achter te zitten. 

7. Simon Spilak

Je hebt van die renners die altijd ergens goed zijn, maar daarbuiten ineens een heel stuk minder lijken. Simon Spilak heeft dat met de Ronde van Romandië (1x eindwinst en tweemaal podium) en de Ronde van Zwitserland (2x eindwinst), beide koersen in datzelfde land. Een beetje een vreemde renner, die vaak de voorbereidingen van Giro- en Tourfavorieten verstoorde door plotseling met de winst in de voorbereidingskoersen aan de haal te gaan.

Zelf was Spilak niet vaak aanwezig in de Ronde van Italië of Frankrijk. De Sloveen hield niet van grote rondes. Hij probeerde het vijfmaal, maar wist er niet te aarden. Hij was een man van de rondes van een week, langer niet. Deze zomer kwam naar buiten dat Spilak een driejarig contract had getekend voor Bahrain-Merida, maar dit draaide hij later zelf terug door bekend te maken te stoppen. 'Ik ben toch op mijn gevoel afgegaan, en dat zegt stoppen.' Een eigenaardig einde van een eigenaardige renner. 

6. Mark Renshaw

Adjudant van beroep, dat kan je Mark Renshaw wel noemen. Sprintaantrekker eersteklas ook, want wat stond deze man aan de basis van veel overwinningen van naamgenoot Cavendish. In de jaren bij HTC-Columbia was het bijna een geoliede machine, waarbij de tweede plaats op Champs-Elysees in 2009 misschien nog wel het meest tot de verbeelding spreekt als je aan de prestaties Renshaw denkt. (tip: kijk dit filmpje) Een jaar daarna werd Renshaw uitgesloten in de Tour na een kopstoot aan Julian Dean, collega lead-out. 

Na al die overwinningen als meesterknecht moet Renshaw gedachten hebben: hé, dat moet ik zelf ook kunnen! In 2012 trok hij naar Rabobank om daar het door Óscar Freire achtergelaten gat op te vullen. Die missie mislukte, waarna Renshaw met hangende pootjes na twee jaar terugkeerde naar zijn maatje Cavendish, om zich tot het einde van zijn loopbaan te verbinden aan The Manx Express. 

5. Daniele Bennati

Van lead-out voor Mario Cipollini, naar veelvraat in de grote ronde-sprints. naar baroudeur in dienst van Alberto Contador en Alejandro Valverde. De loopbaan van Daniele Bennati is er een van vele gezichten, maar wordt er niet minder mooi op. Want kijk maar eens naar de erelijst van de Italiaan: 52 overwinningen, waarvan zes in de Vuelta, drie in de Giro en twee in de Tour. 

De laatste jaren was Bennati geen topspurter meer, maar luxeknecht. Iemand die zijn gewicht en ervaring in de strijd gooide om springveren als Contador en Valverde voorin te houden als het een gevecht werd om de eerste plaatsjes. Het laatste jaar was geen afscheid zoals Bennati verdiende; aanhoudende rugklachten en valpartijen zorgden ervoor dat hij slechts negenmaal een rugnummer mocht opspelden. 

4. Moreno Moser

Met zo'n achternaam op 21-jarige leeftijd heersen in de Ronde van Polen, en een jaar later de Strade Bianche winnen. Dan kan je wel eens een hele grote worden, is de algemene opinie. Dan hoor je niet op 28-jarige leeftijd er een eind aan te breien. Reden: Moser vond dat hij niet genoeg won en zette er dus een punt achter

‘Ik ben altijd een winnaar geweest en mijn mindere momenten zijn langer en langer geworden in de afgelopen jaren. Dat komt niet door een fysiek tekort, is gebleken uit tests. Ik heb ook geen ziektes. Zonder mooie momenten stop ik liever, in plaats van mezelf onnodig mee te slepen.’

3. Laurens Ten Dam

Mocht deze man er een punt van maken dat hij te weinig won, zou hij nooit prof zijn geworden. Maar deze man is anders, hij is een fietsend monument gebleken in zijn laatste jaren. We schreven er al eerder een ode over, maar Laurens Ten Dam is ongetwijfeld iemand die nog vele jaren vastgeroest zal zitten in de harten van de Nederlandse wielerliefhebber. 

Ten Dam is iemand die altijd zijn eigen pad heeft gevolgd in de gekke wielerwereld, iemand die zich nooit anders voor heeft gedaan dan hij is. Simpelweg een renner waar je respect voor moest hebben, en dat bleek ook wel uit alle comentaren na zijn vijftien jaar durende profloopbaan. 'Maar ik weet waarom ik stop: dan kan ik de dingen doen die ik als profwielrenner nooit kon. Daarmee bedoel ik niet blowen, zuipen en snuiven, maar met vrienden naar Marokko gaan. Om door het Atlasgebergte van tent naar tent te fietsen.'

