Simon Yates wist
rozetruidrager Egan Bernal woensdag te lossen, maar de grote vraag is of hij dat
vrijdag weer kan. Dan wordt er namelijk gefinisht op de steile Alpe de Mera.
Yates geeft zijn plannen voor de negentiende etappe van de
Giro d'Italia alvast niet prijs.
‘Ik weet het niet, ik
weet niet meer dan jij’, vertelt Yates na afloop van de achttiende etappe aan de interviewer van Eurosport. ‘Als ik goede benen heb, dan zal ik
wat proberen. Dat zien we echter pas op het moment zelf.’
Yates zal alvast moed
hebben geput uit de mindere dag van Bernal op de Sege di Ala, waar de Brit een
kleine minuut terugpakte op de Colombiaan. ‘Hij was toen inderdaad wat minder, maar dat kon aan van alles
liggen, misschien een slechte dag. We kwamen immers uit de rustdag, wie weet
wat er aan de hand was’, aldus Yates. Waar de kopman van
Team BikeExchange de
klim naar Sege di Ala had verkend, geldt dat niet voor de Alpe di Mera, de
aankomst van vrijdag. ‘Ik ken die klim niet. Die van gisteren (Sege di Ala,
vrijdag, red.) was een van de zwaarste die ik ken.’
White: 'Komende dagen worden heel interessant'
Waar Yates dus
niet in zijn kaarten laat kijken, doet ploegleider
Matt White dat ook niet in
gesprek met
Cyclingnews. ‘We rijden gewoon onze eigen koers en als we in het
klassement willen opschuiven, dan moeten we druk zetten op de renners voor ons,
zo simpel is het. Waar we dat gaan doen, zullen we in de komende 24 uur zien.’ Het is volgens White echter ook zomaar mogelijk dat zijn ploeg juist in een verdedigende rol wordt gedrukt. ‘Misschien
hebben ze (INEOS Grenadiers, red.) wel een plan om ons onder druk te zetten.
Het wordt heel interessant hoe het zich in de komende dagen allemaal gaat ontwikkelen’,
aldus White.