Zoals elk jaar gaan er ook in 2020 nieuwe talenten, jong of als laatbloeier, de overstap naar de top van het wielrennen wagen. Sommigen zullen slagen en eeuwige wielerglorie vergaren, anderen zullen misschien ambities bij moeten stellen en zich in een dienende rol moeten plaatsen en een paar zijn na een jaar al weer weg.
In de Leiderstrui brengt om de twee weken een nieuw gezicht in beeld en gaat dieper in op de resultaten, kenmerken en verwachtingen van de renner. Vandaag:
Florian Vermeersch van Lotto Soudal.
Profiel:
| Naam | Florian Vermeersch |
| Nationaliteit | Belgisch |
| Leeftijd | 21 (12-03-1999) |
| Specialiteit | Kasseienklassiekers, snel na lastige koers |
| Ploeg | Lotto Soudal |
| Vorige ploeg | Lotto Soudal U23 |
| Belangrijkste resultaten | 13de Gent-Wevelgem 2020, 9de BinckBank Tour 2020, 4de Brussels Cycling Classic 2020 |
Waar wielerland België de laatste jaren succesvol een
constante aanwas van talentvolle klimmers en klassementsrenners heeft weten op
te zetten, is de aanwas van Belgisch klassiekertalent enigszins schamel te
noemen. En dat voor het land met een rijke traditie van toppers in het
klassieke werk. Desondanks gloort er hoop, want met
Florian Vermeersch is er
mogelijk een nieuwe ster aan het firmament. In de Leiderstrui sprak met hem.
Vermeersch was aanvankelijk vooral veldrijder en deed dat
bij de junioren verre van onverdienstelijk. Na zijn overstap naar de beloften
ging het echter een stuk minder. ‘De uitslagen vielen eigenlijk wat tegen en op
de weg ging het juist omgekeerd. Daar ging het alsmaar beter en op een gegeven
moment kreeg ik een vraag van Kurt Van de Wouwer (ploegleider Lotto Soudal U23,
red.) of ik voor de belofteploeg van Lotto Soudal wilde rijden. De keuze had ik
vrij rap gemaakt omdat ik voelde dat het veldrijden niks ging worden. Ik heb
daar een hele goede tijd gehad. Ik ben dus zeer tevreden met mijn keuze’,
verklaart Vermeersch zijn inmiddels volledige focus op het wegwielrennen.
Vermeersch strijdt met de wereldtop in Gent-Wevelgem: ‘Had écht een hele
sterke dag’
Het opleidingstraject van Vermeersch bij de opleidingsploeg
van Lotto Soudal verliep zeer voorspoedig, want na één seizoen kreeg hij al een
aanbieding om per 1 juli 2020 de overstap naar de proftak te maken. Sindsdien
ging het snel en kon hij vanwege het, door de coronacrisis, uitgestelde
wielerseizoen toch nog meedoen aan prachtkoersen zoals Gent-Wevelgem en de
Ronde van Vlaanderen. In die eerste koers gaf hij al meteen zijn visitekaartje
als klassiekertalent af.
Vermeersch hield namelijk als jongeling in de Belgische
klassieker sterk stand en finishte uiteindelijk zeer knap als dertiende. ‘Dat
was inderdaad voor mij de eerste keer dat ik zo diep meeging in de finale,
tussen allemaal grote namen. Ik had toen écht een hele sterke dag. In de finale
werd het tactisch gespeeld en moest ik het onderspit delven. Ik ben echter heel
trots dat ik daar in mijn eerste jaar bij de profs al mee kon doen om de
prijzen’, kijkt Vermeersch voldaan terug.
Florian Vermeersch strijdt met de besten op de Kemmelberg in Gent-Wevelgem De prestatie in Gent-Wevelgem onderstreept dat de toekomst
van Vermeersch vooral bij de kasseienklassiekers ligt. ‘Ik denk dat die koers
bewezen heeft dat ik een klassieke renner ben en nu ik dat type koersen gereden
heb, besef ik mij ook dat ik deze koersen het liefste doe. Het is ook allemaal
in Vlaanderen en niet ver van mijn huis. De sfeer die rond de Vlaamse koersen
hangt, is bovendien heel tof.’
Vermeersch over debuut in de Ronde: ‘Voelt aan alles dat het anders is’
Na zijn sterke Gent-Wevelgem hoopte Vermeersch uiteraard ook
in de Ronde van Vlaanderen te bevestigen, maar dat pakte anders uit. ‘Ik viel
vroeg in de koers op een vrij domme manier. Het was mijn eigen fout. Dus dat
maakte het allemaal wel wat frustrerend. In het begin kon ik op adrenaline nog
terugkomen en het was het nog vroeg in de race. Er was dus nog niets aan de
hand, maar toen de wedstrijd openbrak en er gedemarreerd werd, voelde ik direct
dat de benen helemaal geblokkeerd waren door de val. Dat heeft mijn kansen wel
verpest.’
Waar de Ronde van Vlaanderen jaarlijks een waar volksfeest
is met talloze toeschouwers langs de weg, was het dit jaar door de coronacrisis
vanzelfsprekend een veel rustiger aangelegenheid. Desondanks merkte Vermeersch
wel dat het een wedstrijd van een andere allure is. ‘Ik had natuurlijk nog geen
Ronde van Vlaanderen meegemaakt, maar je voelt aan alles dat de beleving die
dag anders is dan een Gent-Wevelgem bijvoorbeeld. Er is veel meer aandacht.’
Vermeersch over afgelasting Helleklassieker: ‘Dat was nog het meest
spijtige’
‘Verder rijd je wel gewoon al die hellingen op, zoals de
Koppenberg en de Oude Kwaremont’, gaat Vermeersch verder. ‘Dat geeft toch wel
een beetje dat heroïsche gevoel, maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat we
volgend jaar terug met publiek langs de kant kunnen koersen. Dan merk je het verschil
direct, denk ik.’ Het heeft er echter alle schijn van dat Vermeersch nog een
jaar moet wachten. De organisatie van de Ronde van Vlaanderen, Flanders
Classics, heeft al gezegd in 2021 uit te gaan van wederom een editie zonder
publiek.
Florian Vermeersch in de kopgroep tijdens de Coppa Sabatini Wie de Ronde van Vlaanderen noemt, denkt al snel aan een
ander wielermonument en dat is Parijs-Roubaix. Laat die koers nou net één van
de wedstrijden zijn die dit jaar geen doorgang vond. Het was een enorme
teleurstelling voor zowel de wielrenners als de wielerfans, zo ook voor
Vermeersch. ‘Dat vond ik nog de meest spijtige zaak van het seizoen. Ik heb hem
al één keer gereden bij de beloften. Toen was het al duidelijk dat het een
koers voor mij was. Ik rijd ook heel graag over de kasseien, dus ik hoop dat
die volgend jaar gewoon doorgaat, want dan kan ik mij eens meten met de
concurrentie’, blikt Vermeersch al strijdbaar vooruit.
Vermeersch kan meer dan klassiekers: ‘Ben geen pure rassprinter’
Hoewel Vermeersch zijn kwaliteiten zich voornamelijk toespitsen
op het klassieke werk, beschikt hij ook over een meer dan prima sprint en een
aardige tijdrit. Dit jaar mengde hij zich al tussen het sprintgeweld in de
Brussels Cycling Classic en dat bracht hem een knappe vierde plek, nog voor
topsprinters als Pascal Ackerman en Jasper Philipsen. ‘Ik ben geen pure
rassprinter’, stelt Vermeersch. ‘Een goed eindschot na een lastige koers, dat
past echter perfect bij mij. Een zware koers begint al sowieso meer op een
klassieker te lijken en dan is het niet altijd de rapste die wint, maar dikwijls
degene die de beste benen heeft die het haalt’, legt hij uit.
Verder kunnen de explosieve benen van Vermeersch in de
toekomst ook zeer waardevol blijken voor zijn ploeggenoot Caleb Ewan, die je
met alle recht wel een échte rassprinter kan noemen. Vermeersch ziet het alvast
wel zitten. ‘Dat lijkt mij wel mooi werk. Ik denk dat ik volgend jaar iets meer
die richting op zal gaan om in de sprinttrein van hem te werken. Ewan is
namelijk met honderd procent zekerheid de snelste man in de ploeg en degene die
zich het beste kan positioneren. Het is dus logisch dat we in de sprintetappes
en -koersen altijd voor hem gaan. Ik hoop dat ik volgend jaar ook een plaatsje
in de trein krijg.’
Vermeersch verbaasde zichzelf: ‘Hoopte af en toe een flits te laten zien’
Zoals vermeld, kan Vermeersch ook een prima tijdritje
afwerken, wat vooral bleek uit zijn dertiende plaats in de tijdrit van de
BinckBank Tour. Die prestatie had een groot aandeel in zijn negende klassering
in het eindklassement. ‘Ik heb als laatstejaars belofte een tijdrit gewonnen en
toen ben ik mij wel een beetje gaan beseffen dat als ik mij daar wat meer op concentreer,
ik er wel voordeel uit kan halen, vooral in de kleinere rondjes, zoals de Ronde
van België en de BinckBank Tour. Daar heb je veel voordeel van een goede
tijdrit. Daarom vind ik het belangrijk om te blijven investeren in het
tijdrijden omdat je daar écht het verschil mee kan maken.’
Florian Vermeersch tijdens de jaarlijkse tijdrit in San Benedetto del Tronto in de Tirreno-Adriatico Al met al heeft Vermeersch ambities op verschillende
terreinen en gezien zijn eerste maanden als prof zijn die zeker niet onterecht.
Dat hij zich al gelijk goed staande kon houden tussen de profs kwam echter wel
als een verrassing. ‘Ik kan niet zeggen dat ik de prestaties had verwacht. Ik
hoopte af en toe een flits te laten zien, maar nog zeker geen uitslagen. Het is
uiteindelijk veel beter uitgedraaid dan ik verwacht had.’
Vermeersch droomt groot: ‘Dat is nodig als je wat wil bereiken’
De goede start van Vermeersch als prof betekent ook dat hij
zich snel heeft opgewerkt in de rangorde binnen Lotto Soudal. ‘Ja, dat is zeker
waar. Ik denk dat als ik die prestaties niet geleverd had, dat ik in de
klassiekers meer zou starten in een helpende rol. Door goed te rijden, heb ik echter
een beetje mijn plaats afgedwongen en kan ik inderdaad meer in een vrije rol
naar de klassiekers gaan. Dat is alleen maar positief en kan ik nog eens
proberen om een mooie uitslag te rijden.’ Het kan vooralsnog ongedwongen, want
de rol van kopman ligt bij de ervaren renners Philippe Gilbert en John
Degenkolb. ‘Als het een keer tegen valt, dan valt het tegen en gaan we op naar
de volgende, niks aan de hand dus’, stelt Vermeersch nuchter.
Hoewel Vermeersch de rol van kopman en de bijbehorende druk
op de korte termijn nog niet hoeft, ligt dat wat betreft de lange termijn wel
anders. ‘In een droomscenario zou ik binnen vijf jaar al een klassieker hebben
gewonnen en zou ik kopman zijn bij de ploeg. Dat zal heel moeilijk worden, maar
ik ga daar voor blijven werken en ik zie wel wat er op mij afkomt. Ik heb er
natuurlijk wel alle vertrouwen in. Dat is ook nodig als je wielrenner bent en wat
wil bereiken’, besluit Vermeersch zowel realistisch als ambitieus.
Wilbert van der Velde