Intermarché-Wanty wist tot op heden in meerdere deelnames nog geen etappe te winnen in de
Tour de France en als het aan de Belgische formatie ligt komt daar snel verandering in. Voor de komende editie rekent de ploeg op de snelle mannen voor dagsucces, waarbij het met een op papier ferme trein richting startplaats Firenze trekt.
In de Leiderstrui legde de kwestie in de
Baloise Belgium Tour voor aan coach Adriaan Helmantel, in de
ZLM Tour aan
Mike Teunissen en richting de Tour de France spraken we met sportief directeur
Aike Visbeek.
Wie vormen de sprinttrein van Intermarché-Wanty in de Tour de France?
Intermarché-Wanty trekt met vijf mannen voor de sprinttrein richting de Ronde van Frankrijk.
Gerben Thijssen en
Biniam Girmay zijn de afmakers van dienst, terwijl
Mike Teunissen,
Laurenz Rex en
Hugo Page er voor verantwoordelijk zijn dat deze mannen op hun dagen in goede positie gelanceerd kunnen worden. Helmantel benadrukt dat de ploeg met deze mannen 'flexibel' te werk wil gaan. 'We zijn ons ervan bewust dat de ideale trein op papier en de werkelijkheid in de
Tour de France twee werelden zijn. We werken er vooral naartoe, ook met de ervaring die Aike en ik hebben vanuit onze tijd bij Sunweb, dat de poppetjes ondergeschikt zijn aan het anticiperen op situaties.'
'De kans dat de ideale situatie zich voordoet, is gewoon erg klein. Met Mike, Laurenz, Hugo en ook Bini hebben we vier mannen die in principe laatste man kunnen zijn, dus qua positie kunnen we veel wisselen. Het komt dan dus op communiceren aan. Het doel is niet om bijvoorbeeld met Mike de lead-out te doen, het doel is om als eerste over de meet te komen. Als dat betekent dat we op vier kilometer van de finish al drie man op moeten roken om überhaupt in de positie te komen, wat kan in de Tour, dan is dat zo', klinkt het realistisch.
Visbeek schuift daarin wel twee heren prominent naar voren, te beginnen met Thijssen. 'Gerben en Bini zijn twee verschillende soorten sprinters. De
snelle sprints passen meer bij Gerben en de lastigere en heuvelachtige sprints
zijn voor Biniam. Daar hebben we een verdeling op gemaakt. Het is echter een feit dat Gerben hier zijn debuut maakt en het is na
zijn val in de Scheldeprijs (waarbij hij zijn enkel brak, red.) een race tegen de klok geweest om hem klaar te krijgen
voor deze Tour; conditioneel en ook mentaal. De snelheid is er en we hebben hem
qua inhoud behoorlijk sterker kunnen maken dit jaar', zo klinkt het. Helmantel: 'Wij geloven erin dat Gerben in een snelle massasprint
iedereen kan kloppen. Hij gaat geen negen van de tien sprints winnen, maar we
geloven er wel in dat hij iedereen kan kloppen op een goede dag.'
Er is bij de 26-jarige Belg één probleem, zo benadrukt Visbeek eerlijk: 'De positionering is
zijn achilleshiel. En dat is in de Tour cruciaal. In de
Baloise Belgium Tour vond
hij het al lastig, dus om het dan ook nog eens in de
Tour de France te doen…
Daar zijn drie keer zoveel sprinttreinen, dus houden we de druk bij hem weg.
Misschien valt het tegen, maar als we hem in positie krijgen, is er veel
mogelijk met zijn snelheid. Daar hebben we een ervaren sprinttrein voor. De
positionering moet gewoon beter, dat is zijn nummer één probleem. Als hij het
wiel verliest van de trein, dan verliest hij ook vaak een aantal plekken. In
dat opzicht wordt het een uitdagende Tour, waarin hij veel kan leren.'
Wat wordt de rol van Girmay in de (massa)sprints?
'Het ultieme doel is een sprint winnen. Als het wat lastiger
is, komt Bini wat beter bovendrijven. Maar als het een pure sprint is, zijn het
de kwaliteiten van Gerben die daar bijpassen', beaamt ook Helmantel desgevraagd. 'Maar ja, in de hectiek kan het
ook zomaar zijn dat het eens voor Bini wordt in een vlakke sprint. Daar hebben we
ook meetings over gehad, dat we ook op die manier flexibel moeten zijn. De sprints waarbij ze één voor één uit het rijtje gaan en
dat de sprinter dan recht naar de finish kan sprinten, zijn zeldzaam. Zelfs een
Kooij of Milan heeft dat niet vaak gehad in bijvoorbeeld de Giro, wat ook geldt voor Merlier. Die wint ook vanuit
de chaos. Daar zijn we mee bezig, en elke sprint is ook weer anders. Als het een keer goed gaat, is het ook geen garantie voor de sprints die volgen.'
Bij Intermarché-Wanty gaan ze dus niet zwart op wit zetten dat Thijssen in alle vlakke sprints wordt uitgespeeld als kopman. 'Het kan ook dat ze een keer vijfde en achtste worden,
als ze elkaar kwijt zijn en allebei sprinten', zegt Visbeek. 'We hebben iedere etappe één
aangewezen sprinter, die krijgt de sprinttrein mee. De ander focust zich op
helpen, maar zo simpel is het niet. Als Gerben het wiel kwijtraakt en Biniam
zit er nog wel, dan kan hij die sprintersrol overnemen. Dat is de luxe als je
met twee sprinters start, al kan het ook zo uitpakken dat het er op tv niet
goed uitziet. Dat nemen we dan voor lief.'
De grote vraag is: hoe gaat Girmay in een lead-out opereren, als hij zelf ook aantoonbaar problemen heeft met het positioneren. Volgens Visbeek is dat een label dat inmiddels niet meer helemaal fair is richting de Afrikaan. 'Ik vind dat de positionering van Biniam al heel erg is
verbeterd. Als je kijkt naar de Tirreno, daar zaten wel een aantal
sprintetappes in en daar konden we hem goed in positie brengen. Bini heeft
vorig jaar veel moeten leren in de Tour, maar ik vind dat hij dat al wel in
praktijk heeft gebracht. Hij staat een stuk verder dan Gerben, een voorsprong
in ervaring ook. Een luxe-lead-out á la Van der Poel, dat zou zeker z’n rol kunnen
zijn.'
Vijf jaar na Brussel: wat is de rol van Mike Teunissen in dit geheel?
6 juli 2019 is een dag die Teunissen niet snel zal vergeten: destijds pakte hij in Brussel verrassend de ritzege - en daarmee de gele trui - in de Tour van dat jaar. Vijf jaar later begint hij op 31-jarige leeftijd aan zijn vijfde
Tour de France, waar hij weet wat hem te doen staat namens Intermarché-Wanty. 'Mijn rol is hetzelfde als altijd, in de lead-out. En dan is
het per rit even bekijken of het voor Gerben of Bini zal zijn, maar dat is heel
lastig om van tevoren al af te spreken', zo zei hij recent.
'Bini heeft vorig jaar natuurlijk een
leerjaar gehad in de Tour en dat zal voor Gerben wellicht nu ook wel zo zijn', is de man uit Ysselsteyn zich bewust van de Tour-factor. 'Dat moeten we niet onderschatten, de massasprints in de Tour zijn toch nog wel
wat anders. Dus dat is even aankijken. Voor Gerben is het een beetje een ontdekkingsreis, maar
voor
Laurenz Rex en
Hugo Page eigenlijk ook. En daarmee bij uitbreiding de
gehele sprinttrein', doelt hij op de drie debutanten van de vijf. 'Bini heeft de ervaring van vorig jaar inmiddels wel en laat
ook goede vorm zien, dus dat is wel hoopgevend. Hopelijk kan hij dat meepakken
richting de Tour.'
'Mike heeft superveel ervaring', lichtte Helmantel de rol van de Nederlander nader toe. 'Hij voelt de koers goed aan
en dat is heel waardevol. Als je als sprinter vertrouwen hebt in je lead-out,
dan moet je je focus op dat wiel houden in plaats van zelf alles overzien. Zo
was bijvoorbeeld Tom Veelers ook belangrijk voor Marcel Kittel, die had echt
dat vertrouwen in Tom. Dat ging ook wel eens mis, maar het ging vaker goed dan
mis. Zo kweek je vertrouwen en dat maakt dat je als sprinter kan focussen op
een sprint.’
Op welke manier kan de Limburger dan zijn ervaring overbrengen op Thijssen, Rex en Page? ‘Mike kan rust brengen en uitstralen, ook richting de andere
jongens. Hij heeft dat geduld om te wachten op het gaatje dat komt in een
sprint, zoals hij ook liet zien in Tirreno-Adriatico en recenter.’
Was de kritiek terecht tijdens voorbereiding op de Tour de France?
Met horten en stoten, dat mogen we wel concluderen. Intermarché-Wanty begon goed aan het jaar, maar zag de drie aangewezen sprinters binnen één week uitvallen. Girmay lag bij de zware valpartij in Dwars door Vlaanderen, terwijl Thijssen en Arne Marit één week later allebei hun enkel braken bij een lullige valpartij in Dwars door Vlaanderen. Thijssen miste daardoor de Giro en werd overgeheveld naar de Tour, terwijl Girmay als absolute kopman rap uitviel in de Ronde van Italië. 'Het is even in de soep gelopen, maar dan is het juist zaak om de rust te bewaren', aldus Helmantel. 'De laatste weken hebben we de schwung weer wat teruggevonden en moeten er nu het vertrouwen in hebben dat het zich doorzet. In de Tour kan dat dan iets moois opleveren.’
Visbeek benadrukt daarbij dat de kritiek van de buitenwacht in de voorbereiding op de Tour ook niet altijd terecht was. Zo kreeg Girmay de volle laag van enkele analisten toen hij na twee valpartijen in één rit uitstapte in de Giro, alvorens hij kort erna alweer koerste in België. Te makkelijk opgegeven? 'Die kritiek vond ik volstrekt belachelijk. Als de Giro-dokter zegt
dat hij waarschijnlijk een bekkenbreuk heeft, hij zit niet meer recht op z’n
fiets en hij voelt zich niet goed, dan is het lastig om te zeggen dat je tegen
alle adviezen in nog vijftig kilometer door fietst. Ze zagen bij de finish ook
een breuk, dus ik vind het slecht dat er zo op gereageerd is. Biniam heeft de
laatste jaren flinke klappers gemaakt en heeft daarin laten zien dat hij niet
snel opgeeft. Als hij zelf ook zegt dat het niet goed zit, dan is dat voor mij
een waardemeter.'
Gelukkig voor Intermarché-Wanty viel het mee met Girmay, maar ook Teunissen en co hebben hun portie pech inmiddels ook gehad. 'Ik ben ziek geworden op hoogtestage, dus ik ben niet zo
goed als ik had willen zijn', aldus de Nederlander in de
ZLM Tour. 'Daar hebben we met een paar jongens vijf dagen op
bed gelegen met buikgriep. Wat het precieze gevolg daarvan gaat zijn, weet ik
niet. Toen ik terugkwam was ik nog niet top, maar nu gaat het beter en beter.
Hopelijk gaat dat zo lang mogelijk op die manier en kunnen we nog
een laatste hand leggen richting de Tour.'
Hoewel de ploeg enkele mooie ereplaatsen behaalde
en de ZLM Tour wist te winnen, boekte Thijssen geen overwinning in de Nederlandse rittenkoers. In de
Baloise Belgium Tour volgde een nieuwe kans en sprintte hij één keer naar een derde plaats. Ook Teunissen voelde zich na de hoogtestage in Andorra dus nog niet top, al deden de TV-beelden anders vermoeden. 'In Keulen reden er 25 man weg, maar ik zat niet mee. Dat ik
uiteindelijk voor de TV dan een goede lead-out deed, was mooi voor TV…. dat is
het belangrijkste, haha (lacht). Brussel idem dito, daar reed ik dan maar op kop om
mijzelf nuttig te kunnen maken', klonk het eerlijk vanuit de Nederlander, die uiteindelijk wel al cruciaal werk verrichte voor Rune Herregodts in de Nederlandse etappewedstrijd.
Wat valt er nog te finetunen richting de Tour?
Wat opvalt bij de groep van vijf richting de Tour, is dat ze geen enkele keer allen samen koersten richting de Ronde van Frankrijk. Teunissen reed in de
ZLM Tour zo'n beetje voor het eerst samen met Thijssen, terwijl ook de andere jongens in verschillende koersen werden ingezet. Logische verklaring hiervoor is de jacht op punten, die ook bij Intermarché-Wanty weer actueel is. Maar ook de valpartijen,
het budget van Intermarché-Wanty en bijvoorbeeld de woonplaats van Girmay dragen daar aan bij.
Thijssen is eenzelfde type sprinter als Dylan Groenewegen, de man waar Teunissen veel successen mee boekte. 'Toen was ik echt gekoppeld aan Dylan en werkten we altijd
samen met Amund Grondahl Jansen, mijzelf en Dylan. Nu is het wel wat lastiger omdat er meer
gerouleerd wordt, dus dan is het ook moeilijker om op elkaar in te spelen.
Normaal zou ik helemaal niet veel koersen gedaan hebben met Gerben, dus dat is
wel een beetje zoeken. Het voordeel is dat we allemaal wel wat ervaring hebben,
maar het blijft wat zoeken naar automatismen. Als je vaker samenwerkt, dan komt
het misschien net wat makkelijker.'
Helmantel stelt dat de communicatie daarin zeker van belang gaat zijn. 'Onze sprinter moet in positie zitten als de sprint begint. Het liefst met een paar man voor hem natuurlijk, maar anders gewoon in het wiel van iemand anders. Daar zijn we mee bezig, dat we weten hoe we moeten anticiperen en communiceren. Daar zijn we in de winter al mee begonnen, zodat we niet vastgeroest raken als we iemand kwijt zijn.'
Flexibel zijn en goed overleg houden in de chaos die de
Tour de France voortbrengt, dat is dus de opgave. Daarbij probeert Visbeek zijn jonge sprintkern rustig te houden, daar er in de eerste week van de Tour altijd veel stress is, met valpartijen tot gevolg. 'We moeten in het Tourcircus rust uitstralen, nu we het
vertrouwen aan deze jongens hebben gegeven. We weten waar de gevaren liggen en
daar proberen we goed mee om te gaan. We zetten er geen extra druk op, omdat je
daarmee gestreste renners en gevaarlijke gedrag creëert en dat wil je niet
hebben. Je kunt niet alle crashes vermijden, maar jonge renners verliezen
makkelijker hun hoofd en pakken risico’s als het niet hoeft. In de laatste
kilometer worden die risico’s ook genomen, maar daarom zeg ik ook vaak: denk
goed na wanneer het écht belangrijk.'