Ten Dam heeft de schaapjes al goed op het droge en zal niet snel in het zwarte gat terechtkomen. Zijn Live Slow Ride Fast merk loopt als een speer en ook daarnaast heeft hij voldoende activiteiten. 'Ik ga vooral dingen doen die ik leuk vind. Voor de podcast ga ik na Lombardije van Milaan naar Rome fietsen. Gravelkoersen organiseren met goede muziek, lekker bier en een heerlijke barbecue en mooie verhalen maken via podcasts, YouTube en evenementen.' 

2. Stijn Devolder

Tweemaal de Ronde van Vlaanderen. Maar al o zo lang geleden, dat de jongere lezer dit misschien niet eens weet. Als je kijkt naar de mannen waar Stijn Devolder mee samen heeft gereden, is het bewonderenswaardig dat hij zelf nog tweemaal als eerste over de finish is gekomen in (toenmalig) Meerbeke. Achtereenvolgens Lance Armstrong, Tom Boonen, Fabian Cancellara, Wout van Aert en Mathieu van der Poel stond hij namelijk bij. 

Volderke beseft maar al te goed dat hij met veel exceptionele talenten te maken heeft gehad in zijn loopbaan. ‘Mathieu en Wout hebben zo mogelijk nog meer talent dan Armstrong, Boonen en Cancellara. Eigenlijk dacht ik er in de zomer van 2018 al een punt achter te zetten, maar toen kreeg ik telefoon van Christoph Roodhooft. Hij schonk me een laatste, mooie uitdaging, om een jaar aan de zijde van Van der Poel te kunnen koersen. Het werd een fantastisch jaar. Ik ben blij dat ik dat nog kon meemaken en dat ik mijn carrière op een mooie manier heb kunnen afsluiten.’

Over wie het meeste indruk heeft gemaakt op hem, is hij ook stellig. ‘Lance Armstrong. Als je zijn palmares bekijkt, met zeven keer de Tour de France. Ik heb een paar jaar als ploegmaat met hem gereden en dat heeft grote indruk als mens op mij achtergelaten.' 

1. Marcel Kittel

De Duitser met de blonde kuif, jarenlang een gevreesde klant in het sprintersbataljon. Een soort BMW die jarenlang enkel de linkerbaan heeft gezien. Heel snel, maar op dertigjarige leeftijd was de tank leeg, de motor op en de rem ingetrapt. 'Geen motivatie meer om mijzelf te pijnigen, om veel van huis te zijn en constant geleefd te worden. Ik ben geen macho, en dat is niet zo handig als je de beste sprinter ter wereld wil worden. In een wereld die hard en vermoeiend is.'

Kittel werd in 2011 profwielrenner bij Argos-Shimano, en groeide bij die ploeg uit tot topspurter. In zijn eerste jaar slaagde de omzetting van tijdrijder naar sprinter al, wat uiteindelijk tot 14 (!) ritzeges in de Tour zou leiden. Jarenlang bij dezelfde ploeg onder leiding van Iwan Spekenbrink, maar dat huwelijk strandde nadat Kittel te maken kreeg met negatieve gevoelens. ‘Ik was depressief. Ik voelde me niet meer goed bij de ploeg en vroeg in september contractontbinding aan. Het begon met de ziekte van Pfeiffer, daarna zijn we uit elkaar gegroeid.’

Onder de vleugels van Patrick Lefevere groeide Kittel vervolgens opnieuw uit tot een snelheidsduivel, maar dit veranderde na zijn overstap naar Katusha-Alpecin weer. Kittel kreeg opnieuw last van de vele druk die gepaard ging met zijn bestaan en besloot uiteindelijk de rigoureuze stap te zetten om te stoppen. 'Ik ben trots op wat ik bereikt heb en ik houd nog steeds van de sport, maar het is fijn om geen druk te voelen.'

Naast de genoemde renners stoppen ook onder meer Samuel Dumoulin, Matti Breschel, Svein Tuft, Roberto Ferrari, Lars Ytting Bak, Adam Blythe, Roy Curvers, Johannes Fröhlinger, Ruben Plaza, Steve Morabito en Hubert Dupont met koersen. (foto's: Sirotti)

Tom van der Salm 


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageren

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!

Meer nieuws