De afscheidstournee van
Anna van der Breggen en
Chantal van den Broek-Blaak is begonnen. Beide rensters van SD Worx hangen hun
fiets binnenkort aan de wilgen, waarna ze als ploegleidsters aan de slag zullen
gaan bij diezelfde ploeg. Het einde van een tijdperk, maar een nieuwe lichting
dient zich aan.
In de Leiderstrui brengt de opvolgsters van ‘de twee
iconen’ in beeld en gaat met hen in gesprek. In deze editie:
Demi Vollering van SD
Worx.
Noot: dit interview is gepubliceerd voorafgaand aan de ploegpresentatie
waarin Chantal van den Broek-Blaak bekendmaakte dat ze er toch nog een paar
jaar aan vast plakt. Demi Vollering: een introductie
Vollering maakte in 2019 haar debuut voor Parkhotel
Valkenburg, waarmee ze al direct opzien baarde. In dat jaar schreef ze de Volta
Limburg Classic op haar naam, was ze de snelste in de proloog van de GP Elsy
Jacobs en pakte ze de bloemen in de Giro dell’Emilia. Tevens werd ze zevende in
de Amstel Gold Race, vijfde in de Waalse Pijl en derde in Luik-Bastenaken-Luik.
Ook in het coronajaar 2020 showde de vrouw uit Pijnacker haar klasse, met derde
plekken in het eindklassement van de Setmana Ciclista Valenciana, La Course en
de Waalse Pijl.
In september 2020 maakte Vollering bekend over te stappen
naar SD Worx, het eerdere Boels-Dolmans Cycling Team. Bij die ploeg trof ze
onder meer Van der Breggen en Van den Broek-Blaak, de vrouwen die hun fiets na
dit seizoen aan de wilgen hangen en bij diezelfde ploeg aan de slag zullen gaan
als ploegleidster. Ze was er in 2021 al gelijk op de afspraak, met een knappe aanvalspoging
in de Omloop Het Nieuwsblad en een zesde plek in de Strade Bianche.
Lees verder onder de foto.
Vollering mag zegevieren in de Giro dell’Emilia, 2019.
Zowel in eendagskoersen als in rittenkoersen komt de
24-jarige Vollering goed uit de verf. Een allrounder, zo omschrijft ze zichzelf
als we haar daarnaar vragen. ‘Ik kan heel aardig klimmen, maar ik heb ook nog
best wel een goede sprint in de benen. Zware wedstrijden als
Luik-Bastenaken-Luik liggen mij erg goed, maar ook wedstrijden als de Giro,
waarin het klimmen geblazen is, kan ik wel aardig aan. Ik hou niet veel van te vlakke wedstrijden. Het mag wel pittig zijn voor mij.’
Voor 2021 ligt de focus van Vollering vooral op het
eerste deel van het seizoen. Met de hoge noteringen in de Omloop (dertiende) en
de Strade Bianche (zesde) is ze al aardig goed op weg, maar wanneer is haar
seizoen nu echt geslaagd? ‘Als ik een overwinning behaal in een
WorldTour-wedstrijd’, antwoordt de renster, die wel al heel wat derde plekken
achter haar naam heeft staan, stellig. ‘Vorig jaar zat ik wat grapjes te maken,
dat ik de eeuwige derde ben. Dit jaar wil ik graag een keertje op het hoogste
treetje stappen. Natuurlijk, elk podiumplekje is mooi, maar ik wil graag een
keer een overwinning behalen.’
Het tijdperk na Van der Breggen en Van den Broek-Blaak
De Nederlandse wordt zo nu en dan wel eens genoemd als
opvolgster van twee iconen (Van der Breggen en Van den Broek-Blaak, red.). Of
ze daar druk van voelt? ‘Misschien wel een beetje, maar ik vind een beetje druk
altijd wel lekker. Mij geeft dat meestal juist wel motivatie om het juist goed
te doen. Uiteindelijk ben je toch gewoon vooral gefocust op datgene wat jij
doet en niet zozeer op wat anderen van jou denken. Ik denk niet dat me dat heel
erg dwars gaat zitten in de toekomst. Ik voel het namelijk ook niet per se als
druk, maar meer als een soort van compliment. Die meiden hebben gewoon zoveel
moois laten zien. Als ik daar op een dag kan staan, dan ben ik een heel
geslaagd wielrenster, denk ik. Dat is zeker mijn doel, dus ik ben heel benieuwd
hoe dat allemaal gaat lopen.’
Met haar 24-jarige leeftijd heeft Vollering nog tijd
genoeg om zich verder te kunnen ontwikkelen. Hier en daar ziet ze nog wel wat
verbeterpuntjes. ‘Het grootste punt is dat ik moet leren om me rustig te houden
tijdens wedstrijden, aangezien ik nogal snel geneigd ben om misschien te veel
te gaan doen. Zeker nu ik zo’n sterk team om me heen heb, hoef ik niet altijd
alles in m’n eentje op te lossen. Als er bijvoorbeeld iemand wegrijdt, hoef ik
niet meteen zelf op kop te gaan sleuren. Anna en Chantal weten zich altijd heel
goed rustig te houden en kiezen het juiste moment om te gaan. Ik denk dat dat
mijn grootste leerpunt gaat worden’, zo is ze kritisch naar zichzelf. Naar
eigen zeggen vindt ze het soms lastig om de controle uit handen te geven. ‘Maar
aan de andere kant zijn dit wel echt supergoeie meiden, dus daar heb ik wel
vertrouwen in. Dat gaat wel moois brengen, denk ik.’
Lees verder onder de foto.
'Die tips and tricks van de besten gaan mij zoveel helpen dit seizoen'
- Demi VolleringBij SD Worx krijgt Vollering de nodige tips en tricks mee
van Van der Breggen en Van den Broek-Blaak, die aan hun laatste volle seizoen als profwielrenster
begonnen zijn. ‘Van Anna hoop ik veel te kunnen leren tijdens mijn hoogtestage
en Chantal houdt de meiden een beetje in de gaten. Zo kijkt ze ook mee met mijn
TrainingPeaks. Het is gewoon heel leuk om nu al een aantal tips te
krijgen. Die tips and tricks van de besten gaan mij zoveel helpen dit seizoen,
dat is erg leuk’, zo laat ze zich uit over haar Nederlandse ploeggenotes.
Vollering geniet volop van de positie waarin ze zich nu bevindt. ‘Ik denk dat
het voor mij een hele mooie kans is om nu nog in de schaduw van Anna en Chantal
door te kunnen groeien, zeker bij zo’n groot team. Dat is toch wel wat
relaxter. Als ze straks stoppen en ze in de ploegleiderswagen zitten, kan ik
nog steeds veel van ze leren. Het biedt heel veel kansen voor mij.’
De Nederlandse suprematie in het vrouwenwielrennen
Het Nederlandse vrouwenwielrennen kent een gouden
periode. Zo worden de ‘oranje’ overwinningen aaneengeregen, in het bijzonder
tijdens de kampioenschappen. Dat Nederland imponeert in het vrouwenwielrennen,
daar geniet ook Vollering van. ‘Dat is natuurlijk supermooi. Zeker tijdens de EK’s
en de WK’s winnen we de laatste tijd heel veel.’ Toch plaatst ze enkele
belangrijke kanttekeningen. ‘Iedereen verwacht dat er wel weer een Nederlandse
op het podium staat en dan is wel erg lastig, ook al flikken we het wel weer
iedere keer.’
Daarnaast vindt Vollering het niet makkelijk dat ze een
van de jongste rensters in de Nederlandse selectie is. ‘Het is echt een beetje
wachten op mijn beurt. Tijdens het EK had ik bijvoorbeeld echt hele goede
benen, maar toen zat ik niet in de positie om mee te kunnen gaan voor de winst.
Dat is op zich ook niet erg, want zo leer je wel heel veel. Mijn moment komt
vanzelf wel, hopelijk voordat die meiden allemaal gestopt zijn, aangezien we
dan misschien niet meer het allersterkste team zijn. Er kunnen natuurlijk
altijd nog nieuwe Nederlandse meiden opstaan die net zo hard opstaan als dat ik
dat deed, dus ik ben benieuwd.’
V.l.n.r.: Amy Pieters, Demi Vollering en Anna van der Breggen (WK wielrennen, Imola 2020) Vollering hoopt van harte dat er inderdaad nog nieuwe
Nederlandse dames gaan doorgroeien. Naar eigen zeggen is er een
generatiekloofje zichtbaar na haar, wat ook deels te wijten valt aan corona.
Dat legt ze uit aan de hand van een voorbeeld over haar jongere zusje. ‘Zij fietste
vorig jaar voor het eerst bij de junioren, maar ze heeft geen enkele wedstrijd
kunnen rijden. Dit jaar rijdt ze misschien weer nergens en dan mis je gewoon
heel erg veel. Die generatie heeft dus eigenlijk een probleem. Als ze dadelijk
wel weer mag koersen, staat ze in één keer tussen de beloften en de grote
meiden en dan gaat het heel zwaar worden. Dan is het voor dat soort meiden
minder leuk, waardoor ze misschien al snel stoppen. Dat zou echt zonde zijn.’
Vrouwenwielrennen vs. mannenwielrennen
Ondanks het feit dat de spotlight veelal op de mannen
gericht wordt, wint het vrouwenwielrennen toch steeds meer aan populariteit. Zo
starten veel mannenploegen ook een damesploeg en stijgt het aantal
dameswedstrijden op de kalender. Dat de populariteit toeneemt, kan Vollering
beamen. ‘Veel mensen die ik spreek zeggen zelf ook altijd dat ze
vrouwenwielrenner interessanter en leuker vinden dan mannenwielrennen. De
wedstrijden zijn korter, dus er gebeurt veel meer in kortere tijd. Een vroege
ontsnapping kan bij ons zomaar wegblijven en dat is bij de mannen vaak lastiger.’
Ook over de toekomst van het vrouwenwielrennen is
Vollering positief. ‘Ik denk dat het alleen nog maar interessanter gaat worden.
Je ziet steeds meer goede meiden in het peloton en het niveau wordt steeds
gelijker. In het mannenpeloton is het niveauverschil natuurlijk wel wat
kleiner, maar die kloof wordt langzaam kleiner dankzij de professionalisering. In het vrouwenpeloton zijn er nog heel veel vrouwen die moeten werken naast hun
fietscarrière. Als je dat er op een gegeven moment uitkrijgt, doordat de meiden
genoeg uitbetaald krijgen en ze zich volledig op het fietsen kunnen focussen,
wordt het alleen nog maar interessanter. Dan is iedereen namelijk gelijker aan
elkaar. Het belangrijkste voor het vrouwenwielrennen is dat iedereen zich meer
moet professionaliseren, denk ik. Bij de mannen is dat sowieso al goed op orde.'
Tot slot is Vollering van mening dat het uitzenden van vrouwenwedstrijden op TV een belangrijke factor in dit verhaal is. 'Door vrouwenkoersen nog beter en nog meer uit te zenden, krijgt het vrouwenwielrennen meer aandacht en krijgt het dus ook meer interesse van sponsors. Dat is de eerste stap die er gemaakt moet worden in het vrouwenwielrennen om uiteindelijk iedereen op een gelijker niveau te brengen', sluit ze af.
Door: Joëlle Smeets -
[email protected]