Fabio Jakobsen bulkt van het zelfvertrouwen in aanloop naar de belangrijkste maanden van het jaar. De Nederlander voelt dat hij beter is, hij leert nog iedere dag bij en hij weer na zijn debuutjaar dat hij de grote namen kan kloppen. ‘Ik probeer goed op te letten, er zit zoveel wijsheid in deze ploeg’, vertelt hij in het magazine Fiets over Deceuninck-Quick-Step. ‘Van iedereen is wel iets te leren.
Yves Lampaert zei tegen me: ‘Fabio, zit je niet iets te hoog op je fiets? Zou je niet proberen iets lager te zitten?’ Ik heb mijn zadel wat omlaag gedaan. Het voelde goed en bij de fietsmeting van Specialized bleek het ook goed te zijn. Prima, ga ik dat een tijdje proberen. Het zijn van die kleine dingetjes die op termijn het verschil kunnen maken’, aldus Jakobsen, die ook goed let op de voeding en op het nemen van rust.
Het doel is om er uiteindelijk snel beter van te worden. ‘Ik denk dat mijn sprint goed is. Vorig jaar heb ik bewezen dat ik snel genoeg ben om te kunnen winnen. Natuurlijk kan mijn eindschot nog iets beter, maar op dit moment is de winst vooral te halen in alles voorafgaand aan de sprint. Dan bedoel ik mijn motor en conditie vergroten. Bergop moet ik eraan kunnen blijven hangen en aan de streep moet ik nog fris genoeg zijn om te kunnen spurten.’
Jakobsen: ‘Ik kan zelfs vanuit positie acht nog winnen’
Ook de wisselwerking met zijn ploegmaats moet beter. ‘Ik moet volledig op mijn lead-out vertrouwen en niet zijn wiel kwijtraken omdat ik in mijn eentje vijf plaatsen wil opschuiven, om er 500 meter later achter te komen dat ik alleen door de wind moet omdat er een trein van een andere sprinter overheen knalt. Het maakt ook niet uit of ik in derde, zevende, achtste of twaalfde positie zit; als mijn lead-out gaat sprinten kan hij zo’n snelheid genereren dat ik zelfs vanuit positie acht nog kan winnen.’ (Foto:
Deceuninck-Quick-Step / Sigfrid Eggers)