De Nederlandse baansprinters maakten in Tokio op verbluffende wijze de favorietenrol waar. Na afloop van de race is de blijdschap bij de coureurs groot.
Roy van den Berg kon het direct na de race nog maar amper bevatten: 'Godverdorie... wat ben ik trots op iedereen.'
'Het moet nog even bezinken', zo klinkt het bij Van den Berg. Hij staat nog voor de medailleceremonie de
NOS te woord: 'Het was gewoon wat bizar wat we hebben laten zien. Tijdens het hele corona-gedoe zijn we ontzettend blijven trainen. Wat we hier dan als team presteren... Godverdorie, wat ben ik trots op iedereen. Ook de staf, niet normaal. Zo mooi!.'
Baanrenners stralen met medailles
Nadat de medailles uitgereikt waren, kwamen de vier
baansprinters nogmaals voor de microfoon. ‘Het besef komt nu wel een beetje, ja’,
komt Van den Berg terug op zijn eerdere uitspraken. ‘Het gaat zo snel. Je zit
in een soort waas. Net lag ik nog lekker in bed en nu staan we hier met zijn
allen. Het is mooi dat het zo uitpakt.’
De anderen staan naast hem net zo te glunderen met hun medailles.
Lavreysen noemt het ‘fantastisch’ dat ze het goud gehaald hebben. ‘We waren de
grote favoriet, maar dan moet het nog wel even gebeuren’, laat hij weten. Toch
was het vertrouwen vooraf groot, laat Hoogland doorschemeren: ‘Ik was best
ontspannen in de finale. Ik wist dat we nog harder konden dan in de eerste
ronde. Ik stond er dus vol vertrouwen.’
Büchli had inmiddels ook zijn medaille ontvangen, maar dat
bleek niet zonder slag of stoot te zijn gegaan. Van de IOC mocht hij niet mee
het podium op met zijn ploeggenoten. ‘Van hogerop hoorden we dat we misschien
een sanctie kregen als ik het wel deed. Naast het podium krijg je dan een
medaille. Het moet maar.’