Michael Mørkøv wordt door menigeen in de wielerwereld
beschouwd als de koning van de lead-out. Zo
zei zijn ploeggenoot
Sam Bennett dit
jaar: ‘Morkov weet me altijd goed af te zetten.’
Het Nieuwsblad sprak met de
Deense lead-out van
Deceuninck-Quick-Step.
Mørkøv begint met hoe hij een massasprint-aankomst
voorbereidt. ‘De avond voor een sprint bestudeer ik de
aankomst op Google Maps en Google Street View. Hoe ver van de finish ligt de
laatste bocht? Hoe breed is de laatste kilometer? Zijn er rotondes of
verkeerseilanden die het peloton gaan uitrekken? In de Tour de France is dat tricky. Je prent de opeenvolging van meubilair in je hoofd – rotonde, eilandje, verkeersbord – en dan stel
je vast dat die voor de Tour allemaal zijn weggehaald’, lacht Mørkøv.
Volgens Morkov is zijn grootste
talent dat hij de snelheid op basis van intuïtie goed kan inschatten. ‘Dat heb
ik van het baanwielrennen. Je moet gestaag het tempo opvoeren, niet meteen full gas en dan stilvallen op het einde. Het lanceren van een sprinter
moet eruitzien als een raket die vertrekt. Een beetje traag in het begin en dan
steeds sneller en sneller’, legt de Deen uit. Ook legt hij uit waarom sprinters
niet vanzelfsprekend goede lead-outs zijn. ‘Iemand uitleiden en echt sprinten zijn heel verschillende dingen. Je ziet het
vaak bij teams die met twee echte sprinters naar een race gaan. De ene moet dan
de lead-out doen voor de andere, maar dat gaat bijna nooit goed. Sprinters zijn
het gewend om all out naar de finish te gaan, maar mijn job zit helemaal
anders in elkaar.’
'Ik weet wel al wat er dit jaar anders is'
- Michael Mørkøv over de ScheldeprijsDe samenwerking tussen Mørkøv
en zijn sprinter Bennett verloopt dit jaar met
vijf overwinningen uitermate goed en in de
Scheldeprijs moet nummer zes volgen.
De Deen rijdt woensdag zijn tiende Scheldeprijs en dus is zijn huiswerk voor de
koers minimaal. Toch laat hij zich niet door het minste of geringste verrassen.
‘Ik weet wel al wat er dit jaar anders is: drie plaatselijke rondes, met de
oude, langgerekte finish. De voorgaande jaren was er in de laatste rechte lijn
nog een deviatie, nu niet meer. Dat soort dingen moet je weten.’ Ook de
windrichting is voor de eindsprint van groot belang. ‘In de Scheldeprijs mag je
bij wind tegen tamelijk ver zitten bij de laatste chicane op 1,2 kilometer.
Staat er meewind, dan kan je vanaf daar de lead-out al echt beginnen’, aldus Mørkøv
.