Hoe 'rond mannetje' Van Baarle transformeerde tot onmisbare INEOS-vedette IDL-producties

Hoe 'rond mannetje' Van Baarle transformeerde tot onmisbare INEOS-vedette

Door Bram van der Ploeg 19 augustus 2020 | 11:00


Het gaat in het Nederlandse wielrennen vaak over Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk of Mathieu van der Poel, maar er is meer. In de schaduw van zijn landgenoten is Dylan van Baarle bij Team INEOS in 2,5 jaar tijd uitgegroeid tot een onmisbare schakel in de ploeg. De pas 28-jarige Nederlander rijdt de stenen uit de straat, in een team vol vedettes. Waar Chris Froome en Geraint Thomas afvielen, gaat hij 'gewoon' naar de Tour de France. In de Leiderstrui ging op zoek naar het verhaal achter de Voorburger, die in de afgelopen jaren is getransformeerd van een talentvolle hardrijder tot een ijzersterke wereldtopper.

Van Baarle is vandaag de dag een vederlichte wielrenner, maar dat was wel anders toen hij nog klein was. Koos van den Ende kent Van Baarle al vanaf zijn zesde, toen ze elkaar ontmoetten bij de fietscross in Zoetermeer. De zoon van Van den Ende en reed twee à drie jaar samen met Van Baarle op de BMX. 'Hij was een heel klein, rond mannetje, zeker niet de rankste. Maar op de BMX zag je meteen aan Dylan dat er een enorm karakter in zat. Zo'n rondje duurt maar een minuutje en Dylan was altijd degene die tot aan de streep bleef sprinten, terwijl anderen al opgaven. Hij had daar al een enorme winnaarsmentaliteit.'

'Wie waren wij om te zeggen dat hij niet goed was?'

Omdat het BMX-en te gevaarlijk werd, en Van Baarle al een keer in het ziekenhuis was beland, werd de focus verlegd naar het wielrennen. Die keuze was niet zo gek, met moeder Van Baarle die zelf ook heeft gefietst. Van Baarle reed enkele jaren in Rotterdam, alvorens hij als nieuweling in de ploeg terecht kwam van Van den Ende. Het Restore Cycling Team was een jaar eerder begonnen met vier jongens en daar voegde Van Baarle zich bij. Daar verbaasde Van den Ende zich opnieuw over het talent van de jonge Dylan. 'Hij was nog steeds niet de ranke renner die hij nu is, maar dat willen winnen heeft er altijd in gezeten. En we zagen toen al dat hij enorm getalenteerd is. Hij was absoluut geen trainingsbeest, maar hij had een enorme wilskracht.'

Dat de trainingsarbeid met de jaren kwam, weet Van den Ende nog goed. 'Hij zocht een keer op het laatste moment een stageplek en ik werkte toen veel bij TNO. Hij kon wel bij ons stagelopen in Scheveningen. Maar als ik vroeg of hij op de fiets van Scheveningen naar huis nog een rondje om deed door de duinen, zei hij altijd: "Ik ben toch in vorm? Ik ga niet over mijn vorm heen trainen..." Hij won toen meer dan twintig wedstrijden bij de junioren, dus wie waren wij om te zeggen dat hij niet goed was? Het ging bij hem allemaal heel makkelijk en misschien is hij daarom ook wel beroepsrenner geworden. Hij heeft lang alles op talent gedaan en is later pas echt gaan trainen.'

Van Baarle in 2008: Afzien in de Alpen. (foto: Restore Cycling)

'Ze hebben hem bij INEOS wel echt aangepakt'

Van Baarle kwam uiteindelijk bij Rabobank Continental Team terecht, maar hoewel die ploeg goed te boek stond, koos de toen 21-jarige Van Baarle eind 2013 voor Garmin, wat later Cannondale werd. Hij koos zijn eigen pad, ook toen in 2016 Team Sky voor de deur stond. De nuchtere Van Baarle in de Britse miljoenenformatie? Het was volgens Van den Ende de stap die hij nodig had. 'Hij moest opeens zijn handen desinfecteren en er werd heel erg op zijn voeding gelet. Ze hebben hem wel echt aangepakt, dat hij verstandige dingen moest eten en dan zou hij nog veel beter worden. Dat zie je nu wel.'

Toch moeten we niet alles toeschrijven aan de trainingsleer van het huidige Team INEOS. Volgens Van den Ende is Van Baarle een ongelofelijk slimme renner, die precies weet wanneer hij hard moet fietsen en wanneer hij beter even kan inhouden. Hij leest de koers naar verluidt beter dan veel ploegleiders in de auto's erachter. 'Als eerstejaars junior werd hij in 2009 Nederlands kampioen. Hij zat in de kopgroep en die viel stil. De anderen werden teruggehaald, maar Dylan demarreerde. Iedereen dacht dat dat veel te vroeg was, maar hij hield het vol. Hij ziet het echt, een typische klassieke renner', zo klinkt het. Ook bergop was Van Baarle altijd al goed. Tijdens een trainingskamp op Mallorca reed hij al zijn ploeggenoten naar huis. 'Dat klimmen is voor mij geen heel grote verrassing en nu zijn gewicht enorm omlaag is gegaan bij de profs, kun je daar ook nog wel wat van verwachten. Hij is ook heel behendig, en hij was altijd de beste in de tijdrit.'


Van Baarle in 2009: Nederlands kampioen als eerstejaars junior. (foto: Restore Cycling)

'Niemand had verwacht dat hij zich zo zou ontwikkelen'

Van Baarle heeft alles in huis, zo onderschrijft ook ploegleider Servais Knaven. De Britse ploeg zag de Nederlander in 2017 bij Cannondale al indruk maken, met meerdere vluchtpogingen in de bergetappes in de Tour. 'En zo is hij bij ons beland. Hij wilde het maximale uit zijn carrière halen en heel graag naar de Tour de France. Hij heeft er sindsdien heel hard voor gewerkt en hij heeft goed op zijn voeding gelet. Hij is wat kilootjes verloren en in combinatie met het veel bergop trainen, maakt dat natuurlijk wel een groot verschil. Sinds hij naar Monaco is verhuisd, hebben we wel een grote vooruitgang gezien.'

Dat Van Baarle in 2019 de beste knecht was voor Egan Bernal en Geraint Thomas in de Tour, dat had Knaven echter niet voorzien. 'Dat is zo gegroeid, want hij kwam in 2018 natuurlijk voor de klassiekers. Het plan was wel dat hij een sterke helper zou worden in de grote rondes, maar ik denk niet dat iemand had verwacht dat hij zich zou ontwikkelen tot zo'n goede klimmer. Hij heeft heel veel waarde tot aan de laatste berg van de dag en hij is iemand die in ontsnappingen mee kan gaan, waardoor hij al vooruitgeschoven is en kan wachten indien nodig. Dylan is in dat opzicht een perfecte ploegmaat. Hij weet wat zijn taak is en zijn eigenbelang staat op een laag pitje in de grote rondes.'


Van Baarle won in 2019 een etappe in de Dauphiné. (foto: Sirotti)

Knaven: 'Van Baarle krijgt volop kansen binnen INEOS'

Bang dat Van Baarle louter een knecht wordt bij INEOS is Knaven niet. 'Hij krijgt genoeg kansen, dat weet hij zelf ook. Dit jaar nog was hij een beschermde renner in de Tour Down Under en werd hij vijfde in het klassement. Hij is bij ons Nederlands kampioen tijdrijden gewonnen en hij heeft een rit gewonnen in de Dauphiné. Hij heeft bij ons dus op een aantal vlakken wel kansen gekregen. In de klassiekers is dat ook weer het plan. Het belangrijkste is dat hij zelf tevreden is met zijn programma en de klassiekers staan bij hem nog wel net een stapje hoger dan een goede knecht zijn in de Tour. Die kansen krijgt hij volop binnen onze ploeg. Hij zal in de klassiekers een van onze speerpunten zijn.'

Maar kan dat wel, met de Tour de France in september en de klassiekers in oktober? Kan Van Baarle drie weken hard werken voor INEOS en dan nog goed zijn in het najaar? 'Als Dylan op koersgewicht zit, is hij zeker niet te licht voor Parijs-Roubaix of de Ronde van Vlaanderen. Het gaat vooral om de explosiviteit in die klassiekers en dat train je niet zoveel als je veel bergop rijdt. Daar zit het hem meer in, denk ik. Dylan weegt niet opeens 52 kilo en er zitten tussen de Tour en de klassiekers nog wel een aantal weken, waarin je specifiek kan trainen voor de klassiekers. Bovendien zijn de eendagskoersen normaal in het voorjaar en is het koud. De kans is klein dat het in oktober vijf graden gaat zijn. Alle specialisten zullen nu wel iets lichter staan.' 

Van Baarle anno 2020: Er zit nog rek op

Knaven noemt Van Baarle 'waardevol' en 'betrouwbaar', en er zit volgens Knaven ook nog wel rek op. 'Hij is veel harder en op een andere manier gaan trainen. Als je in Monaco zit, train je best vaak met jongens zoals Froome en Thomas en als het dan bergop gaat, kun je jezelf met een grote motor snel verbeteren. Van de hoogtestages die wij de afgelopen jaren gedaan hebben, is hij echt beter geworden en hij legt de lat steeds weer hoger, waardoor hij nog steeds beter wordt. Het gewichtsverlies speelt een rol, maar het grootste verschil zit hem in de manier van trainen. Je lichaam moet het bovendien ook aankunnen en Dylan is heel sterk en kan dat dus goed aan.'

De enorme concurrentie bij INEOS doet volgens Knaven de rest. 'Wij Nederlanders willen altijd wel hard werken, maar de renners die bij INEOS komen, weten dat ze het beste niveau moeten hebben om aan de grote wedstrijden mee te doen. Daardoor hebben ze de motivatie en gaan ze ervoor.' (foto: Team INEOS)

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: redactie@indeleiderstrui.nl


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws