Annemiek van Vleuten is nu, op haar 37e, veruit de beste wielrenster van de wereld, misschien wel aller tijden. Toch duurde het lang voordat ze haar talent ontdekte, vertelt ze aan Mark Tuitert in de Drive-podcast. In haar ouderlijk huis werd er enorm veel sport gekeken, maar zelf deed ze er eigenlijk zeer weinig mee. 'Ik heb eerst gymnastiek gedaan en toen heb ik heel lang paardgereden. Dat vind ik zelf niet echt een sport in de categorie van
wielrennen. Pas op mijn achttiende ging ik voetballen en hardlopen, toen werd ik gelijk ook wel fanatiek. Vanaf jongs af aan voetbalde ik wel met de jongens op het schoolplein, maar omdat ik zo laat 'echt' begon was mijn techniek niet echt goed en moest ik het meteen van mijn conditie hebben.'
Technisch gezien zou ze dus nooit een wereldster worden in het voetbal, maar lol had ze er zeker in. 'Als ik nu op zondag langs de voetbalvelden fiets begint het toch wel weer een beetje te kriebelen. Dan komt dat gevoel weer terug. Die kleedkamerlol, en met zijn allen één doel hebben. In het
wielrennen heb ik dat niet zo, behalve met een ploegentijdrit. Daarin moet je écht elkaars sterke punten boven halen, dat is wel een van de mooiste disciplines in het wielrennen vind ik.'
Van Vleuten pas laat op de fiets: 'Wist dat conditie goed was'
Toch zal ze het voetbalveld waarschijnlijk niet meer betreden na haar fietscarrière. 'De reden dat ik ben gaan fietsen is dat ik een blessure kreeg aan mijn knie. Mijn meniscus en mijn kruisband deden moeilijk, dus voetbal, dat gaat niet meer. Toen, op mijn 22e, ben ik dus gaan fietsen. Toen liep ik al veel hard, dus ik wist wel dat ik conditioneel heel veel aanleg had.' (Foto: Instagram
Annemiek van Vleuten)