De Plus versus Oomen: Levert Jumbo-Visma in of gaat het erop vooruit? IDL-producties

De Plus versus Oomen: Levert Jumbo-Visma in of gaat het erop vooruit?

Door Bram van der Ploeg 22 juni 2020 | 15:08


En plots was daar transfernieuws bij Team Jumbo-Visma. Althans, nieuws; er wordt volop gesproken over twee interessante aanstaande transfers. Laurens De Plus zou na twee jaar de deur achter zich dichttrekken voor een driejarig contract bij Team INEOS, Sam Oomen komt op zijn beurt over van Team Sunweb. In de Leiderstrui dook, mede dankzij Procyclingstats, in de overeenkomsten en verschillen tussen de twee. Is Jumbo-Visma straks beter af of niet?

Eerst even wat algemene feiten op een rij. Aan de ene kant hebben we De Plus, geboren op 4 september 1995 en daarmee nog maar 24 jaar oud. Hij rijdt sinds 2016 bij de profs, waar hij doorbrak bij Etixx - Quick Step, in 2017 en 2018 Quick-Step Floors geheten. Na 2018 koos hij voor de overstap naar Team Jumbo-Visma, waar hij voor twee seizoenen tekende. Oomen is slechts drie weken ouder dan De Plus en dus tevens 24 jaar. Ook hij kwam in 2016 in de WorldTour terecht. Team Giant-Alpecin, tegenwoordig bekend als Team Sunweb, nam de toen 20-jarige Oomen na 2015 over van Rabobank Development Team. De twee generatiegenoten hebben allebei een aflopend contract.

Individuele overwinningen De Plus en Oomen

Tegenwoordig winnen 20-jarige talenten etappes in grote rondes, maar van Oomen en De Plus kunnen we zeker niet zeggen dat ze veelwinnaars zijn. De Plus toonde in zijn tijd bij Quick-Step zeker wel zijn potentie als puncheur in finales met een steile muur, maar winnen deed hij bij die ploeg nooit als individu. Hij werd in 2018 wel wereldkampioen tijdrijden met Quick-Step Floors en in 2019 won hij met Jumbo-Visma de ploegentijdritten in de UAE Tour en de Tour de France. Zijn eerste individuele zege kwam in 2019, toen hij namens Jumbo-Visma de BinckBank Tour won. Meteen een grote vis, maar De Plus kwam gek genoeg nog nooit als eerste over de meet, met twee handjes in de lucht. In de BinckBank Tour werd hij twee keer derde in een etappe, genoeg voor de eindzege in het klassement. 

Oomen won niet veel meer, al proefde hij al wel de smaak van een individuele zege. Hij won de koninginnenrit in de Tour de l'Ain van 2016, voor Pierre Latour. Het leverde hem tevens de eindzege op in die Franse rittenkoers. Net als De Plus werd Oomen ook al eens wereldkampioen ploegentijdrit. In 2017 was hij onderdeel van de winnende machine van Team Sunweb. In het rijtje hoogtepunten scharen we verder zijn jongerentruien in de Ronde van de Algarve in 2018 en de Tirreno-Adriatico in 2019.  


Oomen in de Tirreno van 2019, met de jongerentrui.

De Plus en Oomen in grote rondes en andere rittenkoersen

Procyclingstats houdt er op de site een puntensysteem op na. In iedere koers waarin een renner rijdt, kan hij punten scoren met zijn prestaties. De precieze telling is daarin niet per se van belang. Wat opvalt is dat Oomen, ondanks een vrij gelijk carrièrepad als De Plus, met 1.989 punten een stuk hoger scoort dan De Plus, die blijft steken op 1.136 punten. Belangrijke kanttekening daarbij is wel dat Oomen reeds 47.142 wedstrijdkilometers op zijn teller reed, De Plus kwam tot voor de coronacrisis tot 39.567 kilometer. Een opvallend verschil, aangezien Oomen drie grote rondes reed (waarin hij twee keer opgaf) en De Plus vier grote rondes achter zijn naam heeft (waarin hij twee keer opgaf).

Oomen komt daarmee op 4.2 punten per honderd wedstrijdkilometers, De Plus staat in dat geval gemiddeld op 2.9 punten. Maar waar komt dat verschil vandaan? Nou, Oomen blijkt een stuk sterker in rittenkoersen van een week en grote rondes. We tellen in alle rittenkoersen van Oomen vanaf 2016 maar liefst negen keer een eindklassering in de top-tien. Dat is dus inclusief die eindzege in de Tour de L'Ain van 2016, maar ook een derde plaats in het Critérium International in datzelfde jaar. En natuurlijk hebben we het dan ook over de negende plaats in de Giro d'Italia van 2018, waar hij als knecht van Tom Dumoulin knap naar een top-tien reed.

De Plus blijkt een minder sterke klassementsrenner, al was dat bij Quick-Step Floors eigenlijk ook zelden zijn hoofddoel. De Plus noteerde sinds 2016 drie keer een top-tien, waaronder dus die BinckBank Tour in 2019. Hij werd ook al eens derde in de Ster ZLM in 2017 en hij werd achtste in de Amgen Tour of California van 2018. Nog een verschil in de rittenkoersen tussen de twee: Oomen eindigde twaalf keer in de top-vijf van het jongerenklassement, De Plus zesmaal. Oomen won van die twaalf keer tweemaal het wit, De Plus nooit.


Foto: Procyclingstats.

De Plus en Oomen in de eendagskoersen en tijdritten

Oomen was op papier de betere klassementsrenner in rittenkoersen van een week of grote rondes. De Nederlander wint qua Procyclingstats-punten ook ruimschoots als het gaat om de eendagswedstrijden. Oomen verzamelde in vier en een half seizoen 582 punten, De Plus 246 punten. We moeten echter vooral concluderen dat beide renners absoluut (nog) geen hoogvliegers zijn in het eendagswerk. Oomen eindigde eenmaal in de top-tien; in 2017 werd hij zesde in de Tre Valli Varesine. De Plus staat ook op één keer top-tien; hij werd tiende in de Brabantse Pijl, ook in 2017. 

Toch wordt beide renners wel degelijk een mooie toekomst voorspeld in de eendagskoersen. Dat kan ook zeker wel, als ze zich er daadwerkelijk op gaan focussen. De Ardense klassiekers zijn in principe op hun lijven geschreven. Oomen en De Plus zijn beide explosief en kunnen goed uit de voeten op korte en steile klimmetjes. De mooiste prestatie van de twee komt andermaal van Oomen. Hij werd in 2018 knap twaalfde in Luik-Bastenaken-Luik, een voorbode van zijn vorm voor de Giro d'Italia dat jaar. 

Kijken we ten slotte naar de tijdritten van beide mannen, dan kan De Plus zijn eerste 'overwinning' bijschrijven in dit overzicht. Het verschil is nihil, maar winnen is winnen. De Plus scoorde 238 punten in tijdritten, Oomen blijft bij Procyclingstats op 217 punten steken. Dat heeft natuurlijk te maken met de drie gewonnen ploegentijdritten van De Plus, tegenover eentje voor Oomen. Maar ook individueel rijdt De Plus goede tijdritten. Wat te denken van zijn vierde en zevende plaats bij de BK's tijdrijden in 2018 en 2016. Oomen bleef bij zijn enige nationale poging steken op plek zes in Nederland in 2017. 


Laurens De Plus; sterk in de tijdrit.

Oomen versus De Plus: het gevoel buiten de cijfers

Cijfers zijn leuk, maar ze coveren in de wielersport zeker niet alles. Denk alleen al aan het feit dat Oomen al jaren graag een klassement rijdt en dat De Plus vaak ook vooral zijn ritten uitkoos. Ook de concurrentiestrijd binnen de ploeg moet worden meegenomen. De Plus reed bij Jumbo-Visma vooral voor anderen, Oomen kreeg vooral in de rittenkoersen van een week vaak zijn eigen kans bij Team Sunweb. Staar je dus niet meteen helemaal blind op het feit dat Oomen cijfertechnisch in bijna alle opzichten een vooruitgang lijkt voor Jumbo-Visma. 

Want De Plus is naast bovenstaande toch ook vooral een renner die in zijn tijd bij Jumbo-Visma enorme stappen heeft gemaakt. Helaas kunnen we dat niet vergelijken met Oomen, die sinds half 2019 met een heup- en liesblessure uit competitie was, maar De Plus ontdekte zich vooral in 2019 echt met zijn rol als luxeknecht in de UAE Tour en de Tour de France. De winst in de BinckBank Tour was een logisch gevolg van zijn groeicurve. Oomen maakte die ontwikkeling van De Plus eigenlijk al in 2018 door, met onder meer die negende plaats in de Giro d'Italia. Het verklaart ook waarom Oomen in 2018 enorm veel Procyclingstats-punten scoorde en De Plus in 2019 (mede door de blessure van Oomen) een inhaalslag maakte.

Die inhaalslag kan echter ook zomaar stagneren als Oomen straks in augustus weer volledig fit op zijn fiets stapt. Waar De Plus eigenlijk een constant opgaande lijn kent in zijn groeicurve, kreeg Oomen in 2019 voor het eerst te maken met een serieuze fysieke tegenslag. De vraag is dan ook gerechtvaardigd: wat had Oomen gekund, bijvoorbeeld in de Tour de France in een vrije rol? Wat had hij gekund nu hij zijn maatje Tom Dumoulin niet voor zich hoefde te dulden?

Conclusie: waar ligt hun potentie?

Op basis van zijn enorme ontwikkeling in 2019 is de belangstelling van Team INEOS voor De Plus niet zo vreemd. Hij haalde plots het maximale uit zijn kwaliteiten en kan op die manier een interessante luxe-knecht worden bij INEOS, zoals hij dat al was bij Jumbo-Visma. De vraag is natuurlijk waar zijn plafond ligt. Hoeveel beter kan hij nog bergop? Hoeveel harder kan hij nog in de tijdrit? Kan hij de nieuwe Wout Poels worden; een renner die bij INEOS een complete toprenner werd? Of neemt De Plus uiteindelijk toch plaats op plek twee, drie of vier in de INEOS-trein?

Dezelfde vragen kun je stellen voor Oomen, alleen is het belangrijkste verschil dat hij zich minder hoeft te bewijzen op basis van het verleden. Oomen toonde in tegenstelling tot De Plus al enkele jaren zijn potentie. Bij Team Sunweb waren ze om die reden zelfs niet eens heel rouwig om Dumoulins vertrek. Ze hadden per slot van rekening toch Oomen? Oomen bewees zich de afgelopen jaren niet alleen als knecht á la De Plus; hij ging een stap verder en reed zelf al klassementen tussen de wereldtop.

Als we puur naar de potentie kijken, in combinatie met de cijfers en het onderbuikgevoel, dan lijkt Oomen in zijn oude vorm zeker geen stap achteruit voor Jumbo-Visma. Heel stiekem moeten we dan zelfs concluderen dat Jumbo-Visma er misschien wel op vooruit gaat. Want we vergeten voor het gemak dat Oomen bij Jumbo-Visma de stappen nog kan maken die De Plus de afgelopen twee jaar heeft gemaakt bij de Nederlandse formatie. De vraag is in dat geval of we Oomen over één of twee jaar nog wel een luxe-knecht moeten noemen... 

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: redactie@indeleiderstrui.nl


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws