Waar de eerste twee plekken in het wereldbekerklassement
bezet worden gehouden door Lucinda Brand en Denise Betsema, zien we op plek
drie een opvallend jonge naam terug:
Puck Pieterse. De pas 19-jarige revelatie steekt
haar neus steeds vaker aan het venster en kende een sterke seizoenstart.
In
de Leiderstrui sprak met de dame uit Amersfoort, die zichzelf als ‘een
echte
offroad-renster’ bestempelt.
Pieterse kroonde zichzelf in 2019 tot Europees kampioene
veldrijden bij de junioren. Een jaar later voerde ze datzelfde kunstje opnieuw
op, maar dan bij de beloften. Ook in 2021 was de renster, die eveneens actief
is op de mountainbike, direct op de afspraak: ze werd tweede op het EK en
eindigde al enkele keren op het podium tussen de elite. De heroïsche sneeuwcross
in het Italiaanse Val di Sole sloot ze afgelopen zondag af met een negende
plek.
Vertel eens, Puck: hoe voelt het om in de sneeuw te
crossen?
‘Dat was heel apart! Ik vond het heel leuk om het een
keer te kunnen doen, want normaal rijden we natuurlijk bijna nooit
sneeuwcrossen. Vorig jaar lag er tijdens de Krawatencross in Lille wel sneeuw,
maar dat was toch weer een iets andere ondergrond, met veel zand. Dit was wel
eventjes wat anders, een leuke toevoeging aan het veldrijden!’
Jouw leeftijdsgenootje Fem van Empel ging er zondag in
Val di Sole met de overwinning vandoor. Wat doet het met jou om te zien dat zij
als negentienjarige de 34-jarige Marianne Vos weet te kloppen?
‘Ik vond het heel vet! Het geeft mij ook wel vertrouwen,
want zij laat zien dat zoiets dus wel al mogelijk is. Ik denk dat Blanka Vas
dat met haar overwinning in de Wereldbekercross in Overijse overigens ook al
liet zien. Dan komt zo’n overwinning voor mij ook steeds dichterbij.’
Met een derde plek in het Wereldbekerklassement mag je
zeker niet klagen. Vóór jou strijden Lucinda Brand en Denise Betsema om de
leiding. Wie van de twee maakt er op jou de sterkste indruk voor de eindzege?
‘Ik denk dat Lucinda de laatste weken wel erg dominant geweest
is. Als ze die lijn kan doortrekken, dan staat ze er natuurlijk wel heel goed
voor. Toch staat Denise ook niet voor niks slechts acht punten achter, dus er
kan nog van alles gebeuren. Lucinda en Denise staan op mij wel al heel erg ver
voor, dus zelf focus ik me nu echt op het behouden van mijn derde plek. Dames
als Marianne, Fem en Shirin (van Anrooij, red.) kunnen namelijk zomaar
dichterbij komen.’
Pieterse in actie op de Koppenberg (Oudenaarde)
Hier en daar klinken er steeds meer geluiden om van
het veldrijden een olympische Sport te maken. Is dat ook iets waar jij van
droomt?
‘Als het zou lukken om de sport olympisch te maken, zou
dat ongetwijfeld heel mooi zijn. Het heeft dan uiteraard wel nog tijd
nodig en ik denk dat er met de cross in Val di Sole in elk geval een goed begin
gemaakt is. Ik ken de echte regels die het IOC eraan stelt niet helemaal, maar
ik denk dat er dan nog wel een paar sneeuwcrossen verreden moeten gaan worden. Wat
mij betreft hoeft die sneeuw er niet ieder weekend te liggen, maar zo af en toe
zou het wel leuk zijn.’
Iemand die dat waarschijnlijk ook wel ziet zitten, is
je ploeggenoot Mathieu van der Poel. Hoe kijk jij naar hem?
‘Het is natuurlijk heel vet om te zien wat hij
allemaal bereikt heeft, dat kan voor mij alleen maar als inspiratie dienen. Op
dit moment kampt hij helaas met een knieblessure, maar ik hoop voor hem dat hij
straks weer mee kan doen voor de overwinning en dat er een mooie strijd
geleverd kan worden met de andere mannen. Als de heren crossen, zit ik meestal
al in de camper terug naar huis. Toch vind ik het zelf wel leuk en interessant
om hun wedstrijd later nog terug te kijken, vooral als ik de cross zelf ook
gereden heb. Je ziet dan bijvoorbeeld welke lijnen ze nemen, hoe ze de
heuveltjes bovenkomen, op welke delen ze echt nog een stukje sneller gaan
enzovoorts. Los van het feit dat zij meer vermogen kunnen leveren, uiteraard.’
Zijn er volgens jou dan veel verschillen waar te nemen
tussen de mannen- en de vrouwencross?
‘Ja, ik denk het wel. Als ik het ga vergelijken, zie ik
bijvoorbeeld dat zij sporen volgen die ik zelf niet had gezien, of dat ze in
sommige bochten toch wel harder rijden. Op zulke momenten denk ik dan: het had
dus toch gekund. Dat is iets wat ik ook terugzag bij de Wereldbekercross in
Tabor. Waar wij als vrouwen de balken veelal lopend passeren, slaagden de
mannen er wel in om daar overheen te springen. Dan weet je dat je het zelf dus
ook zou moeten kunnen en dat geeft mij alleen maar motivatie om daarop te gaan
trainen.’
Pieterse (midden) als ploeggenote van Mathieu van der Poel
Je bent nog maar negentien jaar jong en staat dus pas aan
het begin van je carrière. Wat zijn je ambities voor de komende jaren?
‘Ik hoop dat ik de lijn van progressie door kan trekken. Tot
nu toe gaat het ieder jaar echt een stuk beter, steeds schuif ik weer wat
plekjes op. Het zou dan ook mooi zijn als ik volgend jaar echt die aansluiting
kan maken en af en toe mee zou kunnen doen voor de overwinning.’
Waar moet je nog aan werken om naar het niveau van een
Brand of Betsema toe te kunnen groeien?
‘Ik denk dat het vooral ligt bij het feit hoe hard zij
kunnen fietsen. Daarnaast draait het om een bepaalde feeling met de
fiets. Soms gaan zij toch nog wel wat harder door de bochten dan ik, of rijden
ze beter op het zand. Ook de looptechniek speelt natuurlijk een rol, het zijn
gewoon allemaal kleine dingetjes die meetellen.’
Veel veldrijdsters maken na het cross-seizoen eveneens
de overstap naar de weg. Overweeg jij dat ook?
‘De afgelopen jaren heb ik me in de zomer gefocust op het
mountainbiken en ik ben van plan om dat ook het volgend seizoen te gaan doen.
Wellicht zal ik nog wel aan een paar wegkoersen deelnemen in het shirt van
Plantur-Pura (de vrouwenformatie van Alpecin-Fenix, red.), maar dat zal ik nog
met mijn ploeg gaan overleggen. Het afgelopen seizoen ging het mountainbiken me
echter zo goed af dat ik dat de komende jaren nog wel wil blijven doen.’
Er wordt wel vaker gesteld dat renners het wegkoersen
er wel bij moeten nemen om het niveau van de anderen te kunnen blijven
evenaren. Ben jij het daarmee eens?
‘Ik denk dat het elkaar zeker mooi aan kan vullen, in de
zin van dat de ene discipline als goede voorbereiding op de andere kan dienen.
Er zijn echter ook genoeg crossers die laten zien dat je in de zomer niet per
se op de weg of de mountainbike hoeft te rijden. Omgekeerd zijn er ook heel
veel weg- of MTB-renners die niet aan veldrijden doen.’
Op het EK veldrijden bij de beloften (2021) werd Pieterse tweede
Waar ligt jouw eigen passie het meest? Neig je meer
naar het veldrijden, of toch liever naar het mountainbiken?
‘Op dit moment kan ik daar nog niet echt een keuze tussen
maken. Beide disciplines vind ik leuk en ik beschouw mezelf ook echt als een offroad-renster. Ik zou het dan ook allebei willen blijven doen. Het mountainbiken is
natuurlijk wel een olympische sport en ik zou het wel heel mooi vinden om een
keer aan de Spelen mee te mogen doen. Maar de cross telt ook genoeg mooie wedstrijden,
waarbij ik er ook ieder jaar weer tijdens de kampioenschappen wil staan.’
Tot slot: waar ligt jouw focus voor het resterende
deel van het cross-seizoen?
‘Momenteel ligt die focus echt op het behouden van mijn
derde plekje in het wereldbekerklassement, maar ik heb zeker ook grote ambities
voor het WK in Amerika. Ik denk dat ik dit seizoen al heel veel mooie dingen
heb laten zien en ook mezelf echt al verbaasd heb. Zo had ik niet verwacht dat
ik nu al podium zou kunnen rijden in de wereldbekerwedstrijden dit jaar. Als ik
deze lijn door kan trekken, hoop ik dat er nog wel een paar mooie uitslagen
kunnen volgen. Het seizoen is sowieso al geslaagd!’