Toon Aerts was tijdens het
WK veldrijden in Oostende niet
opgewassen tegen
Mathieu van der Poel en
Wout van Aert, maar daarachter was
hij de sterkste en claimde hij het brons. ‘Dit had ik wel echt nodig’, vertelt
Aerts na afloop aan
Sporza.
Aerts kende tot op heden nog geen topseizoen. ‘Het was een
moeizaam jaar. Een seizoen waarin ik telkens dacht: Nu kom ik er door. Maar dan
was er wel een blessure of sterke tegenstanders, zoals Eli Iserbyt, Michael
Vanthourenhout en Laurens Sweeck, die samen een sterke ploeg vormen, waar het tactisch
lastig tegen koersen was. Deze bronzen medaille is mij echter veel meer waard dan
winst in een kleine cross.
Waar Aerts in het begin van de cross zich snel wist te
ontdoen van de andere concurrenten voor plek drie, brak hem dat later in de
cross op. Dat had als gevolg dat Tom Pidcock de strijd om het brons in de
laatste drie ronden nog erg spannend maakte. ‘Hij kwam de voorlaatste ronde al
aansluiten, maar dat kostte hem veel krachten, want op de volgende zandstrook
maakte hij gelijk een foutje. In de laatste ronde was het twee stervende zwanen
tegen elkaar. Pidcock had een snellere laatste ronde. Het was echter voldoende
om toch derde te worden’, aldus Aerts.
Aerts: 'Van Aert was in de eerste ronden beter'
Voor Aerts was het de derde keer achtereen dat hij het brons
pakte op het WK. ‘Voor mij is het heel mooi om weer met die mannen (Van Aert,
Van der Poel, red.) op het podium te staan. Ze zijn niet alleen wereldtoppers
in het veld, maar in de hele wielerwereld’, is de Belg lovend over zijn collega’s.
Ondanks dat Aerts vooral bezig was met zijn eigen cross, kreeg hij wel wat mee
van de strijd tussen Van der Poel en Van Aert. ‘Als ik eerlijk ben, denk ik wel
dat Wout superveel kans maakte in het begin om er een mooie solo van te maken. Mathieu
reed ook niet echt weg bij mij in de eerste drie rondes. Het was pas toen Wout
lek reed, dat Mathieu versnelde en zich weer herpakte en terug afstand kon nemen.
In het begin was Wout de betere.’