Het is de eerste dag van het decennium op het moment dat deze column gepubliceerd gaat worden, dus als vanzelfsprekend ga ik hier vooruitblikken op wat komen gaat. Ik waarschuw u alvast, deze column wordt persoonlijker dan u van In de Leiderstrui gewend bent. Maar dat betekent niet dat het niets met wielrennen te maken gaat hebben.
Tom Dumoulin staat niet voor niets in de titel. Ik denk namelijk dat hij een schitterend wielerjaar tegemoet gaat. En dat ik dat denk, vindt zijn oorsprong in de
psychologie. In mijn nog jonge leven heb ik aardig wat kilometers gemaakt op de fiets. Weinig spectaculairs, maar ik durf mezelf recreatief wielrenner te noemen. Wat ik heb gemerkt in mijn jaren op de fiets, is dat er ruwweg twee manieren zijn om op de fiets te zitten. Die twee manieren hebben een in mijn ogen enorme invloed op het niveau dat gehaald wordt.
De eerste manier is fietsen met een extrinsieke motivatie. De motivatie zit niet in jezelf. Bij mij was die motivatie bijvoorbeeld zorgen dat ik niet te dik werd. Ook dacht ik dat ik mijn vader een plezier deed door op de fiets te zitten. Het werkte voor geen meter. Ik werd chagrijnig, ik vloekte bij elk zuchtje tegenwind en had iedere keer meer tegenzin als ik mijn fiets uit de kelder ging halen. U kunt zich voorstellen dat ik er niet harder van ging fietsen.
De fiets als therapeut: intrinsieke motivatie
De tweede manier is fietsen met een intrinsieke motivatie. Deze manier van fietsen is schitterend. Tegenwind lach je weg, je geniet met volle teugen van de pijn in je benen. Je lacht, je zíngt, je groet alle wandelaars die je ziet! Deze manier van fietsen heb ik sinds een paar jaar. Mijn moeder werd ziek, en ik woonde niet meer thuis. Na elk weekend, wanneer ik weer in de trein stapte naar mijn eigen woning, ging ik piekeren. Ik voelde me schuldig dat ik niet thuis kon zijn. Tót mijn vader voorstelde die dertig kilometer gewoon te fietsen. Ik wil niet zeggen dat ik niet meer piekerde, maar de fiets hielp me om dingen op een rijtje te krijgen. Inmiddels is ze volledig genezen, maar ik fiets nog op dezelfde manier.
Een paar dagen geleden maakte mijn vriendin het uit. Ik zag het aankomen, maar ik baalde enorm. Verdrietig dat ik haar moest missen, boos op mezelf dat ik er niet meer van had kunnen maken. Diezelfde avond besloot ik al de volgende dag mijn fiets te pakken. Op de fiets lachte ik. Ik zong, ik groette alle wandelaars die ik zag. Eerst met tegenzin, maar langzaam begon de fiets te doen waar hij zo goed in is. De fiets haalde mij uit de piekerstand. En wat is nou het mooiste? Je trapt veel harder op die manier.
Dumoulin heeft op beide manieren gefietst
U zult wel denken: waar blijft Dumoulin? Ik had u gewaarschuwd, maar maak me geen illusies. U bent hier voor hem. Maar het toeval wil dat ik
Tom Dumoulin in zijn wielercarrière op beide manieren rond heb zien rijden. De tweede manier heb ik gezien van het begin van zijn loopbaan tot en met zijn Giro en WK-winst in 2017. Hij genoot zichtbaar van de sport, en reed alsmaar harder. Geweldig om te mogen aanschouwen! Helaas heb ik hem ook op de eerste manier gezien. De eerste tekenen zag ik in de Giro en Tour van 2018.
In die rondes was hij in de interviews namelijk helemaal niet meer zo vrolijk. Hij was vooral moe. Hij was aan het fietsen omdat het voor zijn gevoel moest, maar ik kreeg het idee dat hij er niet honderd procent achter stond. Natuurlijk, hij reed nog steeds verschrikkelijk hard, maar het ongenaakbare van een jaar daar voor zagen we niet meer terug.
Waarom 2020 Dumoulins beste jaar ooit wordt
Nu, in de interviews in aanloop naar 2020, zijn eerste jaar bij Team Jumbo-Visma, zie ik die oude Dumoulin weer terug. Vol zin om te fietsen. Klaar om te fietsen op mijn tweede beschreven manier. De Limburger heeft genoeg met zijn maatje Sam Oomen, psycholoog in spe, gefietst om te weten dat dat werkt. Het leukste aan het menselijk brein is misschien nog wel dat het weten dat het werkt het effect alleen nog maar versterkt. Het levert net die paar procenten winst op die zorgen dat je boven jezelf uit kan stijgen.
Voor mij is er dus maar één conclusie mogelijk. In 2020 gaat Dumoulin harder rijden dan hij ooit heeft gedaan. Ik zeg niet dat hij sowieso de Tour wint, dat is afhankelijk van zo veel meer. Ik zeg niet dat hij de olympische medaille al op kan halen, want alles moet meezitten. Ik zeg alleen dat het komende jaar een schitterend jaar gaat worden voor hem. En misschien, zo denk ik sinds mijn laatste fietstocht, wordt het ook wel een schitterend jaar voor mij. U wens ik dat in ieder geval toe! (Foto: Wesley van Bavel/In de Leiderstrui)
Door: Ward Hilhorst (
[email protected])