‘De benen werden beter naarmate de koers vorderde’, zegt Van Goethem tegen
Telesport. ‘In het begin zaten de koersen van de afgelopen dagen nog in de benen. Uiteindelijk kom je in de flow en kom je in zo’n finale terecht.’ Toen had de Zeeuw nog wat over en demarreerde hij. ‘Nu mislukt het, maar je weet niet hoe het loopt. Voor hetzelfde geld denken ze: laat dat Roompotje maar gaan en zorg je voor een verrassing.’
Van Schip is tevreden met zijn koersdag. ‘Ik dacht: ik blijf gewoon voren in het groepje rijden, anders gaat het op de kant. Maar op een gegeven moment boorde ik zelf op de kant en rijd ik er tien man af. Supermooi.’ Over zijn sprint is de baanwielrenner echter niet te spreken. ‘Ik voelde me ziek goed. Je moet gewoon beuken op dat moment, maar het was niet goed genoeg’, krijgt het
AD te horen. ‘Ik had eerder aan moeten gaan en toen kwam ik in de knel. Ik zat bij Démare in het wiel, maar toen kwam Vanmarcke er nog tussen’, besluit Van Schip tegen de
NOS.