Nog iets meer dan twee weken en dan start de
Giro d'Italia in
Turijn. Er staan de nodige kanshebbers voor de eindoverwinning aan de start, maar
wie is straks het beste in vorm? Feit is dat steeds meer renners voor een aanloop
richting een grote ronde kiezen zonder voorbereidingskoers.
Voor we in Italië starten, wordt op zondag 25 april het
wielervoorjaar traditioneel afgesloten met Luik-Bastenaken-Luik. Daarna zijn er
een kleine twee weken om je op te laden voor de
Giro d'Italia. Het zal een kleine adempauze zijn richting de start in Turijn, na enkele wervelende maanden, vol topkoers en bizar sterke deelnemerslijsten. Begin 2021 stonden bij elke koers zoveel toppers
aan de start, dat elke wedstrijd boeiend was en je het niet kon permitteren om
een dag over te slaan.
De
Giro d'Italia vormt het middelpunt van de maand mei. In een veld vol toppers is de vraag wie de favorieten
kan uitdagen? Veel van de Giro-deelnemers rijden momenteel rond in de Tour of
the Alps. Eén van hen is Simon Yates, die hoopt revanche te halen voor 2018. Destijds
kon hij een fantastische Giro niet bekronen met eindwinst, door een inzinking
in één van de laatste etappes. Outsiders voor de Giro-overwinning zijn er in de
Tour of the Alps ook te vinden in de namen van Aleksandr Vlasov, Hugh Carthy (derde in de Vuelta a España van 2020) en Thibaut Pinot. Al lijkt de Fransman nog steeds met
rugklachten te kampen.
Bernal tijdens zijn laatste voorbereidingskoers in de Tirreno-Adriatico.
Favorieten skippen voorbereidingskoers
Heel opmerkelijk is de afwezigheid van grote favorieten als Egan Bernal, Mikel Landa en Emanuel Buchmann. Zij verkiezen een aanloop op hoogtestage boven een intensieve voorbereidingskoers. Bernal heeft na de Tirreno-Adriatico - van 10 maart tot 16 maart, waarin hij vierde werd - zelfs geen wedstrijd meer gereden. Landa en Buchmann
vinden een maand zonder koers kort genoeg en besloten na de Ronde van het Baskenland
(5 april - 10 april) dat het hun laatste koersdag was voor de
Giro d'Italia.
Het skippen van een voorbereidingskoers lijkt steeds vaker een keuze van
renners in voorbereiding op een grote ronde. Primoz Roglic startte bijvoorbeeld woensdag
nog in de Waalse Pijl en zondag in Luik-Bastenaken-Luik. Daarna rijdt hij geen
wedstrijd meer tot aan de start in Brest, waar de
Tour de France (26 juni - 18
juli) van dit jaar begint. Dat betekent meer dan twee maanden 'rust' voor de
Sloveen!
De beste aanloop naar zo'n grote ronde zal voor iedere
renner verschillend zijn, maar wellicht speelt het ook een rol dat renners niet
vlak voor de start nog in gevaarlijke koerssituaties terecht willen komen. Was
Roglic in 2020 niet onklopbaar geweest als hij twee weken daarvoor niet was
gevallen in de Dauphiné? Dat zullen we nooit weten, maar dat iemand als
Roglic zonder grote voorbereidingskoers in goede vorm aan de start kan
verschijnen, dat heeft hij al meermaals bewezen. Het zal ongetwijfeld ook te
maken hebben met het grote talent dat de Sloveen heeft. Buchmann zag zijn Tourambities vorig jaar in duigen vallen door een val in diezelfde Dauphiné en Bernal miste in 2019 al eens de Giro-start door een val tijdens training. De risico's lijken te worden afgeschaald, topfit aan de start staan is belangrijker dan die laatste voorbereidingskoers.
Een aanloop zonder wedstrijden, het is sowieso al een item in aanloop naar de
Olympische Spelen, van 23 juli tot en met 8 augustus, in Tokio. Dan kom je al
snel uit bij de baanwielrenners, die niet of nauwelijks wedstrijden hebben
gereden, maar over iets meer dan drie maanden wel moeten presteren. Jeffrey
Hoogland en Harrie Lavreysen zijn daar de topfavorieten voor eremetaal op
verschillende onderdelen. Zij gaven al aan dat ze geluk hebben dat ze met elkaar
kunnen trainen en zodoende in training zichzelf kunnen stuwen naar een heel
hoog niveau. In hoeverre dat te vergelijken is met wegwielrennen is de vraag,
maar ongetwijfeld kunnen sommige renners en ploegen het niveau in training zo
hoog leggen, dat het gemis van wedstrijdritme kan worden opgevangen of
nagebootst.
Evenepoel in actie tijdens de Ronde van Lombardije (2020) waar hij hard ten val kwam.
Maakt Evenepoel kans in Italië?
Dat brengt ons bij de grote vraag, een vraag die veel
Belgen zich ook zullen stellen: kan
Remco Evenepoel dan toch
gewoon de
Giro d'Italia winnen? De
jonge Belg van Deceuninck-Quick-Step kwam vorig jaar (15 augustus) hard ten val
in de Ronde van Lombardije. Sindsdien heeft hij meerdere malen geworsteld met zijn bekkenbreuk, met een terugslag tot gevolg. Hij begon uiteindelijk pas twee maanden geleden met
serieus trainen. In hoeverre kan hij het niveau in zijn training zo hoog leggen
om in Italië met de beste renners mee te kunnen?
Schijnbaar hebben de bookies
nog alle vertrouwen in de 21-jarige Evenepoel. Hij staat op dit moment
tweede in de odds, tussen Bernal en Simon Yates in. Wellicht niet zo gek, nadat hij
in 2020 al bewees goed uit de startblokken te kunnen komen na een periode van
rust, net als een andere grote renner als Roglic. Begin februari (2020) won
Evenepoel de Vuelta a San Juan, om drie weken later ook de Ronde van de Algarve
op zijn naam te schrijven. Na de coronabreak won hij meteen de Vuelta a Burgos,
om een week later ook te zegevieren in de Ronde van Polen.
Het talent van de Belg lijkt zo groot, dat niets onmogelijk
lijkt. Eerder dit jaar gaf hij aan dat zijn doelen later in het jaar liggen en
dat de Giro d’Italia vooral als voorbereiding voor de zomer geldt, maar zijn ploegmaat Fausto Masnada gaf recent nog aan dat Evenepoel wel degelijk naar Italië gaat om te winnen. Als Evenepoel erin slaagt om na driekwart jaar zonder koers toch te winnen of podium te rijden, of Bernal en Landa staan straks op het podium; is dat dan de doodsteek voor de klassieke voorbereidingskoers?