Rein Taaramäe klom maandag naar de zege in de derde etappe
van de
Vuelta a España met finish op de Picón Blanco. De Est, die eerder dit
jaar al een rit won in de Giro d’Italia, zat mee in een kopgroep van acht
renners, van wie hij uiteindelijk overtuigend de sterkste bleek. Daarnaast nam
hij ook de rode trui over van Primoz Roglic.
De laatste keer dat Taaramäe op WorldTour-niveau won was
alweer een tijdje geleden, namelijk de twintigste etappe van de Giro d’Italia
2016. Toch kwam de ritzege op de Picón Blanco niet helemaal onverwacht voor de
Est. ‘Eigenlijk wel, want ik ben in goede vorm. Daarnaast heb ik een heel slimme
ploegleider met Valerio Piva. Gisteravond hadden we het er al over om vandaag
de rit te winnen en mogelijk de leiderstrui over te nemen’, aldus Taaramäe in
het flashinterview.
De renner van Intermarché-Wanty-Gobert had dus veel
vertrouwen en maakte zich ook weinig zorgen over zijn vluchtgenoten, waarvan Kenny Elissonde
en Joe Dombrowski sterke klimmers waren. ‘Ik geloofde er heel erg in eigenlijk. Het ging er vooral om of het peloton ons zou terugpakken. Toen ik zag dat we
het gingen halen, testte ik Dombrowski en Elissonde. Ik weet dat zij sterke
renners zijn. Ik wist niet of ik hen kon kloppen, maar geloofde er wel in, want
ik had het al vaker gedaan.’
'Ik ben namelijk 34 jaar oud en ik had niet veel jaren meer om zoiets te presteren'
- Taaramäe over het dragen van de leiderstrui in een grote rondeMet die laatste zin verwijst de Est naar zijn zege in de
Giro van 2016. Daar versloeg hij namelijk onder meer Dombrowski. ‘Daar vochten
we ook tegen elkaar, vandaar dat ik het vertrouwen had dat ik hem weer kon
verslaan.’ Naast de ritzege pakte Taaramäe ook de leiderstrui, die hij overnam
van Roglic. ‘Het is erg groot. Ik ben namelijk 34 jaar oud en ik had
niet veel jaren meer om zoiets te presteren. Ik heb dan al etappes in de Giro
en de Vuelta gewonnen, maar ik droomde veel van een leiderstrui in een grote
ronde, tenminste voor een paar dagen, om te voelen hoe het is. Ik kwam dit jaar
in de Giro dichtbij, in de rit die Dombrowski won’, besluit Taaramäe.