Voor Quinn Simmons is het een gek jaar. Hij maakte op achttienjarige leeftijd de overstap van de junioren naar de profs, nadat hij in 2019 wereldkampioen op de weg werd bij de junioren. Nu rijdt hij voor Trek-Segafredo en reed hij in het openingsweekend van het klassiekerseizoen Omloop Het Nieuwsblad en Kuurne–Brussels–Kuurne. Een goed begin van het jaar voor de jonge Amerikaan, met onder meer een overwinning van ploeggenoot
Jasper Stuyven in Omloop Het Nieuwsblad. Ook voor de rest van de klassiekers had hij plannen, onder meer voor
Parijs-Roubaix. Maar ook voor hem geldt dat het coronavirus roet in het eten gooit en dat hij zijn focus verderop in het seizoen moet leggen.
Toch heeft Simmons genoten van zijn eerste ervaringen bij de profs, al merkt hij zelf niet veel verschil. 'Het enige verschil met wat ik altijd deed, is dat ik er wat meer aan doe, wat langer race en ervoor betaald krijg.' Maar hij heeft zeker ook genoten: 'Het was gaaf om door het peloton te rijden en mannen als Gilbert, Van Avermaet en Jungels te zien rijden. Maar als het moet probeer ik ook die jongens, waarvan ik groot fan ben, een stoot terug te geven', laat hij weten aan
Velonews.Dat hij die jongens ooit wil verslaan in een klassieker mag geen geheim zijn. Hij liet zijn klasse vorig jaar al zien door Gent-Wevelgem voor de junioren te winnen. Daarom lag zijn prioriteit dit voorjaar ook bij
Parijs-Roubaix, om bij dat soort koersen zijn ploeggenoten
Jasper Stuyven en
Mads Pedersen bij te staan. Voorlopig moet de ploegleiding een nieuw plan uittekenen voor het seizoen, maar dat is vooral nog afwachten. (Foto: Sirotti)