Mads Pedersen heeft de eerste etappe in het
Circuit Cycliste Sarthe op zijn naam geschreven. De Deen van Trek-Segafredo doet dit twee dagen na zijn top tien-notering in de Ronde van Vlaanderen. Hij kreeg deze overwinning zeker niet cadeau, een select groepje bleef voor het peloton uit en van hen was Pedersen de snelste.
Voor Pedersen reed het favorietengroepje op een onfortuinlijk moment weg. 'Alex Kirsch en ik waren net gestopt om te plassen, toen we zagen dat ze van voren wegreden. Ik moest opschuiven en kon toen de sprong maken', zo legt Pedersen uit na afloop van de etappe. Dit doet hij op de site van zijn ploeg. 'In het begin draaide ik een beetje mee, maar niet te veel, want we hadden Kamp in de kopgroep. Toen we ze te pakken hadden, werd het hard koersen. Het peloton zat ons van achteren op de hielen en gaf ons weinig voorsprong en dat maakte het lastig.'
De Deense renner, die wereldkampioen werd in 2019, wachtte niet op de sprint. 'Met nog twee kilometer te gaan dacht ik dat ik in de aanval kon gaan en de anderen kon laten achtervolgen. Luke Plapp van INEOS Grenadiers gaf me echter niet veel ruimte. Ik kwam terug bij de groep met nog anderhalve kilometer te gaan en herstelde een beetje voor de sprint. De laatste man viel aan voor de laatste bocht, met nog 700 meter te gaan, en ik moest het gat dichtrijden. In zo’n situatie kun je niets anders doen dan hard rijden en hopen op het beste. Ik geloofde nog steeds in mijn sprint, ook al moest ik energie steken in het dichtrijden van het gat, ik dacht dat ik nog steeds kon winnen. Het was moeilijk, maar ik slaagde erin om het op tijd te dichten, een paar keer te ademen en dan voor de sprint te gaan.'