De veldritvrouwen van vandaag de dag hebben zeker een goed niveau, maar kunnen nog wat behendiger worden. Dat is de belangrijkste conclusie van een vraaggesprek met Steylaerts-777 manager Bart Wellens, in Het Nieuwsblad. Met de Italiaanse Alice Maria Arzuffi en
Europees kampioene Annemarie Worst heeft Wellens twee toppers in huis. De profploegen zijn sinds enkele jaren verplicht een vrouw in dienst te hebben. Dat was vroeger wel anders. Wellens werd zelf prof rond de eeuwwisseling en toen was er ook voor het eerst een WK voor de vrouwen: 'Ik herinner mij Daphny van den Brand en vooral de Duitse Hanka Kupfernagel. Op haar camper prijkte een grote foto: Kupfernagel in een lederen pak. Daar reed je als prof bij de opwarming graag een blokje voor rond.' Kupfernagel was zeker niet traag, 'maar eerlijk: daar keken wij amper naar om.'
Op de vraag of de vrouwen iets zouden kunnen uitrichten in het beloftenveld van de mannen is de Belg resoluut: 'Oh nee! Laat de topvrouwen met de junioren meerijden en ze zullen met veel moeite een toptienplaats halen'. Dat komt volgens Wellens vooral door minder lef in het technische aspect. 'Ik zag het deze week weer op training. We rijden in het zand, er kan niets gebeuren. Als je valt, ben je hooguit vuil. Maar ze komen aan een bocht, je vraagt om vol door te gaan en toch pakken ze naar hun remmen.'
Hij voegt daar nog vol bravoure aan toe: 'Ik weet zeker: rijden we twintig minuten in het bos rond, dubbel ik ze nog allemaal.' En dat ondanks zijn fysiek, waarbij Wellens op zijn ronde buik wijst. 'Anderzijds: laat me met hen een uur op de weg fietsen en ze rijden mij los uit het wiel.' (foto: printscreen VTM